Pieter moet kiezen tussen sportieve en commerciële belangen

De Olympische Spelen zullen de komende maanden grote delen van de wereldbevolking bezighouden. Vandaar dat allerlei merken deze evenementen gebruiken om nieuwe producten en innovaties te lanceren. In die strijd om de aandacht spelen ook de atleten een voorname rol. De Olympische Spelen zijn vrij van reclame in en rond de arena. In geen enkele locatie is een reclamebord met sponsornaam te bekennen, anders dan de firmanaam van de leverancier van bijvoorbeeld de tijdregistratie en de toestellen bij het turnen. Maar op de kleding van de sporters is de vermelding van de naam van het betreffende sportmerk wel toegestaan.

In de meeste landen wordt de algemene sport- en vrijetijdskleding gesponsord. Maar als het gaat om hun ‘technische materiaal’ (schoenen, fietsen, sticks, rackets, batjes et cetera) kunnen de sporters hun eigen keuze bepalen. En uiteraard wordt die keuze beinvloed door sponsorcontracten die extra inkomen voor de sporter opleveren.

Zo wordt Pieter van den Hoogenband al enkele jaren gesponsord door Nike. Van den Hoogenband ontvangt jaarlijks een basisinkomen van zo’n 150.000 euro van Nike, dat wereldwijd adverteert met PvdH. In het sponsorcontract verplicht Pieter zich uiteraard tot het gebruiken en dragen van de kleding van Nike. Het niet nakomen van die verplichting kan tot een schadevergoeding leiden. Maar daar tegenover staat de verplichting van Nike materiaal te leveren dat voldoet aan de hoogste kwaliteitseisen en dat zich kan meten met de producten van de concurrentie. Het is een interessant spanningsveld, waar sportieve en commerciële belangen soms recht tegenover elkaar kunnen staan.

Dat bleek tijdens het WK Zwemmen in 2007 in Melbourne. Het pak van Speedo bleek 0,5 seconde sneller dan de andere pakken. Reden voor Van den Hoogenband zijn Nike-broek uit te trekken en in een Speedo-broek aan de start te verschijnen. Hij had daar wel het logo uitgeknipt, maar het viel uiteraard op en werd zo een discussiepunt. Ondanks deze vertrouwensbreuk beloofden Nike en Van den Hoogenband na afloop van het WK beterschap en werd het contract gecontinueerd.

Op 14 februari presenteerde Speedo de nieuwste innovatie: het LZR Racer-pak, waaraan drie jaar is ontwikkeld. Het pak zorgt voor minder weerstand en een opwaartse druk die ervoor zorgt dat de zwemmers hoger op het water liggen. In de afgelopen weken zijn er door dit pak al meer dan 30 wereldrecords gebroken. Goed nieuws dus voor zwemmers die een contract hebben met Speedo. De rest kijkt vol verwachting naar het antwoord van zijn leverancier. In de Nike-laboratoria wordt ongetwijfeld keihard gewerkt om het verschil ongedaan te maken. Maar de grote vraag is of dat gaat lukken in de beperkte tijd die er nog rest tot de Spelen in. Dat levert een interessant dilemma op voor Van den Hoogenband. Want wat te doen als Nike er op korte termijn niet in slaagt een concurrerend pak te leveren?

In dat geval verwacht ik dat Van den Hoogenband zijn Olympische ambitie zal laten prevaleren voor de belangen van een één van zijn broodheren. De grote vraag is wat Nike doet als Van den Hoogenband zich niet aan zijn contract houdt. Het zou tot een gerechtelijke procedure kunnen leiden met als inzet een arbitraire discussie over de kwaliteit van het geleverde materiaal. Dat zou een hoop publiciteit geven, met negatieve effecten voor beide partijen. Er is een chiquere oplossing. Het is voor een dominant merk als Nike een enorme knieval toe te geven dat het materiaal van een concurrent beter is dan het eigen product. Maar Nike, het bedrijf dat zich zo nadrukkelijk profileert als het merk van topsporters, zou dit nadeel in een voordeel kunnen omdraaien. Door in een officiële verklaring het verlies te erkennen en de Nike-atleten de vrijheid te geven in concurrerende pakken te zwemmen om hun Olympische droom te kunnen verwezenlijken, wordt een verlies omgetoverd tot een krachtig statement dat de geloofwaardigheid en authenticiteit van het merk enorm ten goede komt. Wat Nike daarna rest is vier jaar tijd om in februari 2012 een unieke innovatie te presenteren. Al zal dat voor Pieter te laat komen.

