Over vrijheid en gebondenheid in de sport

Chinese bedrijven nemen een steeds grotere positie in als sponsor van grote sportorganisaties en -evenementen. De NBA ervaart wat de consequenties kunnen zijn als een ogenschijnlijke futiliteit ontploft in de grootste markt van deze competitie: China.

Een tweet van de directeur van de Houston Rockets leidt ondanks verontschuldigingen tot boycots, opzeggingen van Chinese sponsors en het niet-uitzenden van wedstrijden in het land waar meer mensen de NBA volgen dan in de Verenigde Staten zelf. NBA-commissioner Adam Silver blijft tussen alle verontschuldigingen door het recht van vrije meningsuiting verdedigen maar het leidt van kwaad tot erger. De economische impact voor zijn organisatie is enorm.

Het gaat hier om een clash tussen sport en politiek, die (toevallig?) samenvalt met een handelsboycot van de Verenigde Staten voor Chinese bedrijven die het niet nauw nemen met de mensenrechten en een aflevering van SouthPark waarin grappen over China worden gemaakt.

Sport is zo groot en prominent geworden in ons dagelijks leven en wordt daardoor steeds vaker geconfronteerd met politieke en maatschappelijke issues waaraan sportbestuurders, atleten, coaches en ook fans zich niet meer kunnen onttrekken. Is dit een ondermijning van onze westerse normen en waarden of een logisch gevolg van de globalisering en de invloed van nieuwe machthebbers?

Kunnen atleten, coaches en staf hun persoonlijke mening nog wel verkondigen? In hoeverre kan een sporter zelf bepalen wat hij zegt, doet of draagt? In BNR Zakendoen van 9 oktober 2019 ging het over vrijheid en gebondenheid in de sport.

Thomas van Zijl leidde de discussie. De video van de uitzending vind je hier, de podcast vind je hier.

Over de Rugby World Cup

De Rugby World Cup wordt sinds 1987 georganiseerd en is dus nog een betrekkelijk jong kampioenschap als je dat vergelijkt met WK’s in andere sporten. In ruim 30 jaar is het uitgegroeid tot een van de meest bekeken sportevenementen ter wereld en dan vooral in Angelsaksisch georiënteerde landen.

RWC 2019 wordt in 12 steden in Japan georganiseerd en is het eerste rugby wereldkampioenschap dat in Azië wordt gehouden. Men verwacht meer dan 400.000 internationale bezoekers die het 44 dagen durende evenement zullen bezoeken.

Het is de grootste en laatste testcase voor de Olympische Spelen die over iets meer dan 300 dagen beginnen. In BNR Zakendoen ging het sport & economie-item over de Rugby World Cup: over de sport, over de favorieten, over de sponsors, over de economische impact en over rugby in Nederland.

Thomas van Zijl stelde de vragen samen met Zakenpartner Jacqueline Zuidweg. De video van de uitzending vind je hier, de podcast vind je hier. Alle podcasts van BNR Zakendoen-items over de commercie van sport zijn te vinden via je favoriete podcast app. Zoek op ‘Over sport en economie’.

Over shirtsponsoring

Sportsponsoring is geen logo’s plakken hoor je vaak. Want sport biedt zoveel meer. Toch worden sporttenues steeds vaker gevuld (of: vervuild) met logo’s in allerlei kleuren en formaten. Kan de sport niet anders? Moet het anders? Haken de corporates hierdoor af of is de sport tot deze aanpak gekomen omdat de corporates zijn afgehaakt? Wat is het effect op de uitstraling van de gesponsorde? En op de herkenning van de sponsors? In BNR Zakendoen ging het op woensdag 4 september 2019 over shirtsponsoring in binnen- en buitenland.

Edwin Mooibroek was deze uitzending de vragensteller, de Zakenpartner was ditmaal Conny Dorrestijn van Bankify. De podcast van de uitzending vind je hier en is ook te vinden via je favoriete podcast platform. Zoek dan op ‘Over sport en economie’.

Over banken en voetbal

De publicatie door NRC van een intern memo van de Rabobank over de terugtrekking uit het betaalde voetbal zorgde voor vele nieuwsberichten en een publieke verantwoording van CEO Wiebe Draijer.

De bank, die 80% van de BVO’s bedient en zijn positie gebruikt om buitenlandse overnames te blokkeren lijkt hiermee de totale voetbalwereld te diskwalificeren.

