Forse inflatie op de voetbalmarkt

29 januari 2014

Interview met RTLZ over de redenen van de stijging van de markt van voetbaltransfers naar aanleiding van een onderzoek van FIFA.

Het interview kun je hier bekijken.

What’s in a name?

18 januari 2014

Deze publicatie is verschenen op de Opiniepagina van AD Utrechts Nieuwsblad op zaterdag 18 januari 2014.

DOM under

Meteen na de onthulling afgelopen zondag van de nieuwe naam DOM under voor Schatkamer 2 op het Domplein, verschenen er tal van afwijzende reacties op Twitter. Ook ondernemer Broos Schnetz noemde het verengelsen van de namen een plaag. Marketingdeskundige Marcel Beerthuizen van een marketingadviesbureau bigplans zet uiteen waarom DOM under juist een hele goede naam is.

Als er iets moeilijk is, is het kiezen van een naam. Ouders weten dat. Het geldt ook voor uitbaters van een commerciële locatie, die moeten leven van de omzet. Wat zijn de criteria waaraan een goede naam moet voldoen?

1. De naam moet origineel en onderscheidend zijn.

Zeker als je iets te verkopen hebt, wil je dat de naam beklijft en wil je je onderscheiden (bovendien mag je geen naam gebruiken die al is gedeponeerd).

2. De naam moet vertellen wat je kunt verwachten.

Er is zoveel concurrentie op de markt van uitgaan en vermaak, dat je bij voorkeur een naam hebt die direct duidelijk maakt wat er te beleven valt. De naam moet aanleiding zijn er meer over te willen weten.

3. De URL moet beschikbaar zijn.

(Bijna) iedereen verblijft uren per dag op het internet. Daar krijg je suggesties over en ga je op zoek naar lering en vermaak.

4. De naam moet verschillende groepen mensen aanspreken.

De organisatie kan slechts bestaan bij de gratie van betalende bezoekers en sponsors. Herhalingsbezoek ligt niet voor de hand, men moet het hebben van vele unieke bezoekers. Dus heb je een naam nodig die niet alleen mensen trekt die in geschiedenis en/of de stad zijn geïnteresseerd. Toeristen en jongeren zijn belangrijke doelgroepen.

Als we DOM under op grond van het bovenstaande beoordelen, doorstaat het glansrijk de test. Het gebruik van het Engelse under spreekt toeristen en jongeren aan en is geen belemmering voor het begrip onder Nederlanders die de Engelse taal niet machtig zijn. De associatie met Down Under zorgt ervoor dat je het eenvoudig onthoudt.

De oorspronkelijke naam Schatkamer DOM doorstaat de test niet. Niet origineel en verwarrend in de Engelse vertaling (treasury/treasure house). Het grootste bezwaar is dat het een verkeerde verwachting oproept, namelijk een tentoonstelling van juwelen en andere waardevolle objecten.

Kortom: DOM under, houden die naam. Wat fijn dat er al zo uitgebreid over wordt gediscussieerd, dat is goed voor de naamsbekendheid. Opdracht voor de organisatie is te blijven uitleggen wat je onder de grond kunt verwachten (het gaat over 2.000 jaar Utrechtse geschiedenis en niet alleen over de Romeinse tijd) en te investeren in o.a. zoekmachine-marketing.

Een schrale troost voor de ‘tegenstanders’: het had ook DOM Experience of Rabo DOM kunnen heten…

Weg met de schroom

21 november 2013

Het was in Chicago, op het IEG Congres, waar ik Jerry voor het eerst hoorde spreken. Die Jerry was Jerry Greenfield, de Jerry van Ben & Jerry’s. Het is een inmiddels bekend verhaal over twee jongens die in 1978 een ‘scoopshop’ begonnen in een tankstation in de Amerikaanse staat Vermont. Heerlijk ijs gemaakt van de melk van koeien van lokale boeren. Vanaf de start was maatschappelijke betrokkenheid verankerd in het bedrijf. Niet alleen betrok het bedrijf lokale leveranciers en langdurige werklozen in het productie- en distributieproces, ook werd 7,5% van de jaarlijkse winst voor belasting besteed aan tal van sociaal-maatschappelijke sponsorprojecten. Caring capitalism noemde Jerry het, een term uit de tijd dat het woord kapitalisme nog onbevlekt was.

