As It Was

We hebben het eerder gezien: veranderingen in de mediawereld die ons dwingen om oude kaders opnieuw te bekijken. Wat betekent de Open Net-verplichting nog in een tijd waarin mediaconsumptie grotendeels digitaal is? Hoe definiëren we bereik als algoritmes bepalen wat zichtbaar is? Welke waarde, welke currency hoort bij dat bereik? En wie bewaakt het intellectuele eigendom van diegenen die de content produceren waarop anderen voortbouwen?

De ontwikkelingen gaan zó snel dat wetgevers en toezichthouders het nauwelijks kunnen bijbenen. Niet uit onwil, maar omdat het vrijwel onmogelijk is te voorzien wat nieuwe technologieën teweegbrengen. Er worden stappen gezet. De lopende evaluatie van de Audiovisuele Mediadienstenrichtlijn focust onder meer op een eerlijker speelveld tussen traditionele en nieuwe digitale spelers. Er zijn regelingen gekomen die tot doel hebben de redactionele onafhankelijkheid en het ongeoorloofd gebruik van data te beschermen. Maar we werken ook nog steeds met regels uit een tijd waarin lineaire televisie het uitgangspunt was.

Neem de Flitsenregeling. Die is ooit bedacht om de toegankelijkheid van nieuws te waarborgen: nieuwszenders mogen korte fragmenten gebruiken uit evenementenverslaggeving van anderen, zodat belangrijke nieuwsfeiten niet achter betaalmuren verdwijnen. Dat uitgangspunt is waardevol. Maar de manier waarop de regeling nu uitpakt in het sportdomein, laat zien dat het systeem scheef is gegroeid.

Een nieuwszender kan beelden opvragen van een volledig sportevenement, een Champions League wedstrijd bijvoorbeeld, en daar maximaal 90 seconden uit gebruiken, als een soort van mini-samenvatting, tegen betaling van slechts €250. Dat bedrag staat in geen verhouding tot de waarde van deze content, maar dat is niet eens het kernpunt. De vraag is: wie bepaalt wat nieuwswaarde heeft? Zijn flitsen van Manchester City tegen Real Madrid echt van groot maatschappelijk belang? En als we dat aannemen, is 90 seconden dan niet veel te lang voor wat “nieuws” heet te zijn? Bovendien: hoort bij dat gebruiksrecht niet een marktconforme vergoeding?

Sport is bij uitstek het terrein waar economische waarde, publieke beleving en journalistieke vrijheid samenkomen. Juist daar zie je dat een regeling bedoeld voor korte nieuwsitems, nu wordt gebruikt als goedkoop substituut voor rechten waar miljoenen voor worden betaald. Wat ooit publieke toegang moest waarborgen, fungeert nu soms als vrijbrief om economische waarde te onttrekken zonder redelijke tegenprestatie. Daarom is het tijd voor een herijking. De aanpassing van de Audiovisuele Mediadienstenrichtlijn biedt daarvoor een uitgelezen kans. We hoeven de Flitsenregeling niet af te schaffen, we moeten haar actualiseren. Zodat ‘recht op nieuws’ geen vrijbrief wordt voor gratis sportcontent, maar een afgewogen balans tussen openheid en rechtvaardigheid.

Deze column is verschenen in Broadcast Magazine, april 2026.

Afbeelding: © Marloes de Vries

You’ll Never Walk Alone

In de sportwereld wemelt het van de broodjeaapverhalen, of zoals marketeers ze graag noemen: urban myths. Verzinsels verpakt als feiten, circulerend van kantine tot talkshowtafel. Neem de hardnekkige mythe dat een voetbalclub een transfersom van 100 miljoen “zomaar” terugverdient met shirtverkoop. Of dat Ajax-sponsors niets in Rotterdam te zoeken hebben. Allemaal kletskoek, maar wel verhalen die blijven rondzingen. Want als ze eenmaal uit hun kooi zijn gelaten, krijg je ze niet zomaar meer terug; rectificaties halen zelden de emotionele impact van het fabeltje zelf.