In BNR Zakendoen van 21 juli 2019 gingen we in op de rol van banken in het voetbal en de overwegingen en consequenties van het beleid van Rabobank. Hoe kijken andere grootbanken hiernaar? Wat zijn de mogelijke consequenties voor het voetbal als banken zich terugtrekken?

Thomas van Zijl stelde de vragen, Jacqueline Zuidweg was de Zakenpartner deze woensdag. De video van de uitzending vind je hier, de podcast vind je hier en is ook te beluisteren via jouw favoriete podcastplatform. Zoek op ‘Over sport en economie’.

Over sponsors in de ban

In Amsterdam mogen sportevenementen die voor een belangrijk deel op kinderen zijn gericht niet meer door ‘ongezonde’ merken worden gesponsord. Amsterdam is in 2016 toegetreden tot de Alliantie Stop Kindermarketing ongezonde voeding, een initiatief van het Diabetesfonds, de Hartstichting en de Consumentenbond.

Amsterdam heeft eind 2018 met een aantal grote gemeenten en sportkoepel NOC*NSF, de stichting Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) en enkele sportmarketingbureaus het Convenant Gezonde Sportevenementen ondertekend.

in 2017 besloot McDonald’s het lopende partnership met het Internationaal Olympisch Comité te beëindigen, maar liefst drie jaar (!) voor het aflopen van het contract. Vanwege andere zakelijke prioriteiten zo luidde het officiële bericht, maar de druk vanuit de publieke opinie en activistische belangengroepen zouden een voorname rol hebben gespeeld.

Coca-Cola is een merk dat ook onder druk staat van de gezondheidslobby. De Olympische sponsoring begon ooit in 1928 in Amsterdam maar onlangs verlengde de frisdrankproducent het IOC sponsorship tot en met 2032.

Kansspelmerk Unibet, de nieuwe shirtsponsor van Club Brugge, kwam ook onder vuur te liggen vanwege de verkeerde invloed op kwetsbare groepen, ondanks dat de sponsornaam niet wordt vermeld op shirts en in communicatie gericht op kinderen.

Sponsoring zorgt voor een prominente zichtbaarheid en een groot bereik is daardoor een gewild doelwit voor partijen (van eenlingen tot en met mondiale organisaties) die hun punt willen maken. Welke branches komen er in de toekomst nog meer onder een vergrootglas te liggen als het om sponsoring gaat? Alcohol? Olie? Pizzeria’s? Luchtvaartmaatschappijen? Modebedrijven?

Wat is wel en niet gezond? Wat is wel en niet duurzaam? Waar begint en stopt eigen verantwoordelijkheid van mensen? En van bedrijven? Waar verwordt bescherming tot betutteling? Waar liggen de grenzen?

In BNR Zakendoen van 17 juli ging het over sponsors in de ban. Thomas van Zijl stelde de vragen. De video van de uitzending is hier te bekijken, de podcast vind je hier.

Over het imago van sportsponsoring (en de Eredivisie Vrouwen)

Een onderzoek van NRC naar de interesse van de 50 grootste bedrijven van Nederland om sponsor te worden van het Eredivisie Vrouwen te worden, was aanleiding om in BNR Zakendoen van 3 juli 2019 in te gaan op het imago van sportsponsoring.

In de uitzending aandacht voor de verschillende facetten van sponsoring of partnership marketing zoals het steeds vaker genoemd wordt. Hoe kijkt het bedrijfsleven naar sponsoring? Waarom kiezen sponsors vooral voor succesvolle projecten? Wat zijn de risico’s? Waar ligt de kracht van dit marketingcommunicatie instrument? En tot slot, waar het allemaal mee begon: komt het nog goed met de Eredivisie Vrouwen?

BNR Zakendoen presentator Thomas van Zijl was de kundige interviewer. De dagelijkse side kick was deze uitzending Joke van der Ven. De uitzending is te bekijken op YouTube. De podcast van de uitzending vind je op Anchor en andere podcast platformen. Zoek op ‘Over sport en economie’.

Over de NBA

De NBA Finals is het slotakkoord van de Amerikaanse profbasketball competities. NBA is de ultieme commerciële sport: de wedstrijden eisen het uiterstste van de atleten en spelen zich in een razendsnel tempo af. Fans krijgen geen moment rust door al het spektakel op en rond het veld, het is een enerverende cocktail van topsport en entertainment. 