Bijna ieder sponsorproject heeft wel een maatschappelijk element in zich (al is het maar doordat vele activiteiten slechts door sponsoring kunnen bestaan), maar het duurde tot het eind van de negentiger jaren tot maatschappelijke sponsoring zich in Nederland daadwerkelijk begon te ontwikkelen. Met Shell (met een talentontwikkelingsprogramma in de sport en in de kunst dat voortkwam uit de ellende met de Brent Spar) en de Rabobank (hoofdsponsor van het toenmalige Foster Parents Plan) als voorlopers.

Maatschappelijk Betrokken Ondernemen, Corporate Social Responsibility, social entrepreneurship of hoe je het ook wilt noemen: inmiddels kan geen bedrijf meer zonder een maatschappelijk gezicht. Het is een vereiste geworden. Het aantal maatschappelijke sponsorprojecten neemt dan ook enorm toe.

Zoals merken vol trots hun betrokkenheid bij sport profileren, is dat in het maatschappelijke domein anders. Pronken met goed doen past niet bij onze calvinistische landsaard. En zeggen dat je er zelf ook beter van wilt worden, mag al helemaal niet.

Maar ik zie een kentering. Er zijn steeds meer bedrijven die hun maatschappelijke rol in combinatie met commerciële doelstellingen zonder schroom naar buiten brengen. Zoals Unilever met het Sustainable Living Plan. Zoals Pampers over hun samenwerking met Unicef. Zoals Coca-Cola, dat een krachtig standpunt heeft ingenomen in de strijd tegen obesitas.

De reacties van het publiek staan diametraal tegenover elkaar. Je hebt het kamp van ‘believers’ die het geweldig vinden dat bedrijven het initiatief nemen om de wereld te verbeteren. En er is het kamp van ‘non-believers’ (en zelfs ‘haters’) die de commercie per definitie wantrouwen en vinden dat bedrijven uitsluitend uit zijn op hun eigen belang.

Het vraagt als bedrijf om durf om je uit te spreken en te zeggen dat je ‘goed’ doet. Het is het ultieme bewijs van het commitment dat je bent aangegaan en vraagt om openheid en transparantie. Als je elke dag handelt naar wat je zegt en laat zien dat je het daadwerkelijk meent, levert dat uiteindelijk slechts winst op. En niet alleen voor jezelf.

Deze column is gepubliceerd in SponsorTribune, 21 november 2013

Tegeltjeswijsheid

17 november 2013

Afgelopen vrijdag mocht ik in Tilburg een voordracht houden op een seminar over ‘The future of sports marketing’. De bijeenkomst vond plaats ter ere van het 25-jarig bestaan van de opleiding Sport & Marketing/Management (SPECO) van Fontys. Toeval of niet, 25 jaar geleden begon ik aan mijn eerste baan in de wereld van sport, marketing en media.

Vijfentwintig jaar sportmarketing is een mooi moment voor reflectie. Zeker op een feestje onder gelijken is de kans op zelfbevlekking groot. Terugkijken is leuk, maar vooruitkijken veel belangrijker. Het doel van mijn presentatie met de titel ‘Sportmarketeer: held van de 21e eeuw?’ was de ruim 200 aanwezigen een spiegel voor te houden en een opdracht voor de toekomst mee te geven.

Hoe staat het er eigenlijk voor na 25 jaar? Kan de vlag in top? De status quo kun je bepalen door te inventariseren wat alle betrokkenen van sportmarketing vinden. Hoe denken de ‘stakeholders’ over de rol van sportmarketeers? Worden zij geweldig en onmisbaar gevonden? Dat valt tegen. Behoorlijk tegen.

Against Modern Football

Die-hard sportfans, de mensen op de tribune, zien sportmarketeers als de verpersoonlijking van het kwaad, die de mooie tradities van de sport om zeep proberen te helpen. Ik schreef al eerder over de oerconservatieve sportconsument. De kleur van het shirt, het logo, het stadion, het bord op schoot: het mag nooit veranderen. Hoe belangrijk het geld ook is voor het voortbestaan, sportmarketeers worden verketterd. De voormalige commerciële directeuren van Ajax en Feyenoord, Henri van der Aat en Chris Woerts, kunnen er over meepraten. Lees de fora er maar op na, internet vergeet niets.

