MVS als onderdeel van MVO en MBO

In een column in Communicatie van 11 juli jl. start Aegon directeur en Bond Van Adverteerders voorzitter Jan Driessen een discussie over verantwoorde sponsoring. Mogen we wel genieten van de – veelvuldig gelauwerde – ambush marketing van de Bavaria Babes, die zonder enig sponsorbedrag te betalen alle aandacht opeisen tijdens het WK Voetbal 2010? Of is het eigenlijk maar hufterig gedrag, waarmee je de sport en de samenleving een slechte dienst bewijst en misschien wel grote schade toebrengt? Dat is het dilemma dat Driessen ons voorlegt.

Driessen roept sportmarketingkantoren en sponsors op de handen ineen te slaan, een brancheorganisatie op te richten en een eigen code te ontwikkelen. Zo’n sportcode (er zijn al sponsorcodes voor cultuur en de zorg) moet algemene gedragsregels bevatten die de belangen van de betrokken partijen en de samenleving beschermen. Het heeft geen zin om een holle code te maken, dus moeten alle betrokken partijen zich verenigen over onderwerpen als het voorkomen van inhoudelijke inmenging met het beleid van de gesponsorde, het verbieden van belangenverstrengeling, het bewaken van een redelijke verhouding tussen de prestaties van de betrokken partijen en regels voor good governance.

De ervaring leert dat de betrokken partijen in de sport vooral aan hun eigen belang op de korte termijn denken en geen oog hebben voor het algemene (maatschappelijke) belang op de lange termijn. Ethiek is vaak ver te zoeken en het lijkt vooraf al bijna onmogelijk alle sportkikkers in de kruiwagen te krijgen, laat staan te houden. Het initiatief zal dan ook moeten komen van de adverteerders, zij die betalen en daarmee ook veel kunnen bepalen.

Ik schaar me achter het voorstel van Driessen. Iedere betrokkene zou nadrukkelijker zijn of haar verantwoordelijkheid moeten tonen. Maatschappelijk Verantwoorde Sponsoring (MVS) als onderdeel van MVO en MBO, vastgelegd in een duidelijke code. Een brancheorganisatie zou de uitstraling en professionaliteit van de sponsoringindustrie goed doen. Helaas is de branchevereniging die er was (onder de vlag van het GVR) enkele jaren geleden ter ziele gegaan. Het lijkt erop dat Driessen met zijn oproep met name een opdracht voor zijn eigen BVA heeft geformuleerd.

Column verschenen in SponsorTribune, juli 2011.

Over fusies en ruzies, tranen met tuiten en stenen door ruiten

In allerlei maatschappelijke sectoren zie je dat organisaties op zoek gaan naar vormen van samenwerking. Woningcorporaties, zorginstellingen en scholen verenigen zich, uit eigen initiatief of gedwongen door de overheid, in nieuwe structuren die tot een efficiëntere organisatie en meer kwaliteit moeten leiden. Die ontwikkeling zie je vanzelfsprekend ook in de sport.

De hockeysport groeit en professionaliseert in een enorm tempo. Dat levert spanningen op tussen de overkoepelende organisatie, de KNHB, en partijen die, zeker voor hun eigen gevoel, een belangrijke pilaar van de sport zijn. Zoals vijftien clubs uit de Hoofdklasse. Zij hebben zich verenigd in de Hockey Hoofdklasse Commanditaire Vennootschap. Als voorbeeld dient de Eredivisie CV, die succesvol is in het ontwikkelen en uitvoeren van overkoepelend beleid, zoals het aantrekken van sponsors en het opzetten van Eredivisie Live. Maar voetbal is de uitzondering op de regel. Voetbal is veruit de populairste sport van het land en heeft aantrekkingskracht op vele consumenten en bedrijven. De HHCV zou ook van andere sporten moeten leren. Zoals het volleybal, basketbal en het tafeltennis, waar de verenigingen uit de hoogste divisie hebben gepoogd controle te krijgen over de competitie. Al deze initiatieven zijn mislukt. Allereerst omdat er veel te positieve verwachtingen waren over sponsoring en andere vormen van commerciële exploitatie, zoals de verkoop van tv-rechten. Ten tweede omdat in de praktijk blijkt dat clubs vooral individuele belangen hebben en niet vanuit een collectieve visie kunnen handelen. Eigen club eerst. Met als gevolg dat bijvoorbeeld de nationale teams, nationaal en internationaal de belangrijkste boegbeelden, er onder gaan lijden. Dat leidt vervolgens tot frustratie en ruzie en de daarbij behorende negatieve publiciteit. Er is echt maar één oplossing: doe het samen. Zeker de hockeysport heeft genoeg kwaliteit in de gelederen om de groeistuipen adequaat te begeleiden.

