Over sporters op een podium

Het Internationaal Olympisch Comité verbiedt sporters om nadrukkelijk hun mening te verkondigen tijdens de Olympische Spelen. In regel 50 van het olympisch handvest staat dat politieke en religieuze gebaren net als raciale propaganda niet worden getolereerd op de Spelen.

Sebastian Coe, voorzitter van de internationale atletiekorganisatie World Athletics en een prominent sportbestuurder, juicht het juist toe dat sporters het moment van de medaille-ceremonie gebruiken om de aandacht op misstanden te vestigen door bijvoorbeeld te knielen. De Brit vindt dat er ruimte moet zijn voor politieke uitingen. “Atleten zijn nu eenmaal onderdeel van deze wereld en ze willen uiting geven aan de wereld waarin ze leven. Voor mij is het helemaal prima als ze dat willen doen.”

De meest sportkoepels zoals FIFA en UEFA kennen soortgelijke verbodsbepalingen als het IOC, maar gaven blijk van begrip voor de wereldwijde protesten naar aanleiding van de dood van George Floyd.

In de Bundesliga werden spelers die aandacht schonken aan Black Lives Matter niet bestraft met bijvoorbeeld een gele kaart. Andere sportorganisaties besloten tot het uitbrengen van een gezamenlijk statement, zoals de Engelse Premier League waar alle spelers voor aanvang van de wedstrijd knielden. In de Formule 1 droegen alle coureurs een BLM t-shirt, maar was het een persoonlijke beslissing om wel of niet te knielen voor de race.

Het IOC wil niet speculeren over wat er gaat gebeuren als atleten volgend jaar tijdens de Spelen besluiten om bijvoorbeeld te knielen bij het volkslied. Men liet wel eerder dit jaar weten in gesprek te gaan met atleten naar aanleiding van de Black Lives Matters-protesten.  

In september riep de Braziliaanse beachvolleybalster Carol Solberg in een interview na afloop van een medaille-uitreiking “En om het niet te vergeten, weg met Bolsonaro.”. Het zorgde voor enorme discussie in Brazilië en de Braziliaanse volleybalbond dreigde met schorsing en een boete van € 15.000. Solberg zou met haar uitspraak de regels van de volleybalbond hebben overtreden, waarin sporters worden verboden hun mening via de media te uiten als die het imago van de Braziliaanse volleybalbond en sponsors kunnen schaden. Solberg kreeg uiteindelijk een berisping van het Braziliaans Hooggerechtshof voor Sportrecht. Opvallend was wel dat twee volleyballers en een voetballer die zich pro-Bolsenaro hadden geuit, niet werden beschimpt of bestraft.

Sport en politiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het organiseren van een groot sportevenement is vaak gebruikt om dictatoriale regimes te promoten. De Spelen zijn ingezet in discussies over oorlogen en conflicten. Sporters gebruikten al eerder het podium van de Spelen om aandacht te trekken voor een maatschappelijke kwestie, met het Black Power-gebaar van Tommie Smith en John Carlos tijdens de Spelen van 1968 als het meest bekende voorbeeld. Het werd een wereldberoemd moment dat het IOC paradoxaal genoeg ook zelf gebruikt ter promotie van de Olympische Spelen.

Sporters zijn rolmodellen en kunnen mensen inspireren en ook aandacht trekken voor ‘een zaak’. Of dat een goede of slechte zaak is, is aan het oordeel van de sporter. Zij hebben tal van mogelijkheden om hun mening te verkondigen. In interviews, persconferenties en op social media bijvoorbeeld. Zoals LeBron James dat deed in een post-match interview na afloop van de NBA Finals waarin hij dieper inging op zijn standpunten over Black Lives Matter. Volgens James gaat het om ‘strenght in numbers’: als je het samen doet, kun je echt iets veranderen. Ook sponsors verkondigen steeds vaker hun mening en houden zich, anders dan enkele jaren geleden, niet langer afzijdig van maatschappelijke kwesties.

Is een podium-ceremonie tijdens de Olympische Spelen ook zo’n uitgelezen moment? De geschiedenis leert van wel (zie 1968). Toch ben ik van mening dat het IOC moet voorkomen dat de medaille-ceremonie de plek wordt voor allerlei politieke, religieuze of maatschappelijke uitingen. Voordat je het weet, wordt het een ratjetoe van allerlei particuliere meningen, hoe wezenlijk die soms ook kunnen zijn.