De meest recente mythe? Dat de Eredivisie-samenvattingen voor de NOS geen geld kosten en bakken vol reclame-inkomsten opleveren. Dit sprookje werd enkele maanden geleden gelanceerd tijdens een uitzending van Eva Jinek, toen de discussie oplaaide over bezuinigingen bij de publieke omroep. Vol stelligheid werd verteld dat de samenvattingen wel 30 tot 40 miljoen aan reclame opbrengen, véél meer dan de NOS voor die rechten neerlegt. Hoeveel de NOS werkelijk betaalt voor de rechten, blijft overigens een publiek geheim, maar insiders en mediamensen spreken over 15 tot 20 miljoen. De werkelijke jaarlijkse reclameopbrengst? Zeven miljoen, aldus STER-directeur Frank Volmer. Die 30 à 40 miljoen sloeg op een topjaar met Olympische Spelen en een WK of EK Voetbal, niet op een doorsnee sportseizoen. Feiten uit context, misvatting geboren, rectificatie nooit geland.

Lees verder “You’ll Never Walk Alone”

Geen bal op de tv

“Hé, er is geen bal op de tv.” In 1982, het jaar dat Doe Maar het liedje met deze tekstregel uitbracht, was er inderdaad weinig live voetbal op tv te zien. Zeker als het om Europees clubvoetbal ging. Pas als het stadion was uitverkocht, werd bepaald of de wedstrijd op tv zou worden uitgezonden. Een stelregel waarvan na verloop van tijd werd afgeweken, vanwege de productionele voorbereidingen maar ook omdat duidelijk was dat een tv-uitzending en stadionbezoek elkaar niet bijten.

Inmiddels vliegen de ballen je om de oren. Voetbal is een mondiaal entertainment product, een industrie waarin honderden miljarden omgaan. Een markt die maar blijft groeien, ook om dat financiële analisten en investeringsvehikels ervan overtuigd zijn dat er op alle niveaus substantiële groei mogelijk is. Dan moet er wel gespeeld worden en dat gebeurt dan ook. Voetbal staat altijd aan.

Lees verder “Geen bal op de tv”

Lang zal die leven

Broadcast Magazine viert haar zevende lustrum, het is een felicitatie waard. Stilstaan bij mijlpalen doet twee dingen met een mens. Je denkt terug aan hoe het ooit begon. En je vraagt je af wat de toekomst zal brengen.

Het eerste nummer van BM verscheen in 1989. Hoe zag de wereld van sport, marketing en media er toen uit? Commerciële TV deed zijn intrede met de start van RTL Véronique. Vrijwel alle sport werd uitgezonden door de NOS, Eurosport ging dat jaar ook van start. De bedragen die voor tv-rechten werden betaald waren te overzien, er was amper concurrentie. De NOS betaalde zo’n 2 miljoen gulden per seizoen voor de samenvattingen van de Eredivisie, die een jaar later werd omgedoopt tot PTT Telecompetitie. De inzet van atleten als uithangbord gebeurde al veel langer, in BM’s geboortejaar waren Yvonne van Gennip en Marco van Basten toonaangevende rolmodellen. Er was nog geen wijdverbreid internet, er waren geen smartphones en sociale media, laat staan AI: in 1989 zag de wereld er totaal anders uit.

Er is enorm veel veranderd in de afgelopen jaren, maar hoe zal de wereld eruitzien over 35 jaar? Wat zal de impact zijn van alle technologische, sociologische, maatschappelijke en klimatologische ontwikkelingen die ons te wachten staan? Het kan niet anders dat tegen die tijd de machtsverhoudingen, de spelvormen, het spelen van en kijken naar sport totaal zijn veranderd.

Lees verder “Lang zal die leven”

“We zouden TeamNL en de Olympisch sporten met een eigen kanaal veel krachtiger in de markt kunnen zetten dan nu gebeurt.”