In BNR Zakendoen van 12 juni ging het over de NBA en de NBA Finals. Het ging in de uitzending over de strijd tussen de Golden State Warriors en de Toronto Raptors, kijkcijfers, sponsoring, de expansie buiten de Verenigde Staten, de rol van de atleten en de opkomst van nieuwe helden en over de organisatie van een van de meest succesvolle sportorganisaties ter wereld.

De uitzending is hier te bekijken. De uitzending is hier ook als podcast te beluisteren. Je kan het ook vinden in je favoriete podcast app; zoek dan op ‘Over sport en economie’.

Over nieuwe sponsormodellen

In een markt vol hyperconcurrentie moeten sportorganisaties nieuwe formats ontwikkelen om hun aanbod commercieel te exploiteren en te blijven groeien. PSV presenteerde op 25 maart 2019 een consortium van premium partners die gezamenlijk de Metropoolregio (jammer van dat woord) Brainport Eindhoven promoten als de plek waar technologie, innovatie en talentontwikkeling samenkomen.

Of het concept uit sterkte of zwakte is geboren, doet eigenlijk niet ter zake. Het is een initiatief van het gezamenlijke regionale bedrijfsleven met een hart voor PSV en een blik op de wereld. PSV heeft altijd al een sterk zakelijk ecosysteem gehad. Bert Spaak van Pro Sport ontwikkelde eind jaren 80 een vernieuwend sportmarketing en media model waar bedrijven als Philips, CSU, Nashua, DAF, Ahrend en Adidas zich bij aansloten en die op allerlei manieren met elkaar samenwerkten. Ik hoop dat het Brainport consortium net zo goed gaat werken als destijds.

De ITF/Davis Cup ontwikkelde met Kosmos Group een nieuw concept waarbij er geen plaats meer is voor BNP Paribas dat 17 jaar lang de titelsponsor was. De KNVB werkt ook met een nieuw sponsorhuis, dat inspeelt op actuele thema’s en de behoefte van bedrijven. Branche exclusiviteit wordt nog maar beperkt verleend, de bond heeft onder meer twee energiebedrijven aan zich verbonden. Een goede ontwikkeling, omdat branche exclusiviteit kan leiden tot inactiviteit, terwijl activatie cruciaal is om rendement uit een partnership te halen en ook een gesponsorde partij gebaat is bij actieve partners

In BNR Zakendoen ging het op 27 maart over nieuwe sponsormodellen in de sport. Presentator en PSV-fan Thomas van Zijl stelde de vragen.

De uitzending is hier te bekijken en hier als podcast te beluisteren. Andere uitzendingen kun je beluisteren via jouw favoriete podcast platform. Zoek op ‘Over sport en economie’.

‘We gaan iets nieuws doen.’

‘We gaan iets nieuws doen, iets dat nog niet eerder in Nederland is vertoond.’ Het zijn de inmiddels legendarische woorden van KNVB voorzitter Jos Staatsen, uitgesproken op een persconferentie in februari 1996. De KNVB kondigde aan een eigen commerciële sportzender te beginnen: Sport7. Het land was in rep en roer, want het betekende dat je voor het kijken naar voetbal zou moeten betalen.

We gaan iets nieuws doen. Twintig jaar later gebruikt KNWU-voorzitter Marcel Wintels ongeveer dezelfde woorden op een persconferentie waar een sponsorcontract met Unibet wordt aangekondigd. Voor een periode van vier jaar voor een bedrag van zeven miljoen euro. Opvallend, want de wet- en regelgeving voor het openstellen van de kansspelmarkt is nog niet vastgesteld en de licenties moeten nog worden verstrekt. Bovendien kiest de KNWU voor een concurrent van De Lotto, het kansspelbedrijf dat sinds 1961 geld afdraagt aan de Nederlandse sport. Het sponsorcontract bevat ontbindende voorwaarden die onder meer zijn gekoppeld aan het percentage kansspelbelasting dat zal worden geheven. Het is een langlopende discussie, waarbij de coalitiepartijen 29% hebben voorgesteld. Unibet en KNWU roepen de politiek op de heffing op 20% vast te stellen. Als de belasting boven de 20% uitkomt, komt er geen meerjarige overeenkomst, maar wordt het een contract voor één jaar met een vergoeding van ongeveer 1 miljoen euro.

