Over Amazon

Amazon, e-commerce platform en cloud storage provider, stort zich ook vol overgave op de sportwereld. In verschillende landen heeft Amazon uitzendrechten van sport gekocht voor hun streaming video services Amazon Prime en Twitch.

Sinds 2017 brengt Amazon Prime Video Thursday Night Football wedstrijden van de NFL en met succes. Het kijken van de wedstrijden is gekoppeld aan het verrijken van profielen en e-commerce aanbiedingen. Kijkers naar TNF kopen ook op het platform en ruim 50% van die kopers had langer dan 12 maanden niets gekocht bij Amazon. Een interessante manier om het merk weer relevant te maken en sales aan te jagen. Amazon Prime abonnees krijgen privileges, zoals gratis thuisbezorging van de producten die zijn besteld.

Onderdeel van de afspraken met de NHL was het verkrijgen van de exclusieve rechten op één wedstrijd, die tussen de San Francisco 49-ers en de Cardinals uit Arizona. De NHL heeft de verplichting om de wedstrijden in de lokale markten van teams toegankelijk te maken via broadcasting, maar in de rest van het land was de wedstrijd uitsluitend op Amazon Prime te zien. Amazon praat met NHL over een verlenging van het rechtenpakket voor drie jaar voor een bedrag van tenminste $ 200 miljoen.

In India is cricket de manier om meer klanten te werven; Amazon heeft de rechten van de populaire Indian Premier League cricket. Een duidelijke strategie: het kopen van sportrechten als instrument om een merk te bouwen en te laden gekoppeld aan conversie van abonnee’s en klanten. De aangekochte content wordt ook verrijkt met eigen producties waarmee documentaires worden gemaakt die weer op Prime te zien zijn, zoals de ‘All or Nothing’ series.

In Europa wordt Amazon steeds actiever. Naast eerdere acquisities van Premier League wedstrijden in Engeland en Champions League wedstrijden in Duitsland (waaronder ook audiorechten), heeft men nu het oog op de Italiaanse Serie A laten vallen. Een voetbalcompetitie die volop in de belangstelling staat onder meer door de aanwezigheid van Cristiano Ronaldo. Amazon is in een strijd verwikkeld met Comcast. De Serie A verwacht tenminste € 1,13 miljard uit de verkoop van de verschillende rechten pakketten te halen. Men is vol vertrouwen en dat geldt ook voor investeerder CVC Capital Partners dat onlangs een 10% belang in die rechten verwierf voor een bedrag van € 1,7 miljard.

Het ligt in de lijn van de verwachtingen dat Amazon’s succesformule van live sport en e-commerce wordt gekopieerd in andere markten in Europa. In Nederland is Amazon vorig jaar van start gegaan en bouwt men gestaag aan het merk, bijvoorbeeld met tv-reclame die ook op sportzenders is te zien. Het is niet ondenkbaar dat Amazon rechten wil verwerven van de Eredivisie, waarvan het contract met Disney (ESPN) medio 2025 afloopt.

Heeft het bedrijf van de rijkste man op aarde, Jeff Bezos, nog wel concurrenten? Die komen met name uit de FAANG-hoek, waarbij het acroniem in dit geval staat voor Facebook, Apple, Alibaba, Netflix en Google/You Tube.

Amazon investeert niet alleen in sportrechten, maar ook in een stadion. In ‘hometown’ Seattle heeft het bedrijf de naamgevingsrechten van de voormalige Key Arena gekocht voor een bedrag van circa $ 350 miljoen voor een periode van 10 jaar. Dit gebouw wordt de thuishaven van het nieuwe NHL-team Seattle Kraken en van Seattle Storm, een WNBA basketball team. Opvallend is dat het woord Amazon niet in de nieuwe naam voorkomt, het stadion is Climate Pledge Arena gedoopt. Bezos wil graag dat fans worden doordrongen van de klimaatcrisis. Op de website van het stadion is de naam en het logo van de sponsor nauwelijks te vinden.

De Climate Pledge Arena wordt volledig klimaatneutraal, met veel aandacht voor efficient energiegebruik, zo weinig mogelijk afval en gebruik van regenwater voor o.a. de ijsvloer. Mensen die een kaartje kopen, kunnen gratis met het openbaar vervoer reizen via een nieuwe metrolijn. Het initiatief sluit aan op het doel van het bedrijf om in 2040 ‘net carbon neutral’ te zijn.