Met zes lineaire kanalen, meer dan 10 streamingkanalen en een bomvolle rechtenportefeuille is Ziggo Sport onomstreden de grootste sportzender van Nederland. Een sportzender wil geld verdienen, maar als Nederlandse organisatie ziet Ziggo Sport het ook als haar verantwoordelijkheid om de Nederlandse sport en Nederlandse evenementen groter te maken, aldus Ziggo Sport directeur Marcel Beerthuizen.

Door Frans Oosterwijk voor Sport & Strategie

Een ongekende potpourri van goals en hoogtepunten. 29 januari was op Ziggo Sport de Super Switch te zien, een avond met ontknopingen in de eerste ronde van de Champions League. Alle 36 ploegen speelden die avond gelijktijdig hun wedstrijden waarin werd uitgemaakt wie doorging naar de volgende ronde en wie was uitgeschakeld. Een dag later volgde een tweede Super Switch met dezelfde finale ontwikkelingen in de Europa League. Op de eerste avond vielen er 64 doelpunten in 18 wedstrijden, op de tweede 52 doelpunten in opnieuw 18 wedstrijden. Spanning en sensatie gegarandeerd: elke plaspauze, elk moment van onoplettendheid kon de kijker doelpunten kosten.

Ook voor de ruim honderd betrokken technici, regisseurs, cameramensen, redacteuren, presentatoren, commentatoren en analisten die de hoogtepunten voor het kijkerspubliek uitserveerden, was de Super Switch een tour de force. Vooral omdat het voortdurend schakelen een vlekkeloze, onderlinge samenwerking vergt. En dan moesten ook nog de kijkers die liever één wedstrijd in zijn geheel consumeerden, worden bediend. Op vijf andere Ziggo-kanalen deden commentatoren verslag van de wedstrijden van Nederlandse clubs en van topclubs als Barcelona en Juventus.

“Qua organisatie is het net een militaire operatie,” zegt Ziggo Sport directeur Marcel Beerthuizen. “Bij wedstrijden om de UEFA Conference League en de UEFA Nations League waren er ook al Switch-avonden en onze mensen zijn prima op elkaar ingespeeld. Maar er hoeft maar één radertje het te laten afweten of de machinerie raakt ontregeld.”

Lees verder ““We zouden TeamNL en de Olympisch sporten met een eigen kanaal veel krachtiger in de markt kunnen zetten dan nu gebeurt.””

Dat wil ik ook!

Net als iedere marketeer zijn sportmarketeers elke dag bezig het bereik, de betrokkenheid en de verkoop van hun product te vergroten. Er lijkt een nieuwe ‘silver bullet’ te zijn: sportdocumentaires.

Het komt allemaal door Drive to Survive, de Netflix serie over Formule 1. De serie wordt enorm goed bekeken. Het echte succes is de aanwas van nieuwe markten (met name de VS) en van jonge fans die door de serie F1 intensief zijn gaan volgen. Geweldig voor rechtenhouder Formula One Management, de coureurs, de teams, de sponsors en de fans, die het gevoel hebben dat ze een echte inkijk achter de schermen krijgen. Günther Steiner, de sympathieke directeur van Haas F1 Team, is door de serie uitgegroeid tot een ware cultheld. Max Verstappen werkte eerder niet mee, dit jaar wel (de opnames voor seizoen 5 lopen) omdat zijn management inziet dat DtS een aanjager is voor een grotere populariteit, meer volgers en meer verkoop, van eigen merchandise bijvoorbeeld. Belangrijke eis van Verstappen: hij krijgt inspraak in de manier waarop hij wordt geportretteerd.

De sportwereld aanschouwt het succes en zegt: ‘Dat wil ik ook!’. Wimbledon en de Tour de France werken aan een serie en steeds meer rechtenhouders, clubs, teams, atleten laten content-makers toe tot hun domein dat voorheen hermetisch gesloten was.