Van der Aat PNG

Een andere groep van liefhebbers, de sportjournalisten, zijn ook al geen fan van sportmarketing. Zij zoomen bij voorkeur in op de negatieve invloed van de commercie. De thema’s zijn repeterend: Champion’s League, spelerssalarissen (over het honorarium van Brad Pitt voor één speelfilm hoor je nooit iemand), ambush marketing, het gevaar van buitenlandse clubeigenaren, pay-per-view, de kosten van een groot evenement, de bouw van een nieuw stadion. De aandacht gaat uit naar de negatieve invloed van geld en nooit naar de positieve. Hoe belangrijk het geld ook is voor het voortbestaan, de pers is al te beroerd om de naam van een (noodzakelijke) sponsor te noemen. Terwijl ook zij deel uitmaken van en geld verdienen aan het circus.

Ook sportbestuurders, de bobo’s, hebben weinig op met marketing. Er is geen geld voor professionals, er is geen geld voor technologie, er is geen geld voor merkbouw. En als er dan een belangrijke marketing positie vrijkomt bij een grote voetbalclub, komt een oud-keeper in aanmerking in plaats van iemand met een gedegen opleiding en veel ervaring. Hoe belangrijk het geld ook is voor het voortbestaan, de bobo’s weigeren te investeren in mensen, merken en middelen.

Er zijn veel bedrijven die investeren in sport, maar de positie van sportsponsoring in de boardroom is niet al te sterk. Als ING 7.000 mensen moet ontslaan, stopt men met de sponsoring van Formule 1, een succesvol sponsorship met een hoog rendement. Men stopt niet met reclame of direct marketing, waarvan de benodigde budgetten vele malen hoger zijn en het verwachte rendement veel vager. Hoe belangrijk het project ook is voor het bedrijf, het wordt gestopt omdat het zo enorm zichtbaar is en het gevoel leeft dat het hobbyisme is.

ING F1

Wat kunnen we over de sportmarketeers zelf zeggen? David Walsh noemde sportjournalisten ooit fans met een notitieblok. Veel sportmarketeers zijn fans met een marketingboek. Die liever discussiëren over de opstelling van het favoriete team dan over de morele grenzen van het werk.

Er zijn kwestieuze ontwikkelingen, er zijn voorbeelden van corruptie. Er worden beslissingen genomen door sportbestuurders en -marketeers die uitsluitend om geld en macht gaan. Wie wil nou een WK Voetbal laten spelen bij 50 graden Celsius? Wie wil nou een shirt vol met logo’s (die niemand meer ziet staan)? Hoe kan het dat sommige Zuid-Europese voetbalclubs meer schuld hebben dan de begrotingen van alle Eredivisie clubs tezamen?

Blatter Qatar 2022

Is het dan alleen maar kommer en kwel? Natuurlijk niet. Er is veel gebeurd in de afgelopen 25 jaar, er zijn prachtige projecten ontwikkeld. De professionaliteit is enorm toegenomen, het vakgebied is geëvolueerd. Er zijn opleidingen gekomen, er wordt steeds meer onderzoek verricht. Er gebeuren zo veel goede dingen. Op commercieel terrein. Op creatief terrein. Op maatschappelijk terrein. Met sport als middel voor voortuitgang.

Zoals Heineken en UEFA’s Champion’s League met bewezen commercieel succes. Zoals Achmea en de sponsoring van het European Youth Olympic Festival, Achmea High Five Challenge, Mission Olympic en andere projecten met als enig doel schoolgaande jeugd in beweging te krijgen en te houden. Zoals schooljudo.nl, waarbij kinderen zich motorisch ontwikkelen en zelfvertrouwen opdoen en de activiteiten op scholen tot een significante ledengroei bij judoscholen leidt. Zoals de Nathan Group, die tegen de stroom in besloot sponsor te worden van het bobsleeteam van Edwin van Calker en daar aanzien en winst mee behaalt. Zoals snowboardcrosster Bell Berghuis, die een opvallende crowdfunding-actie ontwikkelde om haar voorbereiding voor de Olympische Winter Spelen in Sochi te financieren.

Zoals de campagne van de Braziliaans voetbalclub Recife, die er voor zorgde dat 57.000 fans orgaandonor werden. Zoals Channel4, dat met de campagne ‘Meet the Superhumans’ paralympische sporters op een krachtige wijze positioneert. Kijk eens hoe Meer dan Voetbal-projecten voor nieuwe maatschappelijke impulsen zorgen. Het is jammer dat de founders zich niet aan de spelregels hielden, maar ook Alpe d’HuZes en Livestrong zijn voorbeelden van de enorme kracht van sport.