De sponsoring van nieuwe stadions is lokaal gedreven; er is nog geen intentie om ook andere stadions te adopteren. Deze zomer wordt de Climate Pledge Arena geopend, in het seizoen 2021/2022 spelen de ijshockeyers van de Kraken hun eerste thuiswedstrijd.

De podcast van BNR Zakendoen #sporteconomie met Thomas van Zijl en Marcel Beerthuizen over Amazon is te beluisteren via deze link.

Over verjonging

Deze maand maakte het IOC het sportprogramma voor de Olympische Spelen van Parijs 2024 bekend. Met een opvallende toevoeging, namelijk ‘breaking’ (breakdancing). Ook de Olympische noviteiten skateboarding en klimmen die in Tokio voor het eerst op het programma staan, keren terug in de Franse hoofdstad. Ook surfen is voor de tweede keer opgenomen; dat vindt echter 15.000 kilometer van Parijs plaats, in de wateren rond Tahiti.

Breaking is de enige nieuwe sport in Parijs. Tientallen andere verzoeken werden afgewezen, waaronder parkour, oceaan roeien en squash dat al jaren lobbyt voor een Olympische status en zelfs Roger Federer had ingezet. Tevergeefs. Karate en honkbal/softbal verdwijnen ook van het programma, populaire sporten in Azië die op voorspraak van het Japanse organisatiecomité waren toegevoegd aan Tokio 2020.

Waarom dan wel breaking? Het IOC heeft verschillende beweegredenen. Allereerst wil men een jonger publiek trekken. De gemiddelde leeftijd van de kijker naar de Spelen is gestegen naar 53 jaar. In de commercieel belangrijke doelgroep 18-49 jaar nam het kijkersaandeel met 25% af. Het IOC wil ook dat de Spelen genderneutraal worden (met 50% mannelijke en 50% vrouwelijke deelnemers), een grotere aantrekkingskracht op jongeren uitoefenen en een meer stedelijke (urban) uitstraling krijgen. Ook wil men de kosten voor het organiseren van de Spelen verlagen: dat betekent minder deelnemers, minder medaille evenementen in bepaalde sporten en de toevoeging van evenementen die zonder al te grote investeringen kunnen worden georganiseerd. Het Place de la Concorde in hartje Parijs wordt de locatie voor de wedstrijden in breaking, klimmen en 3×3 basketbal.

De wil tot verjonging wordt ook aangejaagd door belangrijke partners. Zoals het Amerikaanse NBC, dat $ 7,75 miljard betaalde voor de uitzendrechten van de Spelen voor de periode 2021 – 2032. NBC sloot al licentiecontracten met Snapchat, Buzzfeed en Twitter om het bereik onder jongeren te vergroten. Ook de grote sponsors van het IOC juichen de ontwikkeling toe, evenals de gaststeden die meer invloed hebben gekregen op het programma en graag alle groepen in de samenleving willen betrekken.

Werkt die strategie? Een geslaagd voorbeeld is beachvolleybal dat sinds 1996 onderdeel is van de Olympische Spelen. Het beachvolleybal-format met snelheid, spektakel, muziek en dans heeft allerlei sporten positief beïnvloedt en dat geldt ook voor het eigen indoor-volleybal.

Met de Japanse Spelen (hopelijk) in aantocht, zal er steeds meer aandacht komen voor skateboarding. Nederland heeft onder meer in Keet Oldenbeuving een aansprekend talent. SkateKeet wordt al enige tijd gevolgd voor een documentaire die moet eindigen met een slotakkoord in Tokio. Of het tot meer skaters zal leiden is de vraag; meestal leiden sportsuccessen niet tot extra sportdeelname weten we uit onderzoek van onder meer Maarten van Bottenburg. Tot meer aandacht en volgers in de media zal het ongetwijfeld wel leiden.

Ik vind het een goede ontwikkeling dat het IOC mee surft op de golven van maatschappelijke ontwikkelingen en niet vastgeroest zit in traditionele governance modellen die veel sportorganisaties kenmerkt en die verandering in de weg staat. De strategie van het IOC is voor een groot deel commercieel ingegeven, maar het is hoopvol dat men durft te veranderen. De toekomst van de Spelen staan op het spel, aangezien men steeds afhankelijker wordt van de financiering door private organisaties. Een niet onbelangrijke bijvangst is dat de Olympische droom om alle mensen te verbinden door de verjonging een nieuwe impuls krijgt.

In BNR Zakendoen #sporteconomie van 23 december 2020 ging het over verjonging. De podcast van de uitzending kun je terugluisteren via deze link.

