In BNR Zakendoen ging het op 14 november 2018 over the All Blacks, het nationale rugbyteam van Nieuw-Zeeland, dat is uitgegroeid tot één van de sterkste sportmerken ter wereld. Waarom is het zo’n sterk merk, hoe bouw je dat en hoe houd je het sterk? Thomas van Zijl stelde zoals altijd de vragen.
Deze uitzending was Elke Doets de Zakenpartner, die een vraag stelde over Ajax dat Amerika wil veroveren.
Vanwege de enorme toename aan nieuws over sport & business besteed BNR Zakendoen staat vanaf september iedere week aandacht aan dit onderwerp.
In de uitzending van woensdag 5 september ging het over de achtergronden van de enorme toename aan nieuws over sport & business, over de commerciële en maatschappelijke impact van de nieuwe Just Do It-campagne van Nike met Colin Kaepernick in de hoofdrol en over het Deense nationale voetbalelftal dat vanwege een belangenconflict de komende twee wedstrijden bestaat uit semi-profs en zaalvoetballers en hoe dat zit bij Oranje.
Thomas wan Zijl stelde de vragen. Maria van der Heijden, directeur van MVO Nederland, het grootste duurzame bedrijven netwerk van Europa, was co-host van deze uitzending, die hier te bekijken en hier te beluisteren is.
In Amerika is een strijd losgebarsten door een nieuwe campagne van Nike die vandaag werd gelanceerd. Sportmarketeer Marcel Beerthuizen snapt de strategie van het sportmerk wel.
Het interview met Pim Sedee van de Telegraaf is hier te bekijken.
In BNR Zakendoen van 18 juli 2018 ging het over de economische en commerciële aspecten van het wielrennen en in het bijzonder over de Tour de France: het businessmodel, de ASO, de inzet van technologie, sponsors, het toekomstperspectief en een klein beetje over doping. Wielerliefhebber Thomas van Zijl stelde de vragen.
Hammer Series, Next Gen ATP Finals, European Hockey League, Twenty20 cricket: steeds meer sporten ontwikkelen nieuwe formats en spelregels. Wat is de achterliggende strategie? Werkt het ook? En waarom verandert voetbal nauwelijks? In BNR Zakendoen stellen presentatoren Annette van Soest en Thomas van Zijl de vragen aan vaste gast Marcel Beerthuizen van bigplans.
De uitzending van 9 mei 2018 is hier te bekijken en hier te beluisteren.
Onrust in België. De Belgische voetbalbond KBVB had rapper Damso gevraagd een WK-lied voor de Rode Duivels te maken. Dat stuitte op veel kritiek, want de rapper wordt verweten vrouwonvriendelijk teksten te schrijven. De Vrouwenraad, een Belgische organisatie die zich inzet voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen, stuurde een open brief aan de sponsors van de KBVB. De sponsors uitten hun bezorgdheid. De bond zwichtte voor alle druk (de politiek had zich er inmiddels ook mee bemoeid) en beëindigde de samenwerking met de kunstenaar.
In Nederland was er een soortgelijk incident. Belangenorganisaties riepen Amstel, Gillette en Toto op te stoppen met de sponsoring van het tv-programma Voetbal Inside na een optreden van ‘Renate’ van der Gijp. Toto noemde het optreden ‘smakeloos’ en nam met klem afstand van alle kwetsende grappen. Tot een boycot kwam het niet.
Niet mee bemoeien: de stelregel voor een sponsor als de organisatie die je sponsort onder vuur ligt. Immers, je maakt mede mogelijk en bent als sponsor niet verantwoordelijk. Als de onrust aanhoudt (denk aan het corruptieschandaal dat de FIFA maandenlang in zijn greep hield) en je niet langer kunt zwijgen, uit je je bezorgdheid en vraag je om een diepgaand onderzoek. Achter de schermen voer je de druk op en eis je verandering met als ultiem dreigement het stoppen van de sponsoring. Voor het oog van de camera’s houd je afstand. Het is een strategie in tijden van crisis die niet alleen de sponsors van de FIFA en het IOC maar ook van de KNVB met succes hebben toegepast.