Laat het Olympische podium de plek zijn voor inspiratie en verbinding in plaats van aanleiding te geven voor de steeds verder toenemende intolerantie, polarisatie en haat. Uiteraard moeten kwesties aan de kaak kunnen worden gesteld en moet iedereen zijn mening kunnen verkondigen. De sport (atleten, teams, bonden, sportkoepels, fans, sponsors) heeft genoeg kanalen en momenten, ook tijdens de Spelen, om haar mening te verkondigen en verschil te maken.

In BNR Zakendoen #sporteconomie ging het op 14 okober 2020 over sporters op een podium. De podcast van de uitzending is terug te luisteren via deze link.

Over de impact van het coronavirus

Wat de gevolgen van het coronavirus voor de sportwereld wordt deze week overduidelijk. Na het stilleggen van nationale competities en nationale en internationale sportevenementen, zijn er nu ook beslissingen genomen over grote aankomende sportevenementen. De lijst met evenementen die niet meer doorgaan of zijn uitgesteld, blijft groeien.

UEFA besloot Euro 2020 een jaar te verplaatsen. Een noodzakelijk besluit, de nationale competities gaan voor. Het zorgt er wel voor dat het grootste evenement van UEFA zijn plek in de kalender al heeft ingenomen. Inmiddels heeft FIFA moeten besluiten het WK voor clubteams te verplaatsen van zomer 2021 naar de zomer van 2022.

De impact is enorm. NOC*NSF becijferde dat het de sport in Nederland tot en met de zomer circa € 950 miljoen gaat kosten. In andere landen is de impact minstens zo groot, alleen in het voetbal al. In veel landen grijpt de overheid in door het bedrijfsleven en dus ook de sportwereld te ondersteunen.

Eén ding heeft deze crisis glashelder gemaakt: het besef dat sport op dit moment volstrekt onbelangrijk is.

Mensen op zoek naar ontspanning en momenten om even te kunnen ontsnappen aan de dagelijkse druk kunnen nog steeds bij een paar sporten terecht: eSports gaan voor een belangrijk deel door, zoals Max Verstappen die laat zien ook in een simulator hard te kunnen racen. Datzelfde doen vele wielrenners op Zwift. Het Kandidatentoernooi van het WK Schaken is in volle gang, met strikte gezondheidsregels omgeven. Het wordt gespeeld in het Russische Jekatarinenburg met de Nederlander Anish Giri als een van de acht deelnemers. Via verschillende sites zijn de partijen goed te volgen.

Inmiddels schieten de initiatieven om mensen een hart onder de riem te steken als paddenstoelen uit de grond, of het nu fitness vanaf een balkon is of een bijzondere wedstrijd die NBA-sterren willen spelen.

Het IOC wil er nog niet aan dat de Olympische Spelen in juli nooit de glans kunnen hebben die bij het evenement hoort. Door uitgestelde kwalificatietoernooien en de lockdownmaatregelen in verschillende landen is van een gelijke voorbereiding geen sprake meer. Laat de Olympische Spelen van Tokio het feest worden waar de hele wereld de slachtoffers gedenkt en de overwinning op het coronavirus viert. Hopelijk kan dat nog in 2020.

In BNR Zakendoen #sporteconomie ging het op 18 maart over de impact van het coronavirus op de sportwereld. Thomas van Zijl stelde de vragen. De uitzending is terug te luisteren via deze link.

Bijschrift bij de foto: de meeste toeschouwers bij een wedstrijd in de hoogste Japanse voetbalcompetitie, op zondag 23 februari in Kobe, droegen een mondkapje.

‘Ik vrees voor EK en ben ook bang voor Olympische Spelen’

Op maandag 16 maart stond het Sportforum van Langs de Lijn En Omstreken op Radio 1 volledig in het teken van het corona virus. Met social distancing: twee fysieke en twee virtuele gasten in de studio. Met aan de telefoon Jacco Swart, directeur van de European Leagues, die in NRC al zijn visie gaf op de ontwikkelingen.

De gasten van deze editie waren Volkskrant-journalist Robèrt Misset, wielercommentator van de NOS Gio Lippens, Samantha van Wijk van NUsport en sportmarketeer Marcel Beerthuizen.

De uitzending is terug te luisteren via deze link.

Over de opkomst van Azië

Of het nu om sponsoring, de organisatie van grote evenementen, het verkrijgen van meerderheidsbelangen in sportorganisaties, de aankoop van uitzendrechten of het ontwikkelen van nieuwe commerciële initiatieven gaat: Aziatische overheden en bedrijven veroveren een dominante positie in de mondiale sportwereld.