Over Generatie Z en de consumptie van sport

Generatie Z wordt gevormd door mensen geboren tussen 1995 en 2010. Het zijn digital natives, mensen die eerder konden swipen dan spreken. Ze zijn opgegroeid met de mobiele telefoon die een belangrijke rol speelt in hun leven, als oog op de wereld en als instrument om te verbinden en te delen.

Er wordt veel over deze generatie geschreven. Trendwatcher René Boender en psycholoog Jos Ahlers interviewden de afgelopen tien jaar meer dan 15.000 Zoomers (zoals ze ook wel worden genoemd) en schreven daar drie boeken over.

In BNR Zakendoen ging het op 5 februari over Gen Z en hun consumptie van sport. Sport is belangrijk in het leven van de Gen Z-ers en wordt vooral op mobiele apparaten gevolgd en gekeken met focus op doelpunten/scores en andere bijzondere momenten.

In de Verenigde Staten zijn er sportkanalen die zich volledig op Generatie Z richten, zoals Overtime en Whistle. Overtime richt zich vooral op de de sterren van morgen in het basketbal en American football en op jonge atleten met exceptionele talenten. Beelden worden met de mobiele telefoon gemaakt door freelancers uit dezelfde leeftijdsgroep (peers), die de content versnijden in ruwe en authentieke beelden. Het gaat om wedstrijden, maar vooral om het dagelijks leven van de atleten waarvan sommigen meer social media volgers hebben dan gearriveerde sportsterren. Overtime heeft meer dan 1 miljard viewers per maand die meer dan 250 miljoen minuten kijken. De investeerders staan in de rij voor dit soort ventures, maar het generen van commerciële inkomsten is nog niet eenvoudig en moet komen uit onder meer advertising, sponsoring, de verkoop van merchandise en het organiseren van eigen evenementen.

Generatie Z sport zelf ook, om fit te blijven maar ook vanwege de sociale component om actief te zijn met leeftijdsgenoten. Traditionele lidmaatschappen zijn minder interessant voor deze groep. Sporten wordt gedaan als er zin en tijd is en nieuwe marketingconcepten als ClassPas, One.Fit en Champ spelen in op die behoefte. Ook het spelen van games blijft maar groeien, de share of wallet van mobiele games wordt jaar op jaar groter.

Ook in Nederland zijn er goede voorbeelden van concepten die zich richten op Generatie Z. KNVB heeft Kicks ontwikkeld, een combinatie van Cross-Fit en voetbal. Only Football van Soufiane Touzani heeft honderduizenden Z-ers als volger en speelt met verschillende formats in op de behoefte van de doelgroep en adverteerders. Een ander goed voorbeeld is de Tour de Tietema, die met een serie van bijzondere challenges in staat bleek jonge mensen te interesseren in de Tour de France. Voetbalclubs als Ajax en AZ hebben jonge marketeers in dienst die zich volledig richten op het betrekken van Generatie Z.

Wat zijn belangrijke inzichten voor sportorganisaties en mediabedrijven die zich op Generatie Z willen richten? Zorg voor zichtbaarheid op mobiele apparaten, met . YouTube als een van de belangrijkste kanalen. Breng verhalen uit het leven van sporters en coaches, idealiter gepresenteerd door leeftijdsgenoten. Zorg er voor dat de content rauw en niet te gestileerd is, dat verhoogt de authenticiteit. Verspreid highlight videos om de betrokkenheid bij de doelgroep te vergroten. Zorg ervoor dat je sport altijd ‘aanstaat’ (always on) op de social media kanalen die Gen Z-ers volgen.

Ook in deze aflevering van BNR ‘Over sport en economie’ kwamen de vragen van Thomas van Zijl. De uitzending is hier terug te kijken en hier terug te luisteren. Alle uitzendingen van deze serie zijn te vinden op deze website, de website van BNR en ook te beluisteren via je favoriete podcast app.

Over de export van Ons Voetbal

In de Johan Cruijff ArenA werd op 3 april 2019 het onderzoek ‘Trends in Export’ gepresenteerd. De uitzending van BNR Zakendoen kwam deze dag vanuit het stadion . Een goede aanleiding om in het sporteconomie item aandacht te besteden aan de export van ons voetbal.

Wat zijn de manieren waarop de Eredivisie en de clubs hun producten kunnen exporteren? Waarom is de Eredivisie een aantrekkelijk product? Wat levert dat op? Wat doen clubs zelf om hun inkomsten te vergroten? Thomas van Zijl stelde de vragen aan Marcel Beerthuizen van bigplans

De uitzending kun je hier terugkijken. Er is ook een podcast versie, die vind je hier.