De vraag is of deze strategie nog werkt. In een wereld waar discussies feller worden en digitaal kunnen ontploffen, zullen sponsors meer en meer worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Zullen ze stelling moeten nemen. Zo kan sponsoring voor problemen zorgen waar je als merk totaal niet op zit te wachten.
Een oplossing? Zoek de aanval. Steeds vaker zie je dat bedrijven een politiek of principieel standpunt innemen. Tegen #trump. Tegen #metoo. Tegen #kinderarbeid. Laat zien waar je voor staat, dan hoef je je nooit te verdedigen.
Deze column is verschenen in Sponsorreport, 19 april 2017.
De internationaal geroemde Nederlandse sportinfrastructuur zit inmiddels meer in de weg dan dat hij goed doet. Dat stelt sportmarketeer Marcel Beerthuizen van sponsoringadviesbureau bigplans. Door eindeloos te overleggen met alle mogelijke betrokkenen is het bijna ondoenlijk geworden besluiten te nemen die de kwaliteit van de sport een impuls kunnen geven. “Geef een paar mensen de sleutel en laat ze echt dingen veranderen, want stilstaand water gaat rotten.”
Geen misverstand, Beerthuizen prijst het feit dat er in Nederland zoveel clubs, sporthallen en zwembaden zijn. Daarin is geïnvesteerd door mensen die vaak lang geleden al het initiatief namen om zich te verenigen en door overheden die het belang van sport inzagen.
Polderen en compromissen
Via die verenigingen en later de bonden sloop ook het typisch Nederlandse poldermodel de sport binnen. Bij belangrijke kwesties met elkaar om tafel zitten en er samen uitkomen, meestal door een compromis voor te stellen. Dat heeft lang gewerkt, maar die structuren lopen volgens Beerthuizen zo langzamerhand op hun einde. Hij wijst op schaatsbond KNSB waar gesproken wordt over een nieuw organisatiemodel, de voortdurende onrust bij sportkoepel NOC*NSF en de impasse waarin de Eredivisie zit omtrent belangrijke dossiers als kunstgras en de opzet van de competitie.
Individuele successen
Ogenschijnlijk is er niet zoveel mis met de Nederlandse sport, vindt ook Beerhuizen. In olympische medaillespiegels is een topnotering geen uitzondering en er zijn meerdere Nederlandse sporters van absolute wereldklasse. “Klopt allemaal, maar kijk eens goed naar die toppers. Ze draaien stuk voor stuk hun eigen programma, met hun eigen sponsors en hun eigen team. Het zijn als het ware individuele bedrijfjes die losstaan van de bond. Die bond is niet in staat om aan te haken bij de snelheid die topsport vereist.” Beerthuizen wijt dat aan het feit dat in Nederland iedereen z’n zegje mag doen en dat voor besluiten vaak een ruime meerderheid nodig is.
Wie niet groot is, moet slim zijn
Beerthuizen maakt zich op de lange termijn zorgen over het niveau van de sport. “Als er niets verandert, wil het niet zeggen dat alles direct instort. De Eredivisie gaat heus niet verloren en ook individuele topsporters blijven doen wat ze het liefste doen. Zoals Olympisch schaatskampioen Esmee Visser die afgelopen seizoen zelfs geld meenam. Maar de kwaliteit en het niveau zullen afnemen en daarmee ook de aantrekkingskracht. Stilstand is achteruitgang. Dat was onze kracht is, een geweldige infrastructuur en een hoge sportparticipatie, moeten we blijven ontwikkelen omdat we het op economische schaal altijd afleggen tegen grote landen. We moeten blijven innoveren, slimmer zijn dan de rest.”
Solidariteit
Volgens Beerthuizen moet er iets radicaals veranderen in de organisatiestructuur in Nederland. Hij kijkt daarvoor naar de grote profsport organisaties in de Verenigde Staten. “Het gaat vooral om het besef dat je alleen met solidariteit verder kunt komen. Daar zijn in Amerika de atleten, de clubeigenaren en de league zich goed van bewust. De basis daarvan is een goed economisch model, waarin die drie partijen hun waarde inbrengen en opbrengsten op een rechtvaardige manier verdelen. Er is een ‘commissioner’ die als eindverantwoordelijk besluiten neemt. Het wil niet zeggen dat ieder besluit voetstoots wordt overgenomen, soms wordt er zelfs gestaakt. Maar er is altijd het besef dat je met zijn allen verantwoordelijk bent voor het ‘product’ topsport.”
