Over de Super League (en de Superleague)

Iedere twee jaar duikt het woord weer op in de voetbalwereld: Super League. Interesse van investeerders om een nieuwe Europese clubcompetitie op te zetten geeft de grote clubs uit Engeland (onder aanvoering van Liverpool en Manchester United), Spanje (Barcelona en Real Madrid), Duitsland (Bayern München), Italië (Juventus) en Frankrijk (Paris Saint-Germain) een instrument om de UEFA onder druk te zetten en nieuwe voorwaarden te stellen aan de opzet en geldverdeling van UEFA’s Champions League.

Covid-19 zorgt ervoor dat de clubs nog meer behoefte hebben aan extra inkomsten. De opbrengsten van de UEFA vallen door het virus € 600 miljoen lager uit, wat heeft geleid tot een reductie van de bedragen die de clubs ontvangen voor deelname aan de Champions League.

De pandemie heeft ook gezorgd voor een overvolle wedstrijdkalender, waardoor topspelers competitiewedstrijden, nationale en internationale bekerwedstrijden moeten spelen en verplichtingen hebben voor hun nationale teams. De clubs klagen want zij betalen forse salarissen en transfersommen en krijgen steeds vaker geblesseerde spelers terug van de internationale breaks.

Er is bij de clubs een voorkeur om minder te spelen in internationale competities; de wedstrijden die gespeeld worden, moeten van het hoogste niveau zijn. Die zijn veel meer waard en vele malen interessanter dan de in hun ogen oninteressante poulewedstrijden in de eerste fase van de huidige Champions League. Bovendien zouden de uitslagen in een kleinere topcompetitie onvoorspelbaarder en daarmee aantrekkelijker zijn dan nu het geval is.

Er is nog een punt dat de behoefte tot verandering versterkt: het governance model van het voetbal zit de grote clubs in de weg: er zijn in hun ogen veel te veel (kleine) clubs die invloed hebben op de besluitvorming.

De grote clubs willen meer geld, de UEFA heeft minder: het is een ideale voedingsbodem voor nieuwe initiatieven van investeerders die geen geldproblemen kennen.

Zakenbank JP Morgan heeft een budget van € 6 miljard beschikbaar voor het opzetten van een Superleague, gestoeld op het organisatiemodel van Amerikaanse sporten: 15 vaste founders uit de vijf grote voetbal economieën plus 5 clubs die kunnen wisselen. De competitie bestaat bij aanvang uit twee poules van 10 clubs waarvan de beste vier doorgaan naar de eindrondes. In totaal gaat het om 193 wedstrijden die doordeweeks worden gespeeld, de finale in het weekend. Voor de founders ligt er ruim € 3 miljard aan startpremie klaar om te verdelen. Clubs moeten zich onvoorwaardelijk binden aan dit model. Er zijn ook eisen op het gebied van financiën, transfer- en salarisbudgetten. Real Madrid en Barcelona hebben publiekelijk hun interesse voor dit concept geuit. De kansen voor deelname aan dit concept door een Nederlandse club is miniem.

UEFA ziet het gevaar en is ook met een nieuw format gekomen met de naam European Super Project. Bij de voetbalkoepel staat solidariteit, een open systeem met promotie en degradatieregelingen voorop. Dit plan beschrijft drie internationale bekercompetities waaraan 84 clubs kunnen deelnemen.

De top van deze nieuwe piramide wordt gevormd door de nieuw op te zetten UEFA Super League. Die bestaat eveneens uit 20 clubs met vertegenwoordiging uit negen voetballanden. De tweede internationale clubcompetitie is de UEFA Europa League met 32 deelnemers, de derde is de UEFA Europa Conference League met eveneens 32 deelnemers. In vergelijking met de huidige opzet levert dit nieuwe model vooral meer geld op voor de clubs in de Europa League en Europa Conference League. Daarnaast wordt een deel van de totale opbrengsten gebruikt voor het ondersteunen van kleine voetbalbonden en breedtesport programma’s.

UEFA zal alles in het werk stellen om een breakaway van de grootste en meest populaire clubs van Europa te voorkomen, o.a. met het dreigement om clubs te sanctioneren. Vanzelfsprekend onderzoeken alle betrokken partijen alle juridische mogelijkheden en ontsnappingsroutes met extra aandacht voor het mededingingsrecht en de vrijheid van atleten (en clubs) om aan evenementen mee te doen die niet door de koepelorganisatie worden georganiseerd.