‘We can be heroes’

Dames en heren,

Ik wil het bestuur van de Nederlandse Sport Pers hartelijk danken voor de uitnodiging om vanavond te komen spreken. Daarnaast wil ik alle prijswinnaars van harte feliciteren.

Na het nieuws van vanochtend (het overlijden van David Bowie – MB) heeft mijn column als titel gekregen: ‘We can be heroes.’

NSP heeft voor de eerste keer in zijn bestaan gekozen voor een samenzijn tussen sportjournalisten en sportmarketeers. Kan dat eigenlijk wel samen? Is er wel een fit, zoals we dat in marketingtermen noemen?

Voor het grote publiek wel. Die vindt ons allebei namelijk helemaal niets. Kijk maar eens op Twitter. Als je iets zeker wilt weten als marketeer, dan ga je onderzoek doen. Wat vindt men van ons? Dat is niet mis.

Als je vraagt naar sportmarketeers krijg je als antwoord: gladde jongens, strakke pakken, ze zijn uit op geld ten koste van de sport.

Als je vraagt naar sportjournalisten krijg je ook clichés als antwoord: onverzorgd, drinkers (maar dat valt best mee heb ik vanavond geconstateerd), alleen maar op zoek naar negatieve verhalen.

Er is ook een overeenstemming tussen de twee beroepsgroepen, zo bleek uit mijn onderzoek. Op de open vraag: ‘Wat is uw mening over sportjournalisten?’ en ‘Wat is uw mening over sportmarketeers?’ kwam op beide vragen hetzelfde antwoord: ze doen het voor zichzelf, ze houden niet van sport. De consumenten, de mensen die ons betalen, twijfelen aan onze oprechtheid.

Het is een beeld dat wij blijkbaar zelf hebben gecreëerd. Klopt dat wel?

Ik werk meer dan 25 jaar in de wereld van sport, commercie en media en ik heb in die tijd heel veel sportjournalisten en sportmarketeers leren kennen. Aan één ding twijfel ik geen moment: de liefde voor sport bij al die mensen.

Beter gezegd: die liefde is zo groot, dat het eerder een handicap is dan een voordeel. Zoals de bekende schrijver en sportjournalist David Walsh zei: sportjournalisten, dat zijn fans met een notitieblok. Ik voeg daar aan toe: sportmarketeers, dat zijn fans met een marketingboek. En sommigen hebben dat boek niet eens gelezen.

Sport zit zo in het hart bij een aantal van mijn beroepsgenoten, dat ze liever tweeten en praten over de opstelling of over sportprestaties, dan over merken, dan over hun eigenlijke werkterrein. De passie voor sport zit sportmarketeers in de weg.

Is dat bij sportjournalisten ook zo? Daar ligt het eenvoudiger. Journalisten kunnen vrijuit praten en schrijven over opstellingen, atleten, scheidsrechters en alle andere randverschijnselen. Dat is hun werk. Maar ik zie een gevaarlijke ontwikkeling. Omdat ik vind dat de laatste spreker ook iets mee moet meegeven aan het gezelschap dat hij toespreekt, wil ik de dames en heren journalisten graag iets op het hart drukken.

Ik heb jarenlang gewerkt voor TBWA\, een wereldwijd netwerk van reclamebureaus. Eén van mij collega’s was Marian Salzman die in Amsterdam werkte voor het Department of the Future dat zich bezig hield met maatschappelijke trends. Marian is uitgegroeid tot een wereldvermaarde trendwatcher. Eén van de trends die ze in het begin van deze eeuw benoemde, verwoordde ze als volgt: ‘Chefs are the new stars’.

Koks, chef koks, worden de nieuwe sterren zei Salzman. Dat was nog ver voor alle kookprogramma’s op televisie. Marian heeft helemaal gelijk gekregen. Chefs zijn uitgegroeid tot wereldberoemde celebrities.

In lijn met Salzman signaleer ik vandaag een nieuwe trend: Sportjournalisten zijn de nieuwe sterren.

Het is, zoals met alle trends, iets dat langzaam evolueert. Je ziet het gebeuren. Eerst had je VI aan Tafel, maar nu heb je Kees aan Tafel met alleen maar journalisten. Het Sportforum van Langs de Lijn heeft alleen nog maar journalisten. Sportjournalisten, je komt ze aan alle tafels tegen: bij Matthijs, bij Jeroen, bij Humberto.