De sportwereld is in rep en roer. NOC*NSF is verrast. De Lotto is ‘zeer teleurgesteld’, omdat de KNWU de solidariteit van de Nederlandse sport op het spel zet en ‘zich laat gebruiken in een politieke lobby’.

Brengt de KNWU de financiering van de totale Nederlandse topsport in gevaar? Dat zijn te grote woorden. Door het openstellen van de markt komen er hoe dan ook veranderingen. Ook andere sportbonden onderzoeken de mogelijkheden op de kansspelmarkt. De voetbalwereld is volop in gesprek met nieuwe aanbieders. Er komt meer concurrentie in een markt die groter wordt. Een krachtige Staatsloterij/De Lotto-combinatie moet in staat zijn een groot deel van die markt te behouden.

Brengt de KNWU zichzelf in gevaar? De bond ontvangt via NOC*NSF Lotto-gelden voor topsportprogramma’s, meer dan een miljoen per jaar. Bonden die van collectieve middelen gebruik maken, mogen geen concurrerende partijen van De Lotto aantrekken. Die afspraken gelden voor 2016, maar worden aangepast als de kansspelmarkt opengaat. NOC*NSF zou kunnen bepalen de bijdrage in 2017 in te trekken. Of dat gebeurt is een onderwerp voor morele en ook juridische discussies. Of het meerjarige contract met Unibet er gaat komen, is een andere vraag. De kans is klein, omdat een belastingpercentage van 20% politiek onhaalbaar lijkt. Het sponsorcontract loopt dan eind 2017 af met de kans dat er daarna niet wordt verlengd. In dat geval moet Wintels c.s. op zoek naar andere financiers.

Iets nieuws doen hoort bij een wereld die snel verandert. Sport7 werd een fiasco en was binnen een half jaar van de buis. Staatsen trad af als voorzitter. Tien jaar later werd Eredivisie Live opgericht en lukte het wel. KNWU-voorzitter Marcel Wintels doorbreekt de conventies in de markt en toont lef en ondernemerschap. Laten we hopen dat het veel winnaars oplevert. Place your bets…

Column verschenen in Sponsorreport, 28 januari 2016.

‘We can be heroes’

Dames en heren,

Ik wil het bestuur van de Nederlandse Sport Pers hartelijk danken voor de uitnodiging om vanavond te komen spreken. Daarnaast wil ik alle prijswinnaars van harte feliciteren.

Na het nieuws van vanochtend (het overlijden van David Bowie – MB) heeft mijn column als titel gekregen: ‘We can be heroes.’

NSP heeft voor de eerste keer in zijn bestaan gekozen voor een samenzijn tussen sportjournalisten en sportmarketeers. Kan dat eigenlijk wel samen? Is er wel een fit, zoals we dat in marketingtermen noemen?

Voor het grote publiek wel. Die vindt ons allebei namelijk helemaal niets. Kijk maar eens op Twitter. Als je iets zeker wilt weten als marketeer, dan ga je onderzoek doen. Wat vindt men van ons? Dat is niet mis.

Als je vraagt naar sportmarketeers krijg je als antwoord: gladde jongens, strakke pakken, ze zijn uit op geld ten koste van de sport.

Als je vraagt naar sportjournalisten krijg je ook clichés als antwoord: onverzorgd, drinkers (maar dat valt best mee heb ik vanavond geconstateerd), alleen maar op zoek naar negatieve verhalen.

Er is ook een overeenstemming tussen de twee beroepsgroepen, zo bleek uit mijn onderzoek. Op de open vraag: ‘Wat is uw mening over sportjournalisten?’ en ‘Wat is uw mening over sportmarketeers?’ kwam op beide vragen hetzelfde antwoord: ze doen het voor zichzelf, ze houden niet van sport. De consumenten, de mensen die ons betalen, twijfelen aan onze oprechtheid.

Het is een beeld dat wij blijkbaar zelf hebben gecreëerd. Klopt dat wel?

Ik werk meer dan 25 jaar in de wereld van sport, commercie en media en ik heb in die tijd heel veel sportjournalisten en sportmarketeers leren kennen. Aan één ding twijfel ik geen moment: de liefde voor sport bij al die mensen.

Beter gezegd: die liefde is zo groot, dat het eerder een handicap is dan een voordeel. Zoals de bekende schrijver en sportjournalist David Walsh zei: sportjournalisten, dat zijn fans met een notitieblok. Ik voeg daar aan toe: sportmarketeers, dat zijn fans met een marketingboek. En sommigen hebben dat boek niet eens gelezen.