De FIFA speelt een interessante rol in dit spel. De wereldvoetbalbond werkt aan een mondiale Champions League onder de naam FIFA Global World Cup en zou de macht van UEFA graag willen breken. Onder de vlag van FIFA zouden de clubs kunnen blijven deelnemen aan hun nationale competities, wat zeker voor de Engelse, Spaanse en Duitse clubs de basis is (en blijft) van hun bestaan. FIFA zou 12 clubs uit de Superleague automatisch laten instromen in de Global World Cup.

Hoe groot is de kans voor een breakaway? Die komt steeds dichterbij. Alles is afhankelijk van de opstelling van UEFA in de komende maanden. Zeker voor de Engelse, Duitse en Spaanse clubs blijven hun nationale competities het allerbelangrijkst. Als de deelname daaraan niet in gevaar komt, worden de kansen voor een nieuw te vormen Superleague steeds groter.

Voor het Nederlandse voetbal is het beter als de UEFA aan de macht blijft. Dan kunnen alle fans blijven dromen van het winnen van de cup met de grote oren en tot de beste van Europa wordt gekroond.

In BNR Zakendoen #sporteconomie ging het op 18 november 2020 over de Super League (en Superleague). De uitzending is terug te luisteren via deze link.

Op deze site vind je alle podcast van ‘Over sport en economie’, inmiddels zijn dat meer dan 100 afleveringen. Je kunt ze ook vinden in je favoriete podcast app, zoek dan op ‘Over sport en economie’.

Over sporters op een podium

Het Internationaal Olympisch Comité verbiedt sporters om nadrukkelijk hun mening te verkondigen tijdens de Olympische Spelen. In regel 50 van het olympisch handvest staat dat politieke en religieuze gebaren net als raciale propaganda niet worden getolereerd op de Spelen.

Sebastian Coe, voorzitter van de internationale atletiekorganisatie World Athletics en een prominent sportbestuurder, juicht het juist toe dat sporters het moment van de medaille-ceremonie gebruiken om de aandacht op misstanden te vestigen door bijvoorbeeld te knielen. De Brit vindt dat er ruimte moet zijn voor politieke uitingen. “Atleten zijn nu eenmaal onderdeel van deze wereld en ze willen uiting geven aan de wereld waarin ze leven. Voor mij is het helemaal prima als ze dat willen doen.”

De meest sportkoepels zoals FIFA en UEFA kennen soortgelijke verbodsbepalingen als het IOC, maar gaven blijk van begrip voor de wereldwijde protesten naar aanleiding van de dood van George Floyd.

In de Bundesliga werden spelers die aandacht schonken aan Black Lives Matter niet bestraft met bijvoorbeeld een gele kaart. Andere sportorganisaties besloten tot het uitbrengen van een gezamenlijk statement, zoals de Engelse Premier League waar alle spelers voor aanvang van de wedstrijd knielden. In de Formule 1 droegen alle coureurs een BLM t-shirt, maar was het een persoonlijke beslissing om wel of niet te knielen voor de race.

Het IOC wil niet speculeren over wat er gaat gebeuren als atleten volgend jaar tijdens de Spelen besluiten om bijvoorbeeld te knielen bij het volkslied. Men liet wel eerder dit jaar weten in gesprek te gaan met atleten naar aanleiding van de Black Lives Matters-protesten.  

In september riep de Braziliaanse beachvolleybalster Carol Solberg in een interview na afloop van een medaille-uitreiking “En om het niet te vergeten, weg met Bolsonaro.”. Het zorgde voor enorme discussie in Brazilië en de Braziliaanse volleybalbond dreigde met schorsing en een boete van € 15.000. Solberg zou met haar uitspraak de regels van de volleybalbond hebben overtreden, waarin sporters worden verboden hun mening via de media te uiten als die het imago van de Braziliaanse volleybalbond en sponsors kunnen schaden. Solberg kreeg uiteindelijk een berisping van het Braziliaans Hooggerechtshof voor Sportrecht. Opvallend was wel dat twee volleyballers en een voetballer die zich pro-Bolsenaro hadden geuit, niet werden beschimpt of bestraft.

