Over SPACs in de sport

Special Purpose Acquisition Companies oftewel SPACs bestaan al geruime tijd, maar zijn de laatste maanden aan een enorme opmars bezig. Ook in de sportwereld worden steeds meer SPACs ingezet.

Een SPAC is een beleggingsinstrument. Investeerders leggen geld in en met dat kapitaal wordt een beursnotering verkregen. Vervolgens gaat het management van de SPAC op zoek naar niet-beursgenoteerde bedrijven om mee te fuseren. Dat bedrijf krijgt de beursnotering zonder de kosten en moeite die traditioneel bij een beursgang horen. De SPAC-beleggers, ook wel sponsors genoemd, krijgen een minderheidsbelang in het bedrijf meestal zo’n 20%. De SPAC-beheerders krijgen twee jaar de tijd om een geschikte fusie-kandidaat te vinden. De inleggers van het geld worden meegenomen in de besluitvorming en krijgen indien gewenst hun geld terug als de tijd is verstreken of zij zich niet kunnen verenigen met de geplande fusie.

SPAC’s bestaan al jaren maar winnen aan populariteit en worden in de VS veelvuldig ingezet, ook voor investeringen in de sportwereld. Sport wordt gezien als een nog onontgonnen markt waarbij investeerders willen kapitaliseren op waardevermeerdering van sportorganisaties en aan sport gelieerde ontwikkelingen, zeker als er combinaties worden gemaakt met technologie. Zo zijn er succesvolle SPACs op het terrein van sportweddenschappen (DraftKings), fitness en gaming. De Amerikaanse sportwereld staat open voor deze vorm van investeren, zeker ook door de negatieve financiële impact van de Covid-19 pandemie. Organisaties zoals de NBA en de MLS passen hun interne regels aan om de mogelijkheden te verruimen. Sportpersoonlijkheden zetten hun bekendheid en invloed in om SPACs te vullen zoals Colin Kaepernick, Shaquille O’Neal en Alex ‘A-Rod’ Rodriquez.

Er komen steeds meer voorbeelden. Liberty Media, eigenaar van de Formule 1 en de Atlanta Braves, heeft een SPAC van $ 500 miljoen voor investeringen in de mediawereld. RedBall, een investeringsvehikel van bankier Gerry Cardinale en honkbal manager Billy Beane hebben een SPAC van $ 575 miljoen gecreëerd om te investeren in sportteams of in sport gespecialiseerde media of bedrijven die sportdata analyseren. Beane nam vorig jaar op persoonlijke titel een belang van 5% in voetbalclub AZ en heeft ook een belang in de Engelse club Barnsley.

Voor een sportorganisatie is het voordeel dat je niet hoeft te voldoen aan alle (vaal langdurige) beslommeringen die bij een beursgang (IPO) horen zoals het ontwikkelen van een prospectus en het houden van road shows. Bovendien weet je wie de investeerders achter de SPAC zijn en brengen zij mogelijk ook specialistische kennis in. Voor beleggers zijn SPACs interessant omdat ze zo de kans krijgen om te participeren in interessante beursintroducties.

Er zijn niet alleen maar voordelen. Ieder bedrijf dat naar de beurs gaat moet zich houden aan alle wettelijke bepalingen over informatieoverdracht en communicatie. Zeker voor een sportorganisatie vraagt dat om aanpassingen in het beleid. Ajax, de enige beursgenoteerde voetbalclub in Nederland weet daar alles van, al kan je beursnotering soms ook een excuus zijn om je achter te verschuilen.

SPACs zijn populair omdat de beurs gouden tijden kent en koersen zich gunstig ontwikkelen. Niet voor niets zeggen analisten op Wall Street dat ze meer mensen met een SPAC kennen dan met Covid. Wat zal er gebeuren als de beurzen gaan dalen? Amerikaans onderzoek naar SPACs leert dat de beurskoersen van SPACs gemiddeld een derde lager staan dan het moment van introductie.

Het lijkt een kwestie van tijd tot SPACs zich op de Nederlandse sportmarkt gaan richten. Zoals bij AZ of bij Feyenoord, dat hard op zoek is naar vreemd kapitaal. Beursgang of niet, een SPAC kan ook een interessante manier zijn om met financiers met interesse in de sportwereld in contact te komen.

BNR Zakendoen #sporteconomie ging op 17 februari over SPACs in de sport. De uitzending kun je terugluisteren via onderstaande link.

Over de financiering van sport

Op 25 november 2020 ging het in BNR Zakendoen #sporteconomie over de financiering van de sport in Nederland. Aanleiding hiervoor was het verschijnen van ‘De opstelling op het speelveld’, een adviesrapport van de Nederlandse Sportraad. Daarnaast publiceerde NOC*NSF haar jaarcijfers en (financiële) verwachtingen voor 2021.

De Nederlandse Sportraad, ooit in een impulsieve reactie in het leven geroepen door minister Edith Schippers nadat zij vlekken in haar nek had gekregen van NOC*NSF en het project Europese Spelen, heeft zich anderhalf jaar voorbereid op haar rapportage. Gesprekken, interviews en onderzoek, onder meer van KPMG, liggen aan de basis van dit rapport. Het is een rapport vol constateringen en met veel aanbevelingen. Op sommige terreinen (zoals de financiering van de sport) moet aanvullend onderzoek worden gedaan.