Column verschenen in AD Sportwereld, 30 april 2008.

Sponsors kunnen helpen de wereld te verbeteren

De wereldreis die het Olympische vuur maakt, heeft de discussie over de mensenrechten in China en de situatie in Tibet enorm aangewakkerd. Een van de sponsors van de Olympic Torch Relay, zoals de fakkelloop officieel heet, is Coca-Cola. Het bekendste merk ter wereld heeft in een officieel statement gereageerd op een brief van het International Tibet Support Network. In de meeste gevallen gedragen bedrijven van dit kaliber zich zoals politici en onthouden zij zich van iedere vorm van wezenlijk commentaar. Maar niet deze keer. In haar antwoord geeft Coca-Cola blijk van bezorgdheid over de situatie in Tibet en spreekt het bedrijf de hoop uit dat de Spelen een bijdrage kunnen leveren aan duurzame veranderingen in China. Een antwoord met een politieke lading en dat is op zijn minst opvallend te noemen, ook omdat de belangen van de frisdrankgigant in China enorm zijn.

De scenario’s hoe te reageren in dit soort situaties zijn overigens zorgvuldig uitgewerkt. Anders dan bij reclame, waarbij een bedrijf volledig kan bepalen op welke wijze en op welk moment een boodschap wordt uitgezonden, zijn er bij sponsoring meer partijen betrokken en spelen er tal van niet te controleren omstandigheden. Of je nu sponsor bent van de Olympische Spelen, van een Formule 1-renstal, van een boot die meedoet aan een internationale zeilwedstrijd of van een wielerteam: je moet voorbereid zijn op het allerergste. Er liggen dus draaiboeken klaar met vragen en antwoorden over allerlei mogelijke situaties. Van het missen van een kampioenschap tot en met een terroristische aanslag.

Kunnen bedrijven eigenlijk schade lijden van een sponsorproject dat in opspraak is? In de afgelopen jaren zijn er talrijke voorbeelden geweest van sponsors die werden geconfronteerd met rampen, dopingschandalen, fraude of crimineel gedrag van ‘supporters’. De ervaring leert dat het publiek sponsors niet aansprakelijk houdt voor de ontstane situatie. Met andere woorden: sponsors maken mede mogelijk, maar zijn niet verantwoordelijk voor het gedrag van de partij die zij financieel ondersteunen en worden dus ook niet afgerekend op hetgeen zich heeft afgespeeld. Als sponsor heb je over het algemeen dus niet zo veel te vrezen.

Maar als een incident enorm veel impact heeft of structureel blijft voorkomen, ontkomt de sponsor er niet aan te handelen. Dan moet worden onderzocht wat er exact aan de hand is, moeten beslissingen duidelijk worden gemotiveerd en is transparantie cruciaal. In dat beslissingsproces speelt ook de publieke opinie een belangrijke rol. Als te veel mensen zich gaan afzetten tegen de sponsor of de geloofwaardigheid van het merk in het geding komt, rest de sponsor niets anders dan de sponsoring te beëindigen.

Op dit moment kunnen de meeste commerciële partners van het IOC en de nationale Olympische Comités zich nog afzijdig houden van de politieke discussie. Maar naarmate de druk op China toeneemt en de Spelen dichterbij komen, zullen ook zij een standpunt moeten innemen. Net als politici, sportdiplomaten, sporters en coaches hebben ook sponsors een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ook sponsors kunnen helpen de wereld te verbeteren. Coca-Cola heeft de eerste stap gezet.

Column verschenen in AD Sportwereld, 16 april 2008.

De commercie heeft de sport in een onlosmakelijke houdgreep

Commercie in de sport is voor vele sportliefhebbers gelijk aan vloeken in de kerk voor een ouderling uit Staphorst. Want het zorgt voor hel en verdoemenis, brengt het wezen van de sport in gevaar en zou ons daarmee kunnen beroven van de belangrijkste bijzaak in ons leven.