Je kunt voorspellen wat er gaat gebeuren. Koks werden sterren en kregen hun eigen tv-shows, boeken, tijdschriften, podcasts, YouTube-kanalen, reclame contracten en pop-up restaurants.

Sportjournalisten, de nieuwe sterren in de sport, staat hetzelfde te wachten. De signalen zijn duidelijk waarneembaar: sportjournalisten die volgens mijn onderzoek als onverzorgd te boek staan, zie je op tv in hippe kleding met hun haar volgens de laatste haarmode. Willem Vissers die opeens jasjes draagt. Sjoerd Mossou met opscheer. Arno Vermeulen, ja Arno Vermeulen, heeft een eigen kledinglijn, die hij vol trots toonde in Studio Voetbal.

Wat filmrecensenten zijn voor de filmindustrie zijn sportjournalisten voor de sportwereld. Jullie moeten beschouwen, beoordelen en vooral duiden.

Als je goed wilt duiden, heb je afstand nodig tot het onderwerp dat je beschouwt. Dan moet je geen fan zijn. En dan moet je zeker niet onderdeel worden van het entertainment circus dat de sport is. Waar iedereen het liefst iedere week een afwijkende mening hoort. Omdat dat leuk is of omdat het shockeert.

Want je moet roepen als je op tv bent, anders wordt je niet uitgenodigd. Je moet roepen en bij voorkeur iets dat afwijkt, want dan kunnen andere praatprogramma’s daar weer op inhaken. Je moet roepen omdat je anders wel eens uit de gratie zou kunnen raken. Johan Derksen heeft een imperium gebouwd op deze strategie.

Beste sportjournalisten, beste nieuwe sterren van Nederland, trap niet in die valkuil. Denk aan die koks die ten onder zijn gegaan aan hun eigen roem en fantasieën. Die dachten dat ze alles konden maken. Trap er niet in. Houd distantie tot het onderwerp waar je elke dag verslag van doet. Blijf scherp en kritisch, laat je niet verleiden door het klatergoud. Blijf jezelf. Wees enthousiast als het kan en kritisch als het moet.

Tot zover mijn stichtelijke woorden. Naast een welgemeende waarschuwing heb ik ook nog een oproep. Een oproep in het belang van de sport.

De sportwereld staat onder druk als het gaat om het binnenhalen van sponsorgelden. De concurrentie is enorm. Iedere sector, iedereen met een goed idee is op jacht naar het geld van bedrijven.

De sportwereld is niet goed in het stellen van grenzen. De afhankelijkheid van geld is zo groot, dat men bereid is om alles te doen om een bedrijf binnen te halen. Bedrijven maken daar gebruik van. Ze zijn op zoek naar maximale aandacht voor een zo laag mogelijke prijs. Zeker de sport, waar veel exposure is te halen, heeft daar mee te maken.

Die exposure wordt geleverd door de mensen van de media, door sportjournalisten zoals hier vandaag aanwezig. En anders dan 10 jaar geleden, toen de Rabo Wielerploeg door alle media consequent de Ploeg Raas werd genoemd, is er veel verbeterd. Sponsors worden genoemd, is er meer realiteitszin op dat terrein, er wordt meer samengewerkt tussen journalisten en marketeers. Sport, zeker topsport, kan niet zonder sponsors. En voor sponsors, zeker voor sportsponsors, is de aandacht van de media een belangrijke overweging om te investeren.

Er zijn bedrijven die misbruik maken van de sport. Die slechts een paar wedstrijden op een shirt staan. Die een contract voor een half jaar tekenen en daarna zullen kijken of ze misschien verder gaan. Die bedrijven investeren niet of nauwelijks in de sport. Ze investeren ook niet in eigen campagnes in jullie kranten, op jullie websites of in jullie tv-programma’s. Het enige dat ze willen is gratis publiciteit.

Ik noem graag een paar namen. Partijen als Belkin, die slim mee liftte op het vele geld dat de Rabobank in de wielerploeg bleef stoppen. Ze zaten letterlijk voor een dubbeltje op de eerste rang.

Justlease, de nieuwe sponsor van de ploeg van Ireen Wust is ook afwachtend. Ik citeer het persbericht: “Justlease.nl is voorlopig tot het einde van dit seizoen ingestapt, maar een vervolg ligt voor de hand. “We moeten kijken hoe dit uitpakt, maar het is duidelijk dat het niet onze intentie is om er na dit seizoen alweer uit te stappen”, aldus directeur Rogier van Ewijk.” Enige zekerheid is er niet.