Sportmarketeers zorgen ervoor dat bonden, teams en top- en breedtesporters hun passie kunnen blijven beoefenen. Zij zorgen voor nieuws, voor vermaak, voor discussie bij de koffiemachine, voor winst. Zij zorgen voor kansen voor jongeren, die door middel van sport leren hoe je gezond kunt leven. Die door sport integreren in de samenleving en ‘sociaal kapitaal’ opbouwen. Sportmarketeers zorgen voor nieuwe initiatieven, voor nieuwe geldstromen, voor ontwikkeling.

De kracht van sport is onomstreden. De kracht van de sportmarketeer is dat niet. Ondanks alle goede voorbeelden is de sportmarketingindustrie niet bij machte uit te leggen wat haar toegevoegde waarde is. Sportmarketing Nederland heeft zijn eigen marketing niet op orde.

De grootste uitdaging voor de sportmarketing industrie en alle mensen die er in actief zijn, is te verduidelijken wat de rol van sportmarketing is. Wat het betekent voor de samenleving. Wat de dilemma’s zijn en hoe je daar mee omgaat. Die rol verduidelijken, lijkt me een mooie opdracht voor de komende 25 jaar. Dat kan maar op één manier, namelijk door het samen te doen.

Tegeltjes met spreuken zijn bedoeld om mensen te herinneren aan een wijsheid, inzicht of stelregel. Voor alle deelnemers aan het congres had ik een tegel met als motto: Hoe word je een sportmarketing held?

Heldentegel

Ga schrijven

Spreken is eenvoudig, maar als je je mening of visie op schrift moet verwoorden en je daar mee ‘naar buiten gaat’, wordt er meer van je capaciteiten verlangd. Door te publiceren leer je nog beter je mening te bepalen. Leer je te debatteren. Dus schrijf een column, start een blog, maak een podcast, laat van je horen. Verspreid het nieuws over het werk dat je doet en de mening die je hebt. Het leidt tot meer.

Kijk om je heen

Veel sportmarketeers hebben maar één hobby en die hobby is sport. Ze kijken naar sport, ze lezen over sport, ze praten over sport. Maar er is zoveel meer. Kijk bijvoorbeeld eens rond in de wereld van kunst en cultuur en ontdek wat daar op het gebied van marketing gebeurt. Kunstenaars als Jeff Koons en Damien Hirst behoren tot de slimste marketeers ter wereld. Kijk hoe sommige musea bouwen aan de relatie met hun achterban. Kijk hoe goede doelen nieuwe concepten ontwikkelen om fondsen te werven. Geef je ogen de kost en het zal je tot andere inzichten brengen en, het allerbelangrijkste voor een goede sportmarketeer, je creativiteit vergroten.

Blijf meten

In tijden van recessie is er als vanzelfsprekend een focus op de feiten. Iedere investering wordt afgezet tegen de opbrengsten. Zorg dat ieder project dat je doet feiten oplevert. Denk niet direct aan peperdure onderzoeken, een online survey (er zijn allerlei gratis programma’s) kan soms al genoeg zijn. Met cijfers, of ze nu goed of slecht zijn, kun je je beleid sturen en anderen overtuigen. Als het even kan, deel de opgedane inzichten met je vakgenoten (bijvoorbeeld via je blog…).

Word vrijwilliger

Stel je energie, kennis en kunde ter beschikking van een non-profit organisatie. Niet alleen lever je een maatschappelijke bijdrage, je doet er zelf ook ervaring en inspiratie door op en het vergroot je netwerk. Bovendien is het leuk om goed te doen.

Wees een ambassadeur

Van student tot en met directeur: iedere (aankomende) sportmarketeer is een ambassadeur van het vakgebied. Een ambassadeur is ‘een persoon die een organisatie of groep voor promotionele doelen vertegenwoordigd’. Dus wees een dame of heer, spreek geen kwaad over concurrenten en andere collega’s en draag je vak met passie en professionalisme uit. Daar wordt iedereen beter van.

Op naar 2048!

Tour de France 2015 start in Utrecht: Utrecht moet nu beginnen met het lokken van toeristen

8 november 2013

Tour de France in Utrecht

Interview met Marcel Maijer voor RTLZ en RTL Nieuws over de toewijzing van le Grand Départ van de Tour de France 2015 aan Utrecht en een artikel op de website van RTL Nieuws over de uitdagingen en impact van de Tour-start in Utrecht.