De verhuizing van een betonnen pisbak naar een multifunctionele locatie? Een sporter die een bovenmodaal salaris per dag verdient? Voetbal op tv van zeven naar acht uur ’s avonds? Sportclub in handen van een succesvolle ondernemer? De introductie van een nieuw logo? Het nieuws is nog niet gepubliceerd of er is direct al een coach, journalist, cabaretier of Stichting die ons attent maakt op het naderende onheil. Want zoals het is, moet het altijd blijven. Dat is niet conservatief, maar dat heet traditie.

Als je met wat meer distantie naar het onderwerp kijkt, zie je dat commercie in de sport ouder is dan de weg naar Rome. In de klassieke oudheid ontvingen succesvolle atleten ruime beloningen voor hun prestaties van overheden die daarmee de publieke opinie wilden beinvloeden. Al in het begin van de vorige eeuw werden wielrenners gesponsord door op publiciteit beluste ondernemers. In 1953 betaalde de toenmalige NTS na veel gemor 500 gulden aan de KNVB voor de uitzendrechten van de wedstrijd Nederland – België. Niemand minder dan Johan Cruijff (sportmarketeer avant la lettre) weigerde in 1974 te spelen in een oranje shirt met drie strepen vanwege zijn contract met Puma. En de nieuwe stadions die koud en kil zouden zijn, blijken direct bij opening al te klein te zijn.

Sport en commercie is dus al eeuwenlang voer voor identieke, vaak hoogoplopende discussies. Ondertussen heeft de commercie de sport in een houdgreep. Topsport is entertainment, een industrie waarin miljarden omgaan en vooral de regels van Wall Street het spel bepalen.

Column verschenen in AD Sportwereld, 1 april 2008.

Strijd

Enkele jaren geleden was het ‘not done’ als een merk in de financiële sector zich begaf op een sponsorterrein dat al door een concurrent werd bezet. Zo was schaatsen van Aegon, voetballend Oranje van Nationale-Nederlanden, tennis van ABN AMRO en wielrennen, paardensport en hockey van de Rabobank. Er bestond een niet-aanvalsverdrag dat door alle partijen werd gerespecteerd. ABN AMRO, dat de afgelopen jaren zag hoe Rabobank haar positie in de hockeywereld steeds beter wist te verzilveren, vond het wel genoeg. En maakte een eind aan die ongeschreven wet door fors in hockey te investeren.

Is deze trendbreuk door ABN AMRO nu onbehoorlijk? En is het slecht voor sponsoring, zoals door sommigen wordt gesuggereerd? Uiteraard niet. In een concurrentiestrijd is veel geoorloofd. Het was juist opmerkelijk dat de betrokken merken op alle terreinen gevechten voerden, maar sponsoring tot gedemilitariseerde zone hadden verklaard.

Het hockeyvoorbeeld maakt maar weer eens duidelijk dat het onmogelijk is een bepaald sponsorveld tegen ‘aanvallers’ te beschermen. Zeker in sport is er altijd een manier om in te breken. Ook de strategie om vanuit defensief oogpunt allerlei rechten te kopen en daar vervolgens niets mee te doen, heeft zijn tijd gehad. Je verschansen achter een vesting van rechten heeft geen enkele zin. Ook hier geldt dat de aanval de beste verdediging is.

Column verschenen in Sponsor Magazine, februari 2007.

More is less

In kringen van sportsponsoring wordt het ‘UEFA Champions League-concept’ gezien als het ideale model voor een sponsoring propositie. Sponsoring- en mediarechten in één hand, een kleine groep sponsors die een uitgebreid pakket aan rechten krijgt, onder een strakke regie. Dit alles onder het motto ‘less is more’. Het schoolvoorbeeld hoe je als sport vanuit eigen kracht kunt zorgen voor een toenemende vermeerdering aan inkomsten en andere waarden (zoals de populariteit en het aanzien van de sport). Ondanks dit door velen geroemde model, geeft de heersende praktijk in sportland Nederland een ander beeld te zien. Een beeld dat illustratief is voor vrijwel iedere tak van sport.

Naast de groep van bedrijven die een sponsorship gebruikt voor associatie en beleving, als platform voor marketing en communicatie, waarbij gewerkt wordt vanuit de gedachte een partnership, is er een groep van bedrijven die slechts uit is op exposure. Bedrijven die niet geïnteresseerd zijn in de sport, die niet geïnteresseerd zijn in de sporters of in andere betrokken partijen, maar die uitsluitend geïnteresseerd zijn in logovermelding op het scherm of in print. Sport is voor deze ‘sponsors’ niets anders dan goedkope advertentieruimte. Deze partijen stappen laat in; zij kopen de restanten aan het einde van de dag voor een goed prijsje. En of ze de volgende dag terugkomen, hangt veelal af van het humeur en de prijs.