Sport en politiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het organiseren van een groot sportevenement is vaak gebruikt om dictatoriale regimes te promoten. De Spelen zijn ingezet in discussies over oorlogen en conflicten. Sporters gebruikten al eerder het podium van de Spelen om aandacht te trekken voor een maatschappelijke kwestie, met het Black Power-gebaar van Tommie Smith en John Carlos tijdens de Spelen van 1968 als het meest bekende voorbeeld. Het werd een wereldberoemd moment dat het IOC paradoxaal genoeg ook zelf gebruikt ter promotie van de Olympische Spelen.

Sporters zijn rolmodellen en kunnen mensen inspireren en ook aandacht trekken voor ‘een zaak’. Of dat een goede of slechte zaak is, is aan het oordeel van de sporter. Zij hebben tal van mogelijkheden om hun mening te verkondigen. In interviews, persconferenties en op social media bijvoorbeeld. Zoals LeBron James dat deed in een post-match interview na afloop van de NBA Finals waarin hij dieper inging op zijn standpunten over Black Lives Matter. Volgens James gaat het om ‘strenght in numbers’: als je het samen doet, kun je echt iets veranderen. Ook sponsors verkondigen steeds vaker hun mening en houden zich, anders dan enkele jaren geleden, niet langer afzijdig van maatschappelijke kwesties.

Is een podium-ceremonie tijdens de Olympische Spelen ook zo’n uitgelezen moment? De geschiedenis leert van wel (zie 1968). Toch ben ik van mening dat het IOC moet voorkomen dat de medaille-ceremonie de plek wordt voor allerlei politieke, religieuze of maatschappelijke uitingen. Voordat je het weet, wordt het een ratjetoe van allerlei particuliere meningen, hoe wezenlijk die soms ook kunnen zijn.

Laat het Olympische podium de plek zijn voor inspiratie en verbinding in plaats van aanleiding te geven voor de steeds verder toenemende intolerantie, polarisatie en haat. Uiteraard moeten kwesties aan de kaak kunnen worden gesteld en moet iedereen zijn mening kunnen verkondigen. De sport (atleten, teams, bonden, sportkoepels, fans, sponsors) heeft genoeg kanalen en momenten, ook tijdens de Spelen, om haar mening te verkondigen en verschil te maken.

In BNR Zakendoen #sporteconomie ging het op 14 okober 2020 over sporters op een podium. De podcast van de uitzending is terug te luisteren via deze link.

Over Oranje Boven

In BNR Zakendoen ging het op 21 november 2018, kort na de twee succesvolle interlands van het Nederlands Elftal tegen Frankrijk (2 – 0) en Duitsland (2 – 2) over de volatiliteit van Oranje. Wat bepaalt die bewegelijke koers? Is succes op het veld de enige factor? Of is er meer? Wat betekent dit voor de commerciële impact van de Leeuwen en van de Leeuwinnen, die zich gekwalificeerd hebben voor het WK Vrouwenvoetbal 2019? Ook aandacht voor het opvallende initiatief vanuit de coalitie om Nederland te laten kandideren voor de organisatie van WK Vrouwenvoetbal 2027. Thomas van Zijl stelde als altijd de vragen.

De uitzending is hier te bekijken en hier te beluisteren.

Over Football Leaks, Super Leagues en de zin en onzin van Financial Fair Play

Modern Football is Wall Street Football. Daar waar geld rijkelijk vloeit, is altijd het gevaar van misbruik van macht, corruptie en vals spel.

Het sport & economie item in BNR Zakendoen ging op woensdag 7 november over Football Leaks, Super Leagues en de zin en onzin van Financial Fair Play.

Thomas van Zijl is de vaste presentator van dienst en stelde de vragen. Maria van der Heijden van MVO Nederland was de Zakenpartner deze dag.

Het item is hier te beluisteren.

De podcast (en andere uitzendingen in audio) vind je hier:

 

Over het WK Voetbal

BNR Zakendoen kwam woensdag 20 juni vanuit de A’dam Tower aan ’t IJ. In de aflevering over sport & economie ging het – uiteraard – over het WK Voetbal.

Over wat het betekent dat Oranje niet meedoet, maar vooral over de financiële cijfers van dit WK, over sponsors, over opvallende zaken en over de keuze van de FIFA voor de Verenigde Staten, Canada en Mexico als organisatoren van het WK 2026 ten faveure van Marokko. De uitzending eindigt met een (sentimentele) voorspelling van de winnaar.