PeyongChang 2018, Tokyo 2020, Beijing 2022: drie opeenvolgende Olympisch Spelen vinden plaats in Azië. Dit jaar organiseert Japan de Rugby World Cup en in 2020 gaat de Formule 1 naar Hanoi. President Xi Jinping wil dat China in 2025 de grootste sporteconomie ter wereld is met een omzet van $ 850 miljard. Chinese bedrijven als de Wanda Group en Alibaba van Jack Ma kochten en kopen grote belangen in sportorganisaties en commerciële marktpartijen overal ter wereld. Japanse bedrijven als Rakuten en Soft Bank zetten in op sport als investeringsvehikel.

De opkomst van Aziatische grootmachten in de sportwereld lijkt niet te stuiten. Wat valt er op? Wat valt er te leren? Zijn er kansen voor Nederland? In de uitzending van 23 januari 2019 ging het sport & economie-item in BNR Zakendoen over de ontwikkelingen in de sportindustrie in Azië. Presentator en sportkenner Thomas van Zijl stelde de vragen, Jacqueline Smit van Rockportink was deze uitzending de Zakenpartner.

De uitzending kun je hier bekijken en hier beluisteren.

Over steden die wel willen en steden die niet willen

Het Internationaal Olympisch Comité heeft problemen met het onderbrengen van de Olympische Spelen. Voor de Spelen van 2024 bleven slechts twee kandidaten over. Met een slimme move werden deze twee steden (Parijs 2024 en Los Angeles 2028) gekoppeld aan het grootste sportevenement ter wereld.

Voor de kandidatuur van de Winterspelen van 2026 zijn er ook nog maar twee steden over: Stockholm en de Milaan/Corina d’Ampezzo-combinatie. Vorige week viel Calgary af nadat een meerderheid van de bevolking via een referendum de Spelen had afgewezen. Dat gebeurde eerder met Sion, Graz en Sapporo.  Wat moet het IOC doen? Het is tijd voor innovatie en vernieuwing. Kansen voor Nederland dus?

Formula One Management heeft minder moeite met het vinden van host cities. In Nederland staan Zandvoort en Assen te trappelen om een Grand Prix te organiseren.

In BNR Zakendoen van 28 november ging het over de overwegingen van steden om zich wel of niet kandidaat te stellen voor de organisatie van een groot sportevenement. Thomas van Zijl stelde als altijd de vragen.

De uitzending is hier te bekijken en hier terug te luisteren.

Over Tech In Sports

In BNR Zakendoen ging het op 19 september over de grote tech bedrijven (Facebook, Apple, Amazon, Netflix, Google) die steeds vaker sport content gebruiken als middel om mensen te binden en voor extra inkomsten te zorgen. We spraken ook over grote sportorganisaties als IOC en UEFA die hun eigen digitale platformen starten.

Hoe zit dat? Waar gaat het naar toe? Thomas van Zijl stelde de vragen aan Marcel Beerthuizen in het wekelijkse item over sport & economie. De Zakenpartner was deze woensdag Constance Scholten van Slingshot Ventures.

De uitzending is hier te bekijken en hier te beluisteren.

Over sport in de uitverkoop

De nieuwe naam van de Eerste Divisie was aanleiding om in BNR Zakendoen te praten over ontwikkelingen in sportsponsoring. De Keuken Kampioen Divisie: is dat nou een slimme deal of een slechte deal? Een incident of een trend? Wat betekent het voor de sport? Wat betekent het voor de sponsor? Wat betekent het voor sportsponsoring? Moet het anders? Kan het anders? Paul Laseur stelde de vragen:

De uitzending kun je hier terugkijken en hier beluisteren als podcast.

Stelling nemen

Onrust in België. De Belgische voetbalbond KBVB had rapper Damso gevraagd een WK-lied voor de Rode Duivels te maken. Dat stuitte op veel kritiek, want de rapper wordt verweten vrouwonvriendelijk teksten te schrijven. De Vrouwenraad, een Belgische organisatie die zich inzet voor gelijke kansen voor mannen en vrouwen, stuurde een open brief aan de sponsors van de KBVB. De sponsors uitten hun bezorgdheid. De bond zwichtte voor alle druk (de politiek had zich er inmiddels ook mee bemoeid) en beëindigde de samenwerking met de kunstenaar.

In Nederland was er een soortgelijk incident. Belangenorganisaties riepen Amstel, Gillette en Toto op te stoppen met de sponsoring van het tv-programma Voetbal Inside na een optreden van ‘Renate’ van der Gijp. Toto noemde het optreden ‘smakeloos’ en nam met klem afstand van alle kwetsende grappen. Tot een boycot kwam het niet.