Het kopiëren van een succesformule is allerminst eenvoudig. Het maken van een documentaire is arbeidsintensief en dus al snel duur. Je hebt characters nodig, er moet steeds iets spannends gebeuren dat zorgt voor cliffhangers. Minstens zo belangrijk: je moet makers hebben die de verhalen op de juiste manier kunnen vertellen.

Er is echter geen keus. Iedere zichzelf respecterende sportorganisatie moet hierin investeren. Neem mensen in dienst die content maken, voor de korte (online/social) en voor de lange termijn. Zelfs als je niet weet waar je moet beginnen, moet je er toch aan beginnen. Wees de fly on the wall die alles ziet en laat de mooie verhalen voor je ogen ontvouwen.

Twee geweldige sport documentaires, When We Were Kings (over Ali vs. Foreman) en The Last Dance (over seizoen 1997 – 1998 van de Chicago Bulls) zijn pas 23 jaar na het filmen uitgebracht. Het materiaal lag jarenlang op de plank voordat het werd getransformeerd tot wereldwijde hits. Vanzelfsprekend hoop je op korte termijn succes, maar content van nu kan over 23 jaar een goudmijn blijken te zijn. Dus: camera klaar… actie!

Uit: When We Where Kings

Deze column is verschenen in Sponsorreport, oktober 2022.

Over NFT’s

Het verzamelen van plaatjes en bijzondere items heeft in de sportwereld een nieuwe dimensie gekregen door de opkomst van NFT’s. NFT staat voor Non-Fungible Token, dat is een crypto grafische vastlegging van uniek items of momenten waarbij gebruik wordt gemaakt van blockchain technologie.

NFT’s verschijnen in allerlei vormen. CryptoKitties waren een van de eerste NFT’s, uitgebracht door het het Canadese bedrijf Dapper Labs. Inmiddels zijn er kunstwerken, Tweets, muziekwerken en videogame characters als NFT uitgebracht en verkocht.

Ook de sportwereld heeft de commerciele mogelijkheden van NFT’s ontdekt. Het meest aansprekende voorbeeld op dit moment zijn de NBA Top Shots. Het gaat hierbij om bijzondere momenten uit het basketbal die door liefhebbers, investeerders en speculanten kunnen worden gekocht op het door Dapper Labs ontwikkelde platform. Er zijn unieke NFT’s, zoals de Genesis Ultimate Tier van een dunk van LeBron James die inmiddels al meer dan $ 200.000 heeft opgebracht.

Je kunt ook NBA Top Shots van een dollar kopen waarvan er tienduizend ‘unieke’ exemplaren zijn. De sales van deze nieuwe vorm van sportplaatjes komt overeen met de wijze waarop dat in games als Fortnite en FIFA wordt gedaan: met Packs, Drops en speciale limited editions. Fans worden opgeroepen hun fan-ship duidelijk te maken met hun eigen unieke collectie. De NBA verleent haar officiële licentie aan de momenten, een deel van de opbrengst gaat naar de speler en zijn club. Het is een vorm van marketing waar de Amerikaanse sport in excelleert. NBA Top Shots is in oktober 2020 gelanceerd en inmiddels is via dit platform meer dan $ 400 miljoen omgezet.

De interesse is ook beïnvloed door Covid-19. De aandacht voor digitale marktplaatsen is enorm toegenomen, er is kapitaal, er zijn fans en er is de kans dat jouw verzameling meer waard kan worden, zeker als een eerstejaars ‘Rookie’ later uitgroeit tot een wereldspeler. Overigens is er ook een hausse in de traditionele papieren sportplaatjes. Unieke exemplaren verwisselen voor miljoenen dollars van eigenaar.

NFT’s zijn een nieuwe manier om specifieke items in geld om te zetten, vandaar dat de sportwereld hierop duikt. Ook in Nederland verschijnen de eerste initiatieven, o.a. van het platform Momentible.