Uiteraard kun je deze bedrijven hun slimme (?) koopmanschap niet ontzeggen, het slechte nieuws is dat de sportwereld hier geen afdoende antwoord op heeft. In de dagelijkse zucht naar geld wordt er nooit nee verkocht, ook niet op de steeds verdergaande eisen van deze handige kooplieden. Het gevolg daarvan is een daling van de prijzen voor logo-ruimte op een shirt en op een bord. Ten einde dat verlies te compenseren, worden er meer centimeters op broek, shirt en andere plekken verkocht. De sporter als volgeplakte sandwich-man. Kijk maar eens naar de outfit van de gemiddelde eredivisie-volleyballer. Werkelijk ieder plekje is beplakt. Met als resultaat dat het aanbod en het aanzien minder waard worden in plaats van meer.

Denk aan de lessen van de Champions League. Ga uit van eigen kracht. Verkoop je mooie product aan bedrijven die er echt iets mee hebben en er ook echt iets mee willen. Leer nee te zeggen. Want ‘more’ leidt slechts tot ‘less’.

Column verschenen in Sponsor Magazine, januari 2007.

Beckham naar Tinseltown

De transfer van David Beckham is een prachtig voorbeeld van de wijze waarop moderne sportmarketing wordt bedreven. Het gaat om complete entertainment deals, waarvan o.a. marketing campagnes, imagerechten, uitzendrechten, split-revenue deals en merchandising onderdeel uitmaken. Voor de Verenigde Staten is de komst van Beckham de kans voetbal daadwerkelijk op de kaart te zetten.

Voetbal groeit enorm op highschools (jongens én meisjes), maar met de profcompetitie, the Major League Soccer (MLS), wil het nog niet echt lukken. Becks is het affiche dat voor meer aandacht en verkoop van kaartjes moet gaan zorgen.

Zelf is hij er ook niet slechter van geworden. De 5-jarige deal betreft 250 miljoen dollar, ruim 190 miljoen euro. Beckham zou een salaris van circa 2,25 miljoen euro ontvangen, minder dan hij nu bij Real Madrid verdient. maar hij gaat ook delen in de opbrengsten van merchandising en kaartverkoop, en hij krijgt een aandeel in de winst van de club.

Daarnaast staat het Beckham vrij activiteiten te ontplooien met persoonlijke sponsors. contracten met o.a. Gillette, adidas, Motorola en Pepsi leveren hem naar schatting 30 miljoen euro per jaar op. David blij en echtgenote Victoria blij, want Hollywood biedt uiteraard ook vertier en nieuwe mogelijkheden. De genius achter Beckham is het bedrijf 19 entertainment van Simon Fuller, inderdaad de bedenker van Spice Girls en Idols. In een interview liet Beckham weten dat hij nog wel even met zijn goede vriend Tom Cruise had overlegd of hij naar L.A. moest komen. “Meteen doen”, had Cruise gezegd.

Hoewel de voetballer Beckham (31) niet (meer) van absolute wereldklasse is, moet hij met zijn sterrenstatus wel in staat worden geacht MLS een enorme injectie te geven. De aftrap was in ieder geval goed; op de dag van de bekendmaking van zijn transfer kreeg MLS meer publiciteit dan in het gehele jaar daarvoor. En bij LA Galaxy is de kaartverkoop met Beckham al begonnen…

Geplaatst op Molblog, 15 januari 2007.

Feestje

Het is alweer de zevende keer dat de SponsorRingen zijn uitgereikt. Inmiddels hebben de SponsorRingen een sterke positie veroverd binnen het enorme aanbod aan vakprijzen op het gebied van marketing en communicatie.

De SponsorRingen hebben tot doel sponsoring te promoten als volwaardig marketingcommunicatie instrument en de beste cases te lauweren. Dat is geen eenvoudige taak. Zelfs binnen 1 categorie is er een grote verscheidenheid aan cases. En sponsoring als vak evolueert, waardoor er ook altijd discussie is over wat nu wel sponsoring is en wat niet. De Stichting Sponsor Ringen volgt die ontwikkelingen op de voet. Maar in alles staat onze eerder genoemde doelstelling voorop.