Sport zit zo in het hart bij een aantal van mijn beroepsgenoten, dat ze liever tweeten en praten over de opstelling of over sportprestaties, dan over merken, dan over hun eigenlijke werkterrein. De passie voor sport zit sportmarketeers in de weg.

Is dat bij sportjournalisten ook zo? Daar ligt het eenvoudiger. Journalisten kunnen vrijuit praten en schrijven over opstellingen, atleten, scheidsrechters en alle andere randverschijnselen. Dat is hun werk. Maar ik zie een gevaarlijke ontwikkeling. Omdat ik vind dat de laatste spreker ook iets mee moet meegeven aan het gezelschap dat hij toespreekt, wil ik de dames en heren journalisten graag iets op het hart drukken.

Ik heb jarenlang gewerkt voor TBWA\, een wereldwijd netwerk van reclamebureaus. Eén van mij collega’s was Marian Salzman die in Amsterdam werkte voor het Department of the Future dat zich bezig hield met maatschappelijke trends. Marian is uitgegroeid tot een wereldvermaarde trendwatcher. Eén van de trends die ze in het begin van deze eeuw benoemde, verwoordde ze als volgt: ‘Chefs are the new stars’.

Koks, chef koks, worden de nieuwe sterren zei Salzman. Dat was nog ver voor alle kookprogramma’s op televisie. Marian heeft helemaal gelijk gekregen. Chefs zijn uitgegroeid tot wereldberoemde celebrities.

In lijn met Salzman signaleer ik vandaag een nieuwe trend: Sportjournalisten zijn de nieuwe sterren.

Het is, zoals met alle trends, iets dat langzaam evolueert. Je ziet het gebeuren. Eerst had je VI aan Tafel, maar nu heb je Kees aan Tafel met alleen maar journalisten. Het Sportforum van Langs de Lijn heeft alleen nog maar journalisten. Sportjournalisten, je komt ze aan alle tafels tegen: bij Matthijs, bij Jeroen, bij Humberto.

Je kunt voorspellen wat er gaat gebeuren. Koks werden sterren en kregen hun eigen tv-shows, boeken, tijdschriften, podcasts, YouTube-kanalen, reclame contracten en pop-up restaurants.

Sportjournalisten, de nieuwe sterren in de sport, staat hetzelfde te wachten. De signalen zijn duidelijk waarneembaar: sportjournalisten die volgens mijn onderzoek als onverzorgd te boek staan, zie je op tv in hippe kleding met hun haar volgens de laatste haarmode. Willem Vissers die opeens jasjes draagt. Sjoerd Mossou met opscheer. Arno Vermeulen, ja Arno Vermeulen, heeft een eigen kledinglijn, die hij vol trots toonde in Studio Voetbal.

Wat filmrecensenten zijn voor de filmindustrie zijn sportjournalisten voor de sportwereld. Jullie moeten beschouwen, beoordelen en vooral duiden.

Als je goed wilt duiden, heb je afstand nodig tot het onderwerp dat je beschouwt. Dan moet je geen fan zijn. En dan moet je zeker niet onderdeel worden van het entertainment circus dat de sport is. Waar iedereen het liefst iedere week een afwijkende mening hoort. Omdat dat leuk is of omdat het shockeert.

Want je moet roepen als je op tv bent, anders wordt je niet uitgenodigd. Je moet roepen en bij voorkeur iets dat afwijkt, want dan kunnen andere praatprogramma’s daar weer op inhaken. Je moet roepen omdat je anders wel eens uit de gratie zou kunnen raken. Johan Derksen heeft een imperium gebouwd op deze strategie.

Beste sportjournalisten, beste nieuwe sterren van Nederland, trap niet in die valkuil. Denk aan die koks die ten onder zijn gegaan aan hun eigen roem en fantasieën. Die dachten dat ze alles konden maken. Trap er niet in. Houd distantie tot het onderwerp waar je elke dag verslag van doet. Blijf scherp en kritisch, laat je niet verleiden door het klatergoud. Blijf jezelf. Wees enthousiast als het kan en kritisch als het moet.

Tot zover mijn stichtelijke woorden. Naast een welgemeende waarschuwing heb ik ook nog een oproep. Een oproep in het belang van de sport.