Is dit een tijdelijke opleving, een ‘bubble’ die op zeker moment gaat ontploffen? De blockchain zorgt in ieder geval voor de uniciteit van het specifieke token. Hoelang de gebruikte technologie (dat is bij Top Shots de blockchain van de Ethereum munt) blijft bestaan, weet niemand. Het verzamelen van sportmemorabilia is al meer dan honderd jaar oud en bijzondere exemplaren behouden altijd hun waarde. Place your betts…

De podcast van de uitzending van BNR Zakendoen over NFT’s vind je hier.

Over veranderend kijkgedrag

Dat steeds minder mensen naar lineaire televisie kijken is algemeen bekend. Nieuws (journaals) en live sport en entertainment weten nog altijd veel (lineaire) kijkers te trekken, maar er zijn ook grote veranderingen zichtbaar in het kijkgedrag van sportliefhebbers. Het iconische bord op schoot is aan het verdwijnen en is een snack uit de hand aan het worden.

Amerikaans onderzoek laat zien dat steeds meer sportfans de voorkeur geven aan samenvattingen (highlights) dan het live kijken naar een wedstrijd. Dit geldt met name voor de leeftijdsgroepen 18 – 24 jaar (GenZ) en 25 – 40 jaar (Millennials). Meer dan de helft van de jonge sportfans van de NBA (basketball) en de MLB (honkbal) de voorkeur aan highlights boven live uitzendingen. Bij de fans van de NFL (American football) gaat het om 48% (GenZ) en 20% (Millennials).

Als belangrijke reden om minder live te kijken, wordt aangegeven dat de spanning van een wedstrijd pas aan het einde zit (en het dus te lang saai is). Dat geldt zeker voor NBA basketball waar de teams ongelofelijk veel wedstrijden spelen en in het reguliere seizoen de inspanningen pas in het laatste kwart worden geleverd. Ook wordt de lange duur van de play-offs als reden genoemd, in de VS gaat het in verschillende sporten om lange reeksen van best-of-seven wedstrijden.

Het betekent overigens niet dat de jongere doelgroepen minder enthousiast zijn over sport; men beleeft sport op een andere manier: via highlights dus, maar ook via apps, social media, video games, podcasts en kansspelen.

Ook in Nederland zien we al enige jaren een sterke afname van het kijken naar sport via lineaire tv. Een recent onderzoek van Wayne Parker Kent en MediaTest laat zien dat er ook hier steeds vaker On Demand wordt gekeken.

De corona pandemie heeft ook hier zijn invloed. Op mondiaal niveau zijn de kijkcijfers voor sport over het algemeen afgenomen. Dat komt onder meer door de afwezigheid van toeschouwers, wat voor een andere, minder intense sfeer zorgt. Daarnaast is er een enorme concurrentie van entertainment-aanbieders die zich richten op iedereen die gedwongen thuis zit en op zoek is naar vermaak. Het aanbod is enorm. Naast video is ook audio aan het groeien met een duizelingwekkende toename van podcasts en de opkomst van innovaties als ClubHouse.

Live sport kijken is aan het afnemen maar zal vanzelfsprekend niet verdwijnen. Uitzonderlijke sportprestaties zorgen er nog steeds voor dat mensen in grote getale naar live sport kijken. Ziggo Sport noteerde vorige maand de beste kijkcijfers ooit (2,5 miljoen kijkers) met de uitzendingen rond de spannende race tussen Max Verstappen en Lewis Hamilton tijdens de Formule 1 Grand Prix van Bahrein.

De veranderingen in het kijkgedrag zorgen voor twee uitdagingen voor rechtenhouders en mediapartijen: 1) hoe zorg je ervoor dat meer mensen live sport gaan kijken? 2) hoe zorg je ervoor dat je de rechten van samenvattingen beter kunt vermarkten zonder dat de kosten te hoog worden en mensen afhaken?