 

 

Het bord op schoot

11 oktober 2013

De bewering dat Nederland geen sportland zou zijn, heb ik nooit begrepen. Niet alleen hebben we de beste sportinfrastructuur ter wereld, ook onze fysieke kenmerken maken dat we geschikt zijn om sport op het allerhoogste niveau te bedrijven. Onze prestaties op de Olympische Spelen zijn in verhouding tot ons inwonersaantal meer dan bovenmodaal en in het internationale voetbal behoren we al jaren tot de wereldtop. Als Oranje goed presteert, staat het gehele land in vuur en vlam (een tweede plaats is al genoeg). Als de ijsdikte in Friesland de vijftien centimeter nadert, is iedereen in opperste staat van beroering. Nederland is gek van sport. We hechten aan de collectieve beleving, aan de herinneringen, aan de geschiedenis, aan de tradities.

O wee als er wordt getornd aan die tradities. Kom niet aan de Kuip. Kom niet aan Thialf. Kom niet aan Studio Sport. Kom niet aan het shirt of logo van een willekeurige voetbalclub. Kom niet met een plan om twee noodlijdende clubs uit dezelfde regio te laten fuseren. Ook dan staat het land in vuur en vlam, worden de media beheerst door het toch veelal triviale onderwerp en worden actiecomités opgericht om ons te behoeden voor het kwaad.

De sportconsument is oerconservatief en heeft een enorme aversie tegen verandering. Nieuwe initiatieven worden al snel als megalomaan bestempeld. Sport en commercie zijn in het ogen van de gemiddelde sportconsument water en vuur. De commercie, dat zijn gladde mannen in strakke pakken. Zakkenvullers die slechts uit zijn op hun eigen belang. De belichaming van het kwaad.

Het vreemde is dat iedere sportfan beseft dat sport en commercie onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Dat we juist in Nederland creativiteit en andere vaardigheden moeten inzetten om overeind te kunnen blijven, om mee te kunnen blijven doen. Blijkbaar is onze industrie niet in staat die onmisbare rol duidelijk te maken.

De verhuizing van de Meer naar de Amsterdam ArenA is een belangrijk element in het succes van Ajax, zowel op als naast het veld. Het zorgde voor een impuls die Feyenoord nu zo goed zou kunnen gebruiken. Het succes van het Nederlandse schaatsen houdt ook verband met de investeringen in accommodaties. Het eerste schaatsmekka van Nederland was de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Later werd het IJsselstadion in Deventer de plaats waar grote nationale en internationale kampioenschappen werden gehouden. Daarna werd die positie overgenomen door Thialf, zeker na de overkapping in 1987. Thialf hoeft niet dicht, maar er is niets op tegen om de traditie door te geven aan een nieuw initiatief in Almere. De geschiedenis leert ons dat verandering niet bedreigend hoeft te zijn, maar een kantelpunt kan zijn voor vooruitgang, kan zorgen voor nieuwe impulsen en successen. Voor nieuwe tradities.

Mijn verwachting is dat vanaf volgend seizoen de samenvattingen van de Eredivisie op het open kanaal van Fox worden uitgezonden. Op een later tijdstip, om te zorgen voor meer aanwas bij de abonneekanalen van de zender. Het zal wel even wennen zijn, niet meer kijken met het bord op schoot. Het zal voor veel opwinding zorgen, voor een nationale discussie, voor actiegroepen die moord en brand schreeuwen. Maar over vijf jaar zal iedereen beseffen dat op zondag met het bord op tafel eten minstens zo’n leuke traditie is.

Deze column is gepubliceerd in SponsorTribune, 11 oktober 2013

WK Voetbal Qatar 2022 in de winter?

9 oktober 2013

Op 3 oktober besteedde Nieuwsuur aandacht aan de mogelijke beslissing van de FIFA om het WK Voetbal dat in 2022 in Qatar wordt gehouden naar de winter te verplaatsen. Aan het woord komen Ronald de Boer, Theo van Seggelen en Marcel Beerthuizen.

“We kruipen bij elkaar. Of dat nu bij de BBQ is of bij de open haard, dat maakt eigenlijk niet zo veel uit. Samen binnen naar een voetbalwedstrijd kijken, kan minstens zo gezellig zijn.”

De uitzending vind je hier. Ga voor het item naar minuut 48’39” (tot en met 53’35”).