De sportwereld staat onder druk als het gaat om het binnenhalen van sponsorgelden. De concurrentie is enorm. Iedere sector, iedereen met een goed idee is op jacht naar het geld van bedrijven.

De sportwereld is niet goed in het stellen van grenzen. De afhankelijkheid van geld is zo groot, dat men bereid is om alles te doen om een bedrijf binnen te halen. Bedrijven maken daar gebruik van. Ze zijn op zoek naar maximale aandacht voor een zo laag mogelijke prijs. Zeker de sport, waar veel exposure is te halen, heeft daar mee te maken.

Die exposure wordt geleverd door de mensen van de media, door sportjournalisten zoals hier vandaag aanwezig. En anders dan 10 jaar geleden, toen de Rabo Wielerploeg door alle media consequent de Ploeg Raas werd genoemd, is er veel verbeterd. Sponsors worden genoemd, is er meer realiteitszin op dat terrein, er wordt meer samengewerkt tussen journalisten en marketeers. Sport, zeker topsport, kan niet zonder sponsors. En voor sponsors, zeker voor sportsponsors, is de aandacht van de media een belangrijke overweging om te investeren.

Er zijn bedrijven die misbruik maken van de sport. Die slechts een paar wedstrijden op een shirt staan. Die een contract voor een half jaar tekenen en daarna zullen kijken of ze misschien verder gaan. Die bedrijven investeren niet of nauwelijks in de sport. Ze investeren ook niet in eigen campagnes in jullie kranten, op jullie websites of in jullie tv-programma’s. Het enige dat ze willen is gratis publiciteit.

Ik noem graag een paar namen. Partijen als Belkin, die slim mee liftte op het vele geld dat de Rabobank in de wielerploeg bleef stoppen. Ze zaten letterlijk voor een dubbeltje op de eerste rang.

Justlease, de nieuwe sponsor van de ploeg van Ireen Wust is ook afwachtend. Ik citeer het persbericht: “Justlease.nl is voorlopig tot het einde van dit seizoen ingestapt, maar een vervolg ligt voor de hand. “We moeten kijken hoe dit uitpakt, maar het is duidelijk dat het niet onze intentie is om er na dit seizoen alweer uit te stappen”, aldus directeur Rogier van Ewijk.” Enige zekerheid is er niet.

Nog zo’n schaatssponsor is koopjesdrogisterij.nl. Ik wil de naam eigenlijk niet noemen. Het bedrijf heeft met iSkate een contract voor een jaar getekend, met de intentie door te gaan tot en met de Winterspelen van 2018.

De sport kan zich moeilijk verdedigen tegen de harde eisen van het bedrijfsleven. Jullie sportjournalisten, die de macht van het woord en het beeld hebben, kunnen dat wel. Daarom doe ik een oproep.

Laten we afspreken dat bedrijven die slechts voor een jaar (of korter) sponsor worden zo min mogelijk worden genoemd en worden afgebeeld in de media. Pas als bedrijven een contract tekenen van twee jaar of langer of additioneel investeren in de sport, verdienen ze het om gratis aandacht en publiciteit te krijgen.

Is het een vreemde oproep? De partijen die deze sponsors hebben binnengehaald, zijn ongetwijfeld blij met het geld. Heeft mijn oproep het gevaar in zich dat daardoor nog minder bedrijven in sponsoring stappen? Het zou kunnen, maar ik denk het niet.

Als algemeen bekend wordt dat een sponsor pas aandacht krijgt als hij een sponsorcontract voor minimaal twee jaar afsluit, zal dat een rol gaan spelen in het besluitvormingsproces. Zo beschermen we de sport tegen partijen die het alleen voor zichzelf doen en niets met sport hebben. Bovendien bewijzen we die bedrijven een dienst. Sponsoring rendeert namelijk pas als je het voor een langere termijn doet, dat weet iedere deskundige.

Wij samen hier, sportjournalisten en sportmarketeers, kunnen door het sluiten van het Pact van de Waalhaven ervoor zorgen dat sport en sponsors optimaal van elkaar profiteren. Laten we dat doen. Uit liefde voor de sport.

Dank voor uw aandacht.

Column uitgesproken bij het Nederlandse Sport Pers Nieuwjaarsdiner op maandag 11 januari 2016 in Café Restaurant Waalhaven in Rotterdam.