Wat me aanspreekt in het rapport is de brede blik dit men heeft op het terrein van sport en bewegen. Het in beweging brengen van de Nederlandse samenleving is een landsbelang en moet als zodanig ook worden georganiseerd vindt de Sportraad. Om in de woorden van de raad te spreken: “We zijn nu Europees Kampioen Zitten en we moeten Wereldkampioen Bewegen worden.” Dat betekent dat er allesomvattend moet worden gestimuleerd. Niet alleen op het terrein van de ‘georganiseerde sport’, ook de ‘anders georganiseerde sport’ en de ‘ongeorganiseerde sport’ moeten worden meegenomen in een nieuw te vormen sportstelsel. De huidige organisatie en financiering van de sport moet daartoe worden aangepast. De sportbranche dient toekomstbestendig te worden – robuust georganiseerd en duurzaam gefinancierd – om de maatschappelijke waarde van sport optimaal te kunnen benutten. Sport moet een publieke voorziening worden met een sterke overheid die de kwaliteit bewaakt en er veel meer geld in investeert dan nu het geval is. Een betere fysieke, mentale en sociale gezondheid van de bevolking zal zich uitbetalen: door afname van het ziekteverzuim, toename van de participatie en arbeidsproductiviteit, uitstel van de zorgkosten en toename van de kwaliteit van leven, zo stelt de Sportraad.

Opvallend is de opvatting over NOC*NSF. De Nederlandse Sportraad vindt deze sportkoepel niet de juiste representant voor het volledige domein en constateert en verkeerde governance en een niet-transparant proces als het gaat om het verdelen van de fondsen die NOC*NSF van VWS en de Nederlandse Loterij ontvangt. Ook hier komt de discussie of de afhankelijkheid van NLO wel de juiste financieringsformule is weer naar boven. Scheidend KNWU-voorzitter Marcel Wintels kaartte dit onderwerp al eerder aan. De Sportraad is van mening dat er een onafhankelijk bestuursorgaan moet komen die alle fondsen gaat verdelen.

Op 16 november presenteerde NOC*NSF haar jaarcijfers. Ook de sportkoepel ontkomt niet aan de impact van Covid-19. Het heeft een verlies van ten minste € 5 miljoen opgeleverd en ook consequenties gehad op het bureau, waar contracten niet zijn verlengd en bepaalde projecten en activiteiten zijn geannuleerd. NOC*NSF kan dit verlies opvangen vanuit de reserves en verwacht volgend jaar enige groei, onder meer door de op stapel staande Olympische Spelen en de verlenging van het partnership met de Rabobank.

Opvallend is dat er alweer afscheid wordt genomen van het marketingconcept TeamNL schuilgaat. Hierbij brachten de Olympische bonden marketingrechten in, die ter beschikking komen te staan van de partners van NOC*NSF. NOC*NSF stelt dat haar partners meer inzetten op lokale maatschappelijke impact en minder geïnteresseerd zijn in grootschalige afspraken met een veelvoud aan bonden.

Afgezien van de vraag of je als sportkoepel en rechtenhouder uitsluitend moet inspelen op wat je partners vragen (de kracht van een collectieve aanpak is dat de kleintjes meeliften op de kracht van de groten) is de vraag of ‘de schuld’ bij de markt ligt. Het TeamNL-concept werd november 2015 gepresenteerd en in 2017 ingevoerd als de opvolger van het succesvolle Performance-programma dat onder aanvoering van Joop Alberda was ontwikkeld. Vanaf dat moment is het er niet beter op geworden, iets dat verschillende experts al zagen aankomen.

Het zou goed zijn als er een nauwkeurige analyse wordt gemaakt van het falen van dit programma met als doel er lering uit te trekken. NOC*NSF zou toch in staat moeten zijn om de meest aantrekkelijke sportsponsoring-propositie van Nederland te ontwikkelen. Wellicht kunnen aanstaande adviezen van de Nederlandse Sportraad hierbij helpen.

BNR Zakendoen #sporteconomie van 25 november 2020 ging over de financiering van sport. De vragen kwamen als altijd van Thomas van Zijl. De podcast van de uitzending is terug te luisteren via deze link.

Over oude en nieuwe stadions

De ravage in het AFAS Stadion en ontwikkelingen in het dossier van het nieuwe Feyenoord Stadion waren aanleiding om in BNR Zakendoen aandacht te besteden aan ontwikkelingen op het terrein van de bouw en de inrichting van (voetbal)stadions.

Stadions kennen we al van de oude Grieken en Romeinen, met het iconische Colosseum dat nog steeds model staat voor moderne stadions: de vorm, meerdere ringen met speciale segmenten voor VIP’s en tientallen in- en uitgangen om de veiligheid van de toeschouwers te garanderen.

Hoe belangrijk een eigen huis voor een club is, blijkt uit de gevolgen van de ravage die in het AFAS Stadion van AZ is ontstaan. Het is een enorme uitdaging om er een sportief en financieel succesvol seizoen van te maken. De ‘ramp’ kent mogelijk ook positieve gevolgen, zoals het versterken van de saamhorigheid tussen spelers, fans en sponsors.

Ook werd de stand van zaken in het dossier ‘Nieuwe Kuip’ besproken, waarvan de bouw april 2020 zou moeten aanvangen.

Verder was er gesproken over financieringsvraagstukken, ontwikkelingen in het buitenland en over de mogelijkheden van naamgeving van stadions.

Vanwege de vakantie van Thomas van Zijl presenteerde Edwin Mooibroek deze uitzending, Wendy van Ierschot van VIE People was de Zakenpartner. De video vind je hier, de podcast vind je hier.