Wat dat laatste betreft betekent dit dat het prijsaanbod van sport in lijn moet zijn met wat kijkers gewend zijn. De prijzen van Netflix, Videoland en Spotify zetten de standaard. GenX besteedt momenteel maandelijks € 5,52 aan streaming diensten. Millennials besteden zo’n € 10,70 per maand. Het zijn lagere bedragen dan het huidige (one size fits all) aanbod van veel sportzenders: ESPN kost € 7,50 tot € 18 per maand (afhankelijk van de provider, bij sommige aanbieders is het onderdeel van het basispakket), Ziggo Sport kost zo’n € 15 per maand.

Het veranderende kijkgedrag gaat veranderingen in het financiële ecosysteem van de grote sporten veroorzaken, die draaien op de inkomsten van de verkoop van live-rechten. In dat model worden samenvattingen gebruikt om liefhebbers betrokken te houden en nieuwe kijkers te trekken en zijn die rechten veelal onderdeel van de aangekochte live-rechten. Dat zal gaan veranderen, er zijn insiders die voorspellen dat de rechten van samenvattingen meer gaan opleveren dan die van live-uitzendingen.

Als het kijken naar samenvattingen de dominante vorm van sportconsumptie wordt, betekent dit voor sponsors dat ze andere manieren moeten ontwikkelen om aandacht te krijgen. Dat kan via billboards, reclameblokken en via activatie campagnes rondom de uitzendingen. De aandacht is gegarandeerd als als je een intrinsiek, niet te vermijden onderdeel bent van de uitzending. Een manier om dat te bewerkstelligen, is (meer) commerciele onderbrekingen tijdens de uitzending, zoals dat al op YouTube het geval is. Ook zullen er verschillende abonnementsvormen komen, van fremium (met reclame) tot en met premium (geen reclame plus extra’s).

Meer kijkers naar samenvattingen, minder kijkers naar live: wat het ook gaat worden, het zorgt voor een verdere versplintering van kijkersgroepen. Er zal meer gepersonaliseerd gaan worden. Als rechtenhouder of mediaplatform moet je weten wat persoonlijke voorkeuren zijn: je moet weten hoe sportliefhebbers hun favoriete sport op welk moment via welk platform willen consumeren. Het is de reden dat veel sportorganisaties als oplossing naar de grote tech bedrijven kijken, omdat die als geen ander op maat kunnen leveren met een volledig geïntegreerd commercieel aanbod.

De behoefte van sportliefhebbers zal ook van invloed zijn op sport zelf. Bijvoorbeeld door spelregels te veranderen: meer wisselen, kortere helften, meer druk op de prestaties gedurende de wedstrijd zodat het vanaf het begin spannend is en blijft. Er zullen ook nieuwe sporten ontstaan die op maat worden gemaakt voor de sportconsument van de toekomst.

De podcast van de uitzending van BNR Zakendoen # sporteconomie van 7 april 2021 met Thomas van Zijl en Marcel Beerthuizen kun je beluisteren via deze link.

Over Amazon

Amazon, e-commerce platform en cloud storage provider, stort zich ook vol overgave op de sportwereld. In verschillende landen heeft Amazon uitzendrechten van sport gekocht voor hun streaming video services Amazon Prime en Twitch.

Sinds 2017 brengt Amazon Prime Video Thursday Night Football wedstrijden van de NFL en met succes. Het kijken van de wedstrijden is gekoppeld aan het verrijken van profielen en e-commerce aanbiedingen. Kijkers naar TNF kopen ook op het platform en ruim 50% van die kopers had langer dan 12 maanden niets gekocht bij Amazon. Een interessante manier om het merk weer relevant te maken en sales aan te jagen. Amazon Prime abonnees krijgen privileges, zoals gratis thuisbezorging van de producten die zijn besteld.

Onderdeel van de afspraken met de NHL was het verkrijgen van de exclusieve rechten op één wedstrijd, die tussen de San Francisco 49-ers en de Cardinals uit Arizona. De NHL heeft de verplichting om de wedstrijden in de lokale markten van teams toegankelijk te maken via broadcasting, maar in de rest van het land was de wedstrijd uitsluitend op Amazon Prime te zien. Amazon praat met NHL over een verlenging van het rechtenpakket voor drie jaar voor een bedrag van tenminste $ 200 miljoen.