De Stichting Sponsor Ringen heeft dit jaar gekozen voor een uitreiking in een feestelijke omgeving. Een maand voor de uitreiking was de zaal al uitverkocht, waardoor we helaas ook mensen hebben moeten teleurstellen de gehele avond te kunnen bijwonen. We zullen bekijken hoe we die groei verder kunnen stroomlijnen, want naast de jaarlijkse uitreiking van de prijzen is de avond van de uitreiking uiteraard de ontmoetingsplek voor al die mensen die op een of andere manier bij sponsoring betrokken zijn. Een waar feestje dus.

Een korte terugblik op de gang van zaken het afgelopen jaar. Opvallend was het aanbod in de verschillende categorieën. De Vakjury Sport had een zware taak te kiezen uit de vele sterke cases in het jaar waarin zowel de Olympische Spelen, het WK Voetbal als de Volvo Ocean Race plaatsvonden. De Vakjury Maatschappij daarentegen moest zich zeer inspannen om een goed aanbod aan cases te overleggen. Er is ontegenzeggelijk een behoefte bij bedrijven tot het tonen van maatschappelijke verantwoord ondernemen, maar blijkbaar is er nog te veel schroom dat ook daadwerkelijk uit te dragen. Na het instellen van de SponsorRing Innovatie in 2005, hebben we ook dit jaar een nieuwe prijs toegevoegd: de SponsorRing Low Budget. Want ook kleinere cases willen we blijven betrekken bij de SponsorRingen.

De Stichting wil alle voorzitters en leden van de Vakjury’s hartelijk danken voor hun inzet de SponsorRingen tot een succes te maken. Onze dank gaat ook uit naar de voorzitter en de leden van de Hoofdjury, die twee enorme dozen met materiaal moesten doorspitten om alle cases te kunnen beoordelen.

Wij zien u graag terug bij de SponsorRingen 2007!

Mr Marcel Beerthuizen, voorzitter Stichting Sponsor Ringen

Column verschenen in Sponsor Tribune, november 2006.

TV is niet dood

De laatste tijd is er steeds meer aandacht voor de effectiviteit van tv-commercials. Terecht, want uiteraard wil elke marketeer exact weten welke bijdrage iedere investering in marketingcommunicatie oplevert. Die rendementsvraag wordt bij sponsoring al sinds jaar en dag gesteld. In tegenstelling tot de investeringen die men in massacommunicatie deed. Als het maar bereik opleverde. Maar wat het exacte rendement daarvan was, werd veel minder kritisch bekeken.

De onderzoeken van BVA/Levi en Forrester geven aan dat het sec gebruiken van bereikcijfers kwestieus is. Die onderzoeksresultaten werden met groot gejuich ontvangen door verschillende vertegenwoordigers van de ‘andere’ disciplines. “TV is dood, investeer daar je geld niet meer in, maar geef het aan ons”. En die ons is dan of internet, of actiemarketing, of pr, of sponsoring. Het is een kortzichtige en verkeerde boodschap. Uiteraard is tv niet dood. Het blijft het massacommunicatiemedium bij uitstek. Internet geeft nog lang niet de bereikscijfers die tv kan bieden. En door de enorme penetratie van het aantal tv-toestellen in huishoudens wordt tv meer en meer een 1-op-1 massacommunicatiemiddel.

De groei in Brand Programming is ook overduidelijk. TV blijft ook een belangrijk medium voor de activering van sponsorships. Let maar op, de winnaars van het oorlogsgeweld rond het WK Voetbal worden bepaald door de impact van de tv-commercial die wordt ingezet. Het goede nieuws is dat sponsorships steeds vaker worden ingezet als centraal thema voor marketingcommunicatiecampagnes. Daar liggen de kansen, niet in het afbranden van andere disciplines.

Column verschenen in Sponsor Magazine, juli 2006.

Managing expectations

Het was voor de drie belangrijkste sportsponsoring objecten in ons land (de KNVB, Eredivisie CV en NOC*NSF) betrekkelijk eenvoudig hun sponsorpakketten te verkopen. Maar na het zetten van de handtekeningen en ontvangen van de eerste termijnen, begon het proces waaraan in de literatuur en lectuur nauwelijks aandacht wordt besteed: het beheren van een sponsorportfolio. Het is een onderdeel van het sponsorvak dat steeds belangrijker is geworden.