Samenwerken zou men ook in Limburg moeten doen. De fusie tussen Roda JC en Fortuna Sittard is een thema dat steeds vaker terugkeert. Het is onafwendbaar. Met de grote kans dat MVV en VVV zich op termijn aansluiten. Het kan niet anders dat er – in Limburg en elders in het land – fusies komen in het betaalde voetbal. Daarvoor zijn de activiteiten bij enkele clubs te marginaal geworden.

Sport gaat (alleen maar) over emotie en daarom zijn deze veranderingen zo ingrijpend voor de echte fans. Voor hun gevoel is het onbestaanbaar en onacceptabel. Emoties en tradities in de sport vormen vaak een barrière om gewenste en logische vernieuwingen tot stand te brengen. Want iedere verandering roept sentimenten op en is per definitie slecht. De verhuizing van een oud voetbalstadion naar een modern theater. Het veranderen van het logo. De fusie met die vereniging die je grootste rivaal is. Tranen met tuiten en soms ook stenen door ruiten.

Als die veranderingen uiteindelijk toch met succes zijn doorgevoerd, beseft menig supporter pas hoe noodzakelijk het was. Kijk maar eens naar Fc Twente en Fc Utrecht, die zijn voortgekomen uit fusies tussen rivaliserende voetbalclubs en tot prachtige voetbalinstituten zijn uitgegroeid. Verandering kan een nieuwe toekomst opleveren. Ook al wordt het nooit meer zoals vroeger.

Column verschenen in AD Sportwereld, 27 november 2008.

Rintje for president in de schaatswereld. Yes he can!

Het oog van de media zorgt ervoor dat schermutselingen in de sportwereld vol in beeld komen. Het ontslaan van een directeur bij een groot bedrijf, iets dat dagelijks voorkomt, krijgt geen enkele aandacht. Maar als het functionarissen betreft van kleine bedrijfjes als NOC*NSF of de KNSB, beheerst dat dagenlang de media. En of die aandacht nu terecht of onterecht is, goed voor de sport is het in ieder geval niet.

Neem de KNSB. Iedere twee jaar een crisis. In korte tijd zijn zowel de voorzitter als de directeur topsport opgestapt. Toeval, zo luidt de officiële reactie, maar niets is minder waar. Het heeft alles te maken met de structuur van de bond, waarin het hoogste orgaan bestaat uit vertegenwoordigers van autonome gewesten. Die vooral oog hebben voor hun eigen belangen en sores en niet geïnteresseerd zijn in vooruitgang of groei. In deze bondsraad is de topsport niet vertegenwoordigd. En wordt er dus ook geen rekening gehouden met de belangen en uitdagingen van topsport. Topsport is in de ogen van vrijwilligers onnodig duur en asociaal. Het is een klassieke tweestrijd tussen twee werelden, die macht over elkaar willen hebben.

De KNSB heeft haar toevlucht gezocht tot een beproefde methodiek: het benoemen van een raad van wijze heren (zijn er eigenlijk geen wijze dames?), onder aanvoering van schaatsheld Ard Schenk. Het advies van Schenk c.s. zal bindend zijn.

Wat is de oplossing? De topsport onderbrengen in een separate organisatie, losgekoppeld van de amateurbond? Waarin sponsors bepalen wat er moet gebeuren? Dat is al eens geprobeerd in het volleybal, waar de topsportafdeling werd ondergebracht in een separate stichting. Interne machtstrijden en gebrek aan communicatie zorgden voor het deficit van de Stichting. Weg alle goodwill en ambitie.

Hoe moet het wel? De oplossing is eenvoudig. Zorg voor goede mensen. Zorg voor een degelijke overkoepelende structuur, waarin de topsport separaat kan opereren en kan inspelen en reageren op de behoeftes van de markt. Met een goede breedtesport afdeling, die verenigingen faciliteert en competities organiseert. Kies bestuurders die niet hun ego, maar hun kennis, ervaring en netwerken ter beschikking stellen van de sport. Die zorgen voor lange termijn beleid en de rust en ervaring hebben om de professionals hun dagelijks werk te laten doen. Professionals die de bevlogenheid hebben om met de gevoelige ego’s van sporters en coaches te werken en die in staat zijn verbanden te leggen met commerciële partners, media en overheden. En die ook begrijpen dat geen enkele sport zonder vrijwilligers kan.

Misschien moet de Commissie Schenk is denken aan het beleid waarmee Henk Kesler succes heeft geoogst. Het model Van Basten. Laat de bond leiden door een jonge man of vrouw met een hart voor sport die zijn of haar sporen op het gebied van de commercie heeft verdiend en die omringd wordt door goede adviseurs en professionals. Rintje for president. Yes he can.

Column verschenen in AD Sportwereld, 6 november 2008.