Niet mee bemoeien: de stelregel voor een sponsor als de organisatie die je sponsort onder vuur ligt. Immers, je maakt mede mogelijk en bent als sponsor niet verantwoordelijk. Als de onrust aanhoudt (denk aan het corruptieschandaal dat de FIFA maandenlang in zijn greep hield) en je niet langer kunt zwijgen, uit je je bezorgdheid en vraag je om een diepgaand onderzoek. Achter de schermen voer je de druk op en eis je verandering met als ultiem dreigement het stoppen van de sponsoring. Voor het oog van de camera’s houd je afstand. Het is een strategie in tijden van crisis die niet alleen de sponsors van de FIFA en het IOC maar ook van de KNVB met succes hebben toegepast.

De vraag is of deze strategie nog werkt. In een wereld waar discussies feller worden en digitaal kunnen ontploffen, zullen sponsors meer en meer worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid. Zullen ze stelling moeten nemen. Zo kan sponsoring voor problemen zorgen waar je als merk totaal niet op zit te wachten.

Een oplossing? Zoek de aanval. Steeds vaker zie je dat bedrijven een politiek of principieel standpunt innemen. Tegen #trump. Tegen #metoo. Tegen #kinderarbeid. Laat zien waar je voor staat, dan hoef je je nooit te verdedigen.

Deze column is verschenen in Sponsorreport, 19 april 2017.

Een vraag aan minister Bruins over ‘nieuwe’ Olympische Spelen in 2032

Op verzoek van BNR Nieuwsradio mocht ik op de eerste officiële dag van het kabinet Rutte-III een ‘prangende’ vraag stellen aan minister Bruno Bruins, die ook sport in zijn portefeuille heeft. Ik hoefde er niet lang over na te denken. Mijn vraag ging over de Olympische Spelen. Er is namelijk een enorme kans voor Nederland.

Het IOC heeft steeds meer moeite om kandidaat-steden te interesseren voor de organisatie van het grootste evenement ter wereld. De Zomerspelen van 2024 en 2028 zijn verdeeld tussen de twee overgebleven steden Parijs en Los Angeles. De laatste keer dat het IOC in één keer twee steden aanwees voor twee verschillende Zomerspelen, was in 1921.

Olympische Spelen die miljarden kosten en waarbij de organiserende stad alle financiële risico’s draagt, passen niet meer in deze tijd. Althans niet in democratisch bestuurde landen waar de bevolking kritisch is als het om baten en lasten gaat.

Het is tijd voor nieuw elan, voor een andersoortige aanpak die is gestoeld op duurzaamheid en innovatie. IOC-voorzitter Thomas Bach is zich daar terdege van bewust.

Nederland heeft in de afgelopen jaren laten zien hoe goed het op een vernieuwende wijze evenementen kan organiseren, evenementen die geen geld hebben gekost maar hebben opgeleverd en die ook nog eens alle lof kregen van de betrokken internationale sportkoepels en Bach himself.

Met een voorbereidingstijd van 15 jaar kan Nederland gaan werken aan de ‘nieuwe’ Olympische Spelen 2032 die ons land vol in het licht zetten.

Mijn vraag aan Bruno Bruins luidde als volgt:

Geachte minister Bruins,

Nederland heeft de afgelopen jaren laten zien hoe goed het is in het organiseren van internationale sportevenementen. Zoals het EK Vrouwenvoetbal, het WK Hockey, het WK Shorttrack en het WK Beachvolleybal dat in de Haagse Hofvijver werd gehouden. Deze evenementen zorgden voor winst op allerlei terreinen en lieten zien waar een klein land groot in kan zijn.

De wereld heeft genoeg van megalomane evenementen in niet-democratische landen. Er ligt een kans voor Nederland om de Olympische Spelen in 2032 te organiseren. Olympische Spelen die duurzaam en dopingvrij zijn, die zorgen voor verbroedering en vrede en de beste reclame is die Nederland zich kan wensen.

Ziet u het als een opdracht om de Olympische vonk die er nog steeds is aan te wakkeren tot een groter vuur? Ik ben benieuwd naar uw antwoord.

Hartelijke groet, Marcel Beerthuizen

Minister Bruins vindt het “fantastisch en een wenkend perspectief”, vindt Nederland “een heel goed topsportland en dat willen we heel graag uitdragen en dat kan natuurlijk prachtig met grote evenementen”, maar wil “eerst meer kennis op de botten en dan een stapje verder kijken”.

Ik ben benieuwd. Dit naar men zegt ‘Rotterdamse’ kabinet is hopelijk van de daden.

Het BNR nieuwsitem met het antwoord van de minister kun je hier beluisteren.