Individuele belangen
Dat besef van een gezamenlijk belang ontbreekt in Nederland. “Iedereen kijkt naar zijn eigen positie en stemt dus altijd tegen een ontwikkeling die wel goed is voor de sport maar niet voor de eigen partij. Het is een van de redenen dat er in de Eredivisie geen enkele vooruitgang wordt geboekt op dossiers als kunstgras en een nieuwe competitieopzet. Veranderingen komen pas tot stand bij een vijfzesde meerderheid. De individuele belangen lopen zo uiteen, dat er altijd wel vier clubs tegen zijn.”
Hoe zou je dat kunnen doorbreken? Bijvoorbeeld door één persoon de sleutels in handen te geven. Een dictator, of beter een verlicht despoot, die in staat is om discussies die al lang op slot zitten vlot te trekken. Beerthuizen denkt aan mensen als Joop Alberda en Robert Eenhoorn, algemeen directeur van AZ, die ervaring heeft in de Amerikaanse sport. “Dat zijn mensen, geen dictators overigens, die in staat zijn leiding te geven vanuit een heldere visie, het algemene belang en met oog voor topsport én commercie.”
Radicale verandering
Beerthuizen gelooft in zo’n aanpak, maar is zich ook bewust van de geringe slagingskans van zijn oproep. “Hoe slecht moet het gaan voordat alle partijen beseffen dat het beter is hun macht over te dragen aan één persoon? Als we dat punt bereiken, is het al te laat vrees ik.” Beerthuizen heeft wel een alternatief. “Wijs drie mensen aan die het mandaat krijgen om een besluit te nemen over een belangwekkend dossier. Zij doen uitvoerig onderzoek, praten met alle betrokkenen, hebben oog voor het algemeen belang en komen dan tot een besluit waaraan iedereen zich moet houden. Misschien is dat een manier om uit de impasse te komen. Niet veranderen en op dezelfde voet verder gaan is met het oog op de kwaliteit van de Nederlandse sport een veel groter risico.”
Dit artikel is verschenen in Sport KnowXL van 12 april 2018 en is hier te vinden.
Ons land wordt vaak geroemd over de fantastische sportorganisatie- en infrastructuur die ongekend is in de rest van de wereld. Maar het lijkt erop dat dat voordeel is uitgegroeid tot een remmende voorsprong. Zit de Nederlandse sport in een impasse?
Als dat zo is, wat kunnen we er dan aan doen? Wachten tot het vanzelf beter wordt? Een dictator aanstellen? Of is er een andere oplossing te verzinnen?
Sport zal niet verdwijnen als er niets gebeurt, maar om te zorgen voor nieuwe kwaliteitsimpulsen moeten we stoppen met polderen en een nieuw model ontwikkelen.
In de uitzending van BNR Zakendoen van 28 maart 2018 gaan Thomas van Zijl en Paul Laseur over dit actuele onderwerp in gesprek met vaste gast Marcel Beerthuizen.
De uitzending is hier te bekijken en hier te beluisteren.
Als alle stoeltjes in het stadion van FC Den Bosch bezet zijn, zitten er 8500 mensen. Maar het was de laatste jaren zelden uitverkocht huis. De fans zijn de afgelopen seizoenen dan ook niet echt verwend; dit jaar eindigde de club slechts als veertiende in de competitie. Om de trouwe supporters tegemoet te komen lanceert de club nu een nieuw systeem om de prijzen voor seizoenkaarten te bepalen: pay per point. Sportmarketeer Marcel Beerthuizen van bureau bigplans ziet er wel iets in.
Marcel Beerthuizen noemt het idee van FC Den Bosch disruptief en waardeert het dat de club actie onderneemt. “Doe je niets, dan gebeurt er niets. Een club die ziet dat het aantal verkochte seizoenkaarten afneemt, moet een Plan B. hebben. Goed dat FC Den Bosch daar nu mee komt.”