De uitzending is hier te bekijken en hier te beluisteren.

Over Cristiano Ronaldo (en over een megabod aan FIFA)

In de serie Sport & Economie in BNR Zakendoen ging het op woensdag 25 april 2018 over het megabod van $30 miljard dat de FIFA heeft ontvangen van een niet bekendgemaakt conglomeraat dat naar verluidt bestaat uit de Japanse SoftBank, sport- en entertainmentmarketingbureau Endeavor (waaronder IMG) en investeerders uit de Verenigde Arabische Emiraten.

De uitzending ging vooral over Cristiano Ronaldo die niet alleen op het veld maar ook naast het veld allerlei (financiële) records breekt.

De uitzending is hier te bekijken en hier als podcast te beluisteren.

Stelling nemen

Onrust in België. De Belgische voetbalbond KBVB had rapper Damso gevraagd een WK-lied voor de Rode Duivels te maken. Dat stuitte op veel kritiek, want de rapper wordt verweten vrouwonvriendelijk teksten te schrijven. De Vrouwenraad, een Belgische organisatie die zich inzet voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen, stuurde een open brief aan de sponsors van de KBVB. De sponsors uitten hun bezorgdheid. De bond zwichtte voor alle druk (de politiek had zich er inmiddels ook mee bemoeid) en beëindigde de samenwerking met de kunstenaar.

In Nederland was er een soortgelijk incident. Belangenorganisaties riepen Amstel, Gillette en Toto op te stoppen met de sponsoring van het tv-programma Voetbal Inside na een optreden van ‘Renate’ van der Gijp. Toto noemde het optreden ‘smakeloos’ en nam met klem afstand van alle kwetsende grappen. Tot een boycot kwam het niet.

Niet mee bemoeien: de stelregel voor een sponsor als de organisatie die je sponsort onder vuur ligt. Immers, je maakt mede mogelijk en bent als sponsor niet verantwoordelijk. Als de onrust aanhoudt (denk aan het corruptieschandaal dat de FIFA maandenlang in zijn greep hield) en je niet langer kunt zwijgen, uit je je bezorgdheid en vraag je om een diepgaand onderzoek. Achter de schermen voer je de druk op en eis je verandering met als ultiem dreigement het stoppen van de sponsoring. Voor het oog van de camera’s houd je afstand. Het is een strategie in tijden van crisis die niet alleen de sponsors van de FIFA en het IOC maar ook van de KNVB met succes hebben toegepast.

De vraag is of deze strategie nog werkt. In een wereld waar discussies feller worden en digitaal kunnen ontploffen, zullen sponsors meer en meer worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Zullen ze stelling moeten nemen. Zo kan sponsoring voor problemen zorgen waar je als merk totaal niet op zit te wachten.

Een oplossing? Zoek de aanval. Steeds vaker zie je dat bedrijven een politiek of principieel standpunt innemen. Tegen #trump. Tegen #metoo. Tegen #kinderarbeid. Laat zien waar je voor staat, dan hoef je je nooit te verdedigen.

Deze column is verschenen in Sponsorreport, 19 april 2017.

Over de groei van esports

In een paar jaar tijd is de gaming industrie uitgegroeid tot een van de grootste onderdelen van de entertainment industrie. Het spelen van wedstrijden, de zogenaamde esports, blijft maar toenemen. Van een subcultuur is dit aan het uitgroeien tot mainstream entertainment, waaraan niet alleen miljoenen mensen meedoen, maar waar ook miljoenen mensen naar kijken. Waarom richten steeds meer sportbonden, clubs, atleten en bedrijven zich op ‘electronic sports’?

Het tweewekelijkse sport & economie-item in BNR Zakendoen van 11 april is hier te bekijken en hier te beluisteren als podcast.

Over Piketty in het voetbal

Op 31 januari ging het in BNR Zakendoen van Annette van Soest en Thomas van Zijl over de toenemende ongelijkheid in het internationale clubvoetbal. De Deloitte Football Money League laat zien dat het verschil tussen arm en rijk exponentieel toeneemt. Hoe ontwikkelt de markt zich? Wat betekent dit voor Nederland? Kan en moet er iets gebeuren aan de steeds groter wordende kloof?

Je kunt de uitzending hier bekijken en hier te beluisteren.