In India is cricket de manier om meer klanten te werven; Amazon heeft de rechten van de populaire Indian Premier League cricket. Een duidelijke strategie: het kopen van sportrechten als instrument om een merk te bouwen en te laden gekoppeld aan conversie van abonnee’s en klanten. De aangekochte content wordt ook verrijkt met eigen producties waarmee documentaires worden gemaakt die weer op Prime te zien zijn, zoals de ‘All or Nothing’ series.

In Europa wordt Amazon steeds actiever. Naast eerdere acquisities van Premier League wedstrijden in Engeland en Champions League wedstrijden in Duitsland (waaronder ook audiorechten), heeft men nu het oog op de Italiaanse Serie A laten vallen. Een voetbalcompetitie die volop in de belangstelling staat onder meer door de aanwezigheid van Cristiano Ronaldo. Amazon is in een strijd verwikkeld met Comcast. De Serie A verwacht tenminste € 1,13 miljard uit de verkoop van de verschillende rechten pakketten te halen. Men is vol vertrouwen en dat geldt ook voor investeerder CVC Capital Partners dat onlangs een 10% belang in die rechten verwierf voor een bedrag van € 1,7 miljard.

Het ligt in de lijn van de verwachtingen dat Amazon’s succesformule van live sport en e-commerce wordt gekopieerd in andere markten in Europa. In Nederland is Amazon vorig jaar van start gegaan en bouwt men gestaag aan het merk, bijvoorbeeld met tv-reclame die ook op sportzenders is te zien. Het is niet ondenkbaar dat Amazon rechten wil verwerven van de Eredivisie, waarvan het contract met Disney (ESPN) medio 2025 afloopt.

Heeft het bedrijf van de rijkste man op aarde, Jeff Bezos, nog wel concurrenten? Die komen met name uit de FAANG-hoek, waarbij het acroniem in dit geval staat voor Facebook, Apple, Alibaba, Netflix en Google/You Tube.

Amazon investeert niet alleen in sportrechten, maar ook in een stadion. In ‘hometown’ Seattle heeft het bedrijf de naamgevingsrechten van de voormalige Key Arena gekocht voor een bedrag van circa $ 350 miljoen voor een periode van 10 jaar. Dit gebouw wordt de thuishaven van het nieuwe NHL-team Seattle Kraken en van Seattle Storm, een WNBA basketball team. Opvallend is dat het woord Amazon niet in de nieuwe naam voorkomt, het stadion is Climate Pledge Arena gedoopt. Bezos wil graag dat fans worden doordrongen van de klimaatcrisis. Op de website van het stadion is de naam en het logo van de sponsor nauwelijks te vinden.

De Climate Pledge Arena wordt volledig klimaatneutraal, met veel aandacht voor efficient energiegebruik, zo weinig mogelijk afval en gebruik van regenwater voor o.a. de ijsvloer. Mensen die een kaartje kopen, kunnen gratis met het openbaar vervoer reizen via een nieuwe metrolijn. Het initiatief sluit aan op het doel van het bedrijf om in 2040 ‘net carbon neutral’ te zijn.

De sponsoring van nieuwe stadions is lokaal gedreven; er is nog geen intentie om ook andere stadions te adopteren. Deze zomer wordt de Climate Pledge Arena geopend, in het seizoen 2021/2022 spelen de ijshockeyers van de Kraken hun eerste thuiswedstrijd.

De podcast van BNR Zakendoen #sporteconomie met Thomas van Zijl en Marcel Beerthuizen over Amazon is te beluisteren via deze link.