Bij verlies gratis
In het kort ziet dat plan er als volgt uit. Een seizoenkaart heeft een basisprijs van 25 euro, per overwinning komt daar tien euro bij, voor een gelijkspel betalen supporters vijf euro. Bij een nederlaag is bezoek aan de wedstrijd gratis. In het ongunstigste geval dat FC Den Bosch alle thuiswedstrijden zou verliezen, loopt de club op papier veel inkomsten mis, maar dat risico is afgedekt. Sponsoren van de club hebben immers aangegeven garant te willen staan.
Onconventioneel is het voorstel van FC Den Bosch zeker, of het succesvol is moet blijken. Beerthuizen heeft er vertrouwen in dat de club de eigen doelstelling zal halen. “De sprong van zevenhonderd naar duizend verkochte seizoenkaarten is te realiseren. Er is niet voor niets intern onderzoek gedaan onder de eigen fans.”
Voetbal niet duur
Bovendien rekent de club door te kiezen voor dit model af, met het volgens Beerthuizen hardnekkig misverstand dat voetbal duur is. “Veel mensen zien een bezoekje aan het stadion als de ultieme sportbeleving, maar laten zich afschrikken door drie dingen: de prijs, mogelijke veiligheidsrisico’s en de vraag hoe ze aan een kaartje komen. Laat ik in ieder geval zeggen dat die prijs geen belemmering hoeft te zijn.”
Aangezien FC Den Bosch een maximumbedrag van 160 euro gekoppeld heeft aan een seizoenkaart, kost een wedstrijd voor een supporter die alle thuisduels bezoekt maximaal zo’n 8,50 euro. Ook clubs die in de Eredivisie om de titel spelen hanteren volgens Beerthuizen geen idioot hoge prijzen. “Vaak wordt aangenomen dat een seizoenkaart voor bijvoorbeeld Ajax zo goed als onbetaalbaar is, terwijl die al beginnen bij 225 euro.”
Inkomsten uit kaartverkoop
Vergeleken met andere landen is het voetbal in Nederland daarmee tamelijk goedkoop. Wie alle wedstrijden van Engelse of Spaanse topclubs wil bijwonen is aanzienlijk meer kwijt. “Inkomsten uit kaartverkoop zijn in Nederland belangrijk, maar clubs drijven er niet op. Sponsors en televisiegelden zijn in dat opzicht belangrijker. Het grote voordeel is dat stadions daardoor goed vol zitten en voetbal hier een sport voor iedereen blijft.”
Of trouwe fans van andere voetbal- of sportclubs op afzienbare termijn ook rekening moeten houden met het pay-per-pointsysteem waagt Beerthuizen te betwijfelen. Hij vermoedt dat het met name interessant kan zijn voor clubs die niet geweldig presteren en een slechte stadionbezetting hebben en iets willen terugdoen voor hun supporters. Bij zijn weten is FC Den Bosch wereldwijd de eerste die het model nu uitprobeert bij seizoenkaarten. Wel zijn er eerder clubs van naam en faam geweest die bij grootste prestaties de fans extra blij konden maken.
Gratis koffie
Zo bezocht Beerthuizen jaren terug eens een thuisduel van de legendarische Chicago Bulls in de NBA. Als zij thuisduels wonnen en meer dan honderd punten maakten, gaf sponsor Dunkin’ Donuts alle aanwezige fans gratis koffie. “Met nog ruim tijd op de klok kwam die magische grens al in zicht. Een makkie, dachten de supporters, maar de Bulls slaagden er niet in om die paar punten op het bord te krijgen. Dat leverde een flink fluitconcert op.”
In Den Bosch verwacht Beerthuizen komend seizoen bij overwinningen allesbehalve fluitconcerten. “Die seizoenkaart wordt dan weliswaar iets duurder, maar nog altijd lager dan het bedrag van het afgelopen seizoen en bovendien komt dat geld ten goede aan de club. En nog belangrijker: het betekent dat er een goede prestatie wordt geleverd en dat is voor veel fans nog altijd belangrijker dan hun portemonnee.”
Dit interview is verschenen in Sport Knowhow XL op donderdag 8 juni 2017.