Nog zo’n schaatssponsor is koopjesdrogisterij.nl. Ik wil de naam eigenlijk niet noemen. Het bedrijf heeft met iSkate een contract voor een jaar getekend, met de intentie door te gaan tot en met de Winterspelen van 2018.

De sport kan zich moeilijk verdedigen tegen de harde eisen van het bedrijfsleven. Jullie sportjournalisten, die de macht van het woord en het beeld hebben, kunnen dat wel. Daarom doe ik een oproep.

Laten we afspreken dat bedrijven die slechts voor een jaar (of korter) sponsor worden zo min mogelijk worden genoemd en worden afgebeeld in de media. Pas als bedrijven een contract tekenen van twee jaar of langer of additioneel investeren in de sport, verdienen ze het om gratis aandacht en publiciteit te krijgen.

Is het een vreemde oproep? De partijen die deze sponsors hebben binnengehaald, zijn ongetwijfeld blij met het geld. Heeft mijn oproep het gevaar in zich dat daardoor nog minder bedrijven in sponsoring stappen? Het zou kunnen, maar ik denk het niet.

Als algemeen bekend wordt dat een sponsor pas aandacht krijgt als hij een sponsorcontract voor minimaal twee jaar afsluit, zal dat een rol gaan spelen in het besluitvormingsproces. Zo beschermen we de sport tegen partijen die het alleen voor zichzelf doen en niets met sport hebben. Bovendien bewijzen we die bedrijven een dienst. Sponsoring rendeert namelijk pas als je het voor een langere termijn doet, dat weet iedere deskundige.

Wij samen hier, sportjournalisten en sportmarketeers, kunnen door het sluiten van het Pact van de Waalhaven ervoor zorgen dat sport en sponsors optimaal van elkaar profiteren. Laten we dat doen. Uit liefde voor de sport.

Dank voor uw aandacht.

Column uitgesproken bij het Nederlandse Sport Pers Nieuwjaarsdiner op maandag 11 januari 2016 in Café Restaurant Waalhaven in Rotterdam.

Andere tijden sport

In de afgelopen twaalf jaar zijn de SponsorRingen uitgegroeid tot een instituut. Het winnen van de prijs is belangrijk geworden voor sponsors en gesponsorden. Niet alleen om aan de buitenwereld te tonen dat sponsoring een professioneel en effectief marketingcommunicatie instrument is. De boodschap naar de interne organisatie is minstens zo belangrijk. Unillever’s Harry Dekker sprong in 2003 juichend op met het winnen van de Ringen voor Life & Cooking en de Robijn Fashion Award. “Dit hebben we zo nodig”, zei Harry toen, en daarmee doelde hij met name op het versterken van het interne draagvlak voor sponsoring.

De formulieren en boekwerken van de genomineerde cases worden steeds zorgvuldiger ingevuld. Iedereen zorgt ervoor dat alle hokjes zijn afgevinkt. Het sponsorship wordt gepresenteerd als volledig geïntegreerd onderdeel van de marketingcommunicatiemix van het betreffende merk, uiteraard is er gedacht aan pr en social media en (inmiddels!) vanzelfsprekend is er onderzocht wat de output en zo mogelijk ook impact van het sponsorship is geweest. Niets op aan te merken en als deze ontwikkeling – mede – een gevolg is van de SponsorRingen dan is er geen groter compliment denkbaar voor de prijs en al diegenen die zich daar voor hebben ingezet.

Het belang van de prijs heeft wel voor een zekere vervlakking gezorgd. Zeker in de categorie sport (circa 60% van de totale bestedingen in sponsoring gaan naar sport) zijn de winnende cases vooral degelijk. Sport is geen voorloper meer als het gaat om vernieuwende concepten, spraakmakende activiteiten of echte innovatie. Met Red Bull als enige uitzondering, maar dat merk won nog nooit een prijs in deze categorie. Innovatie en creativiteit komen tegenwoordig vooral uit de werelden van de media en de cultuur.

Daar waar sportsponsoring jarenlang een voorloper was van spraakmakende concepten en vernieuwende business modellen zijn er andere tijden aangebroken. Media en cultuur als inspiratie voor de rest. Een mooie ontwikkeling? Of een gevolg van creatieve stilstand in sportsponsoring?

Column verschenen in SponsorTribune, november 2011.