Over verjonging

Deze maand maakte het IOC het sportprogramma voor de Olympische Spelen van Parijs 2024 bekend. Met een opvallende toevoeging, namelijk ‘breaking’ (breakdancing). Ook de Olympische noviteiten skateboarding en klimmen die in Tokio voor het eerst op het programma staan, keren terug in de Franse hoofdstad. Ook surfen is voor de tweede keer opgenomen; dat vindt echter 15.000 kilometer van Parijs plaats, in de wateren rond Tahiti.

Breaking is de enige nieuwe sport in Parijs. Tientallen andere verzoeken werden afgewezen, waaronder parkour, oceaan roeien en squash dat al jaren lobbyt voor een Olympische status en zelfs Roger Federer had ingezet. Tevergeefs. Karate en honkbal/softbal verdwijnen ook van het programma, populaire sporten in Azië die op voorspraak van het Japanse organisatiecomité waren toegevoegd aan Tokio 2020.

Waarom dan wel breaking? Het IOC heeft verschillende beweegredenen. Allereerst wil men een jonger publiek trekken. De gemiddelde leeftijd van de kijker naar de Spelen is gestegen naar 53 jaar. In de commercieel belangrijke doelgroep 18-49 jaar nam het kijkersaandeel met 25% af. Het IOC wil ook dat de Spelen genderneutraal worden (met 50% mannelijke en 50% vrouwelijke deelnemers), een grotere aantrekkingskracht op jongeren uitoefenen en een meer stedelijke (urban) uitstraling krijgen. Ook wil men de kosten voor het organiseren van de Spelen verlagen: dat betekent minder deelnemers, minder medaille evenementen in bepaalde sporten en de toevoeging van evenementen die zonder al te grote investeringen kunnen worden georganiseerd. Het Place de la Concorde in hartje Parijs wordt de locatie voor de wedstrijden in breaking, klimmen en 3×3 basketbal.

De wil tot verjonging wordt ook aangejaagd door belangrijke partners. Zoals het Amerikaanse NBC, dat $ 7,75 miljard betaalde voor de uitzendrechten van de Spelen voor de periode 2021 – 2032. NBC sloot al licentiecontracten met Snapchat, Buzzfeed en Twitter om het bereik onder jongeren te vergroten. Ook de grote sponsors van het IOC juichen de ontwikkeling toe, evenals de gaststeden die meer invloed hebben gekregen op het programma en graag alle groepen in de samenleving willen betrekken.

Werkt die strategie? Een geslaagd voorbeeld is beachvolleybal dat sinds 1996 onderdeel is van de Olympische Spelen. Het beachvolleybal-format met snelheid, spektakel, muziek en dans heeft allerlei sporten positief beïnvloedt en dat geldt ook voor het eigen indoor-volleybal.

Met de Japanse Spelen (hopelijk) in aantocht, zal er steeds meer aandacht komen voor skateboarding. Nederland heeft onder meer in Keet Oldenbeuving een aansprekend talent. SkateKeet wordt al enige tijd gevolgd voor een documentaire die moet eindigen met een slotakkoord in Tokio. Of het tot meer skaters zal leiden is de vraag; meestal leiden sportsuccessen niet tot extra sportdeelname weten we uit onderzoek van onder meer Maarten van Bottenburg. Tot meer aandacht en volgers in de media zal het ongetwijfeld wel leiden.

Ik vind het een goede ontwikkeling dat het IOC mee surft op de golven van maatschappelijke ontwikkelingen en niet vastgeroest zit in traditionele governance modellen die veel sportorganisaties kenmerkt en die verandering in de weg staat. De strategie van het IOC is voor een groot deel commercieel ingegeven, maar het is hoopvol dat men durft te veranderen. De toekomst van de Spelen staan op het spel, aangezien men steeds afhankelijker wordt van de financiering door private organisaties. Een niet onbelangrijke bijvangst is dat de Olympische droom om alle mensen te verbinden door de verjonging een nieuwe impuls krijgt.

In BNR Zakendoen #sporteconomie van 23 december 2020 ging het over verjonging. De podcast van de uitzending kun je terugluisteren via deze link.