 Blatter Qatar WK 2022

Antistrijkstokbeleid is de basis voor alle ellende bij Alpe d’HuZes

27 augustus 2013

 

Een tweet over de declaratie-affaire bij Alpe d’HuZes leidde tot een artikel in de kranten van HDC Media, waaronder het Noordhollands Dagblad en de Gooi- en Eemlander. Het artikel lees je hier.

Alpe d'HuZes

Volledige berichtgeving HDC Media Alpe d’HuZes

Informatie over Dan Pallotta vind je hier, zijn TED Talk is hier te zien.

De man van 99 miljoen euro

23 augustus 2013

Gareth Bale verkast voor 99 miljoen euro van Tottenham Hotspur naar Real Madrid en wordt daarmee de duurste voetballer aller tijden. Een interview met Sander de Heer en Wendy Beenhakker van De Heer Ontwaakt op Radio 2 vind je hier. Een interview met Pim Sedée van RTL Nieuws vind je hier.

 

Gareth Bale

Boobytrap

3 juni 2013

Deze column is verschenen in SponsorTribune, nr. 4, 3 juni 2013

Ik ben bij allerlei initiatieven betrokken (geweest), waarbij het maatschappelijk belang voorop staat. Het is goed om goed te doen, om terug te geven, niet alleen voor je eigen karma. Hoe mooi zou het zijn, dacht ik, als concurrenten uit één markt de handen ineen zouden slaan voor het goede doel. Samen een krachtig statement afgeven, met maatschappelijke winst als primaire doelstelling. Daar kan toch niemand op tegen zijn? Bovendien, als we willen dat alle kinderen gaan voetballen, dan hebben alle merken die ‘voetbal’ verkopen daar toch uiteindelijk baat bij? Laat ze het daarna maar op de open markt uitvechten.

Maar wat ik ook probeerde, het lukte niet om tot een collectieve boodschap te komen. Niet dat men er niet voor open stond. Er waren mensen die direct mee wilden doen. Maar iedere keer was er wel weer iemand die afhaakte. Exclusiviteitsdenken, territoriumdrift, wantrouwen, angst bleken sterker.

Tot ik een advertentie zag naar aanleiding van de terroristische aanslag in Boston. De advertentie is simpel maar overduidelijk. Het beeld wordt gevuld door de skyline gezien vanuit de haven van Boston. Bovenaan de pagina staat een heading: Today we are all in the same team. Daaronder de naam van de stad en de datum van de aanslag: Boston, 04.15.2013. Onderaan de pagina staan vier logo’s van de afzenders van de boodschap: New Balance, Nike, Puma en adidas. Vier wereldspelers in één van de meest competitieve markten ter wereld. Die normaal gesproken oorlog voeren tijdens grote sportevenementen. Die op jacht zijn naar de grootste talenten met als doel ze in hun ‘stal’ te krijgen. ‘But not in Boston’, zoals Obama al zei. In Boston geven deze concurrenten het voorbeeld en laten ze zien dat we in tijden van nood samen sterker zijn. Dacht ik. En velen met mij, want de uiting werd razendsnel gedeeld via social media, blogs en andere kanalen. Met overwegend positieve reacties uit de hele wereld over het initiatief en de boodschap van deze vier merken.

Wat bleek? De advertentie was bedacht door een collectief van Franse creatieven, die het digitale domein, met name sites over creativiteit en reclame, gebruikten om hun overigens goedbedoelde idee te verspreiden. Facebook en Twitter deden de rest. Op de Facebook-pagina van het collectief staat inmiddels vermeld dat de afbeelding op verzoek van ‘enkele merken’ is verwijderd. Maar die boodschap heeft velen niet bereikt. ‘Never forget’ is de (inmiddels ironische) titel die bedenkers aan de advertentie hadden gegeven…

Ik geloof in de kracht van bedrijven, die beter dan welke overheid ook in staat zijn om mensen in beweging te brengen. Ik geloof in social entrepreneurship, in ondernemers die denken aan winst én aan mensen én aan de aarde. Leiders die zich verenigen om de uitdagingen van onze wereld te tackelen en die bereid zijn om de concurrentiestrijd (af en toe) even te parkeren. Naïef? Nee, het is slechts een kwestie van tijd.

 

Boston-2013-Never-Forget

De ‘advertentie’

Fast Mood Facebook

De Facebook pagina van Fast Mood