Dat beheer is een ‘spel’ waarbij het managen van verwachtingen centraal moet staan. Veel sponsors hebben na het betalen van het sponsorbedrag het gevoel dat ze alles kunnen en mogen bepalen en dat iedere activiteit van het sponsorobject onder hun sponsorship valt. Veel gesponsorden worstelen met de druk van hun partners en hebben angst ‘nee’ te zeggen. Dat zorgt voor spanningen die eerder leiden tot een vervelende scheiding dan tot een gelukkige voortzetting van het huwelijk.

NOC*NSF bijvoorbeeld moet duidelijk wennen aan de assertiviteit en passie waarmee Unilever en haar merken zich op het partnership hebben gestort. Dat ging fout bij de afstemming over de rol van Robijntje als mascotte van het Nederlands Olympisch Team. Onduidelijke communicatie zorgde voor verwarring en onrust, ook binnen de sponsorpool. In een schrikreactie probeerde de sportkoepel vervolgens alle mogelijke conflicten te voorkomen door bijvoorbeeld bij de aankomst van de NS-trein in Zwolle alle individuele uitingen van Partners in Sport tegen te houden.

Er zijn twee belangrijke inzichten als het gaat om het beheren van een sponsorportfolio. Eén: iedere sponsor is een concurrent van de andere sponsors van datzelfde object. Twee: collectiviteit bestaat niet (echt). Goed sponsorbeheer begint daarom vooral in de pré-contractuele fase. Juist dan moeten doelstellingen zo concreet mogelijk worden geformuleerd en grenzen worden aangegeven. Het is een utopie sponsors, die weten dat slechts activering voor rendement zorgt, in een keurslijf te stoppen. Stimuleer de partijen die enthousiast gebruik maken van de rechten die ze gekocht hebben. En manage de verwachtingen van de andere sponsors. Dat heeft vooral met goede communicatie te maken. Het is de formule voor een goed en langdurig huwelijk.

Column verschenen in Sponsor Magazine, april 2006.

What’s in a name?

Eens in de zoveel tijd komt er zo’n woord voorbij dat de oplossing lijkt te zijn voor alle problemen. In marketingland valt er weer zo’n term te ontwaren. Content driven marketing. Het probleem is bekend. Merken komen niet meer in contact. De consument zapt zich een ongeluk langs alle kanalen. We worden doodgegooid met commerciële boodschappen. Alles lijkt op elkaar, niets werkt meer. De consument bepaalt zelf wat hij kijkt, leest, ziet, zinght, huilt, bidt, lacht, werkt en bewondert. Weg mus push, lang leve pull.

De nieuwe oplossing voor het marketingprobleem heet dus content driven marketing, a.k.a. content. Het nieuwe buzzword op congressen, de boodschap van nieuwe bureaus, de boodschap van oude bureaus die op zoek zijn naar nieuw leven, de boodschap van marketeers met een probleem.

Wat is essentieel aan goede content driven marketing? Het speelt in op de interesse van de mensen die je wilt bereiken en beraken. Het is relevant en biedt toegevoegde waarde. En goede content is platform onafhankelijk. Het is een ‘real life’ thematiek.

Het is van alle tijden. Soms duurt het decennia voordat een nieuw concept wordt herkend als revolutionair en vernieuwend. Soms gebeurt dat doordat iemand een twist gaf aan een al jarenlang bestaand idee. Of omdat iemand er een nieuwe naam aan gaf. Denk is aan de klapschaats. Of aan Google.

Het lijkt erop dat de gloriejaren voor sponsoring zijn aangebroken. Want content driven marketing heeft alles te maken met wat sponsoringexperts de afgelopen jaren hebben geleerd. Het aangaan van allianties met ‘entertainment’ partijen. Het aanbieden van experiences aan consumenten. En het activeren van interessevelden in onderscheidende en effectieve communicatie. De operationele kennis van sponsoringexperts is cruciaal voor het succes van content driven marketing.

Laat het kaas niet van je brood eten. Sponsoring adepten van Nederland, grijp uw kans!

Marcel Beerthuizen

Column verschenen in Sponsor Magazine, nr. 1 februari 2006.