As It Was

We hebben het eerder gezien: veranderingen in de mediawereld die ons dwingen om oude kaders opnieuw te bekijken. Wat betekent de Open Net-verplichting nog in een tijd waarin mediaconsumptie grotendeels digitaal is? Hoe definiëren we bereik als algoritmes bepalen wat zichtbaar is? Welke waarde, welke currency hoort bij dat bereik? En wie bewaakt het intellectuele eigendom van diegenen die de content produceren waarop anderen voortbouwen?

De ontwikkelingen gaan zó snel dat wetgevers en toezichthouders het nauwelijks kunnen bijbenen. Niet uit onwil, maar omdat het vrijwel onmogelijk is te voorzien wat nieuwe technologieën teweegbrengen. Er worden stappen gezet. De lopende evaluatie van de Audiovisuele Mediadienstenrichtlijn focust onder meer op een eerlijker speelveld tussen traditionele en nieuwe digitale spelers. Er zijn regelingen gekomen die tot doel hebben de redactionele onafhankelijkheid en het ongeoorloofd gebruik van data te beschermen. Maar we werken ook nog steeds met regels uit een tijd waarin lineaire televisie het uitgangspunt was.

Neem de Flitsenregeling. Die is ooit bedacht om de toegankelijkheid van nieuws te waarborgen: nieuwszenders mogen korte fragmenten gebruiken uit evenementenverslaggeving van anderen, zodat belangrijke nieuwsfeiten niet achter betaalmuren verdwijnen. Dat uitgangspunt is waardevol. Maar de manier waarop de regeling nu uitpakt in het sportdomein, laat zien dat het systeem scheef is gegroeid.

Een nieuwszender kan beelden opvragen van een volledig sportevenement, een Champions League wedstrijd bijvoorbeeld, en daar maximaal 90 seconden uit gebruiken, als een soort van mini-samenvatting, tegen betaling van slechts €250. Dat bedrag staat in geen verhouding tot de waarde van deze content, maar dat is niet eens het kernpunt. De vraag is: wie bepaalt wat nieuwswaarde heeft? Zijn flitsen van Manchester City tegen Real Madrid echt van groot maatschappelijk belang? En als we dat aannemen, is 90 seconden dan niet veel te lang voor wat “nieuws” heet te zijn? Bovendien: hoort bij dat gebruiksrecht niet een marktconforme vergoeding?

Sport is bij uitstek het terrein waar economische waarde, publieke beleving en journalistieke vrijheid samenkomen. Juist daar zie je dat een regeling bedoeld voor korte nieuwsitems, nu wordt gebruikt als goedkoop substituut voor rechten waar miljoenen voor worden betaald. Wat ooit publieke toegang moest waarborgen, fungeert nu soms als vrijbrief om economische waarde te onttrekken zonder redelijke tegenprestatie. Daarom is het tijd voor een herijking. De aanpassing van de Audiovisuele Mediadienstenrichtlijn biedt daarvoor een uitgelezen kans. We hoeven de Flitsenregeling niet af te schaffen, we moeten haar actualiseren. Zodat ‘recht op nieuws’ geen vrijbrief wordt voor gratis sportcontent, maar een afgewogen balans tussen openheid en rechtvaardigheid.

Deze column is verschenen in Broadcast Magazine, april 2026.

Afbeelding: